Steggelen over ‘Polenparagraaf’

Oost-Europeanen die in Nederland werken moeten Nederlandse cao-lonen krijgen. Dat is de wet. Maar het vlot niet met afspraken tussen werkgevers en werknemers over de handhaving. „Werkgevers willen niet aan de Polenparagraaf.”

De vrachtwagenchauffeurs willen niet alleen meer loon, maar ook een betere bescherming tegen Oost-Europese chauffeurs die tegen Oost-Europese lonen ritten uitvoeren die voorheen naar Nederlandse chauffeurs gingen.

Daarom hielden de chauffeurs de afgelopen weken prikacties – langzaam rijden, extra rondjes om rotondes – sinds de onderhandelingen over een nieuwe cao vorige maand stukliepen. Vandaag zijn de onderhandelingen weer begonnen.

Over de lonen lijken partijen elkaar inmiddels dicht genaderd te zijn. Maar er is nog geen overeenstemming over maatregelen om ontduiking van het cao-loon tegen te gaan. Dat komt volgens de vakbonden veel voor: Nederlandse transportbedrijven die een Poolse dochteronderneming oprichten om ritten in en vanuit Nederland te doen. In Nederlandse wagens, tegen Poolse lonen, en volgens de bonden in strijd met de Nederlandse cao-bepalingen.

„Wat we tenminste willen, is een verificatieplicht”, zegt onderhandelaar Jan Heilig van FNV Bondgenoten. „Niets ingewikkelds, alleen dat de werkgever verplicht is informatie te geven als wij vermoeden dat het loon niet klopt. Daar kán je niet tegen zijn.” Toch wel, vindt werkgeversorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN). „Het flankerend beleid van het kabinet met wetten en controles door de arbeidsinspectie is zo goed”, verklaart TLN-woordvoerder Mark Dijk, „dat er nu al gelijk loon is voor gelijk werk.”

Het wil niet vlotten met afspraken tegen loonontduiking: werknemers onder het cao-loon betalen, meestal door het inschakelen van malafide uitzendbureaus. De cao voor het beroepsgoederenvervoer is maar een voorbeeld. Volgens de grootste marktvakbond, FNV Bondgenoten, waren tot nu toe alleen in de vleessector werkgevers bereid afspraken te maken over handhaving van de cao-lonen. Toch hadden werkgevers en werknemers al vorig jaar afgesproken daarin samen te werken. De gezamenlijke handhaving in de cao’s moest de logische aanvulling worden op de extra activiteiten van de arbeidsinspectie.

De eerste aanbeveling was nog voorzichtig: „Cao-partijen kunnen in de cao zelf het toezicht op de naleving en de handhaving nader gestalte geven.” Stelliger was de verklaring in januari dit jaar waarvoor ook het ministerie van Sociale Zaken tekende. De sociale partners zouden „actief bevorderen” dat in de sectoren afspraken worden gemaakt, en wel „zo spoedig mogelijk”.

Anja Jongbloed, die namens FNV Bondgenoten overzicht houdt op de cao’s, heeft er weinig van gemerkt. „De werkgevers willen niet praten over de Polenparagraaf. Ze verschuilen zich. Willen er pas over praten als de cao afloopt bijvoorbeeld. Of laten het bij het overheidsbeleid, zoals bij TLN.” Het gaat volgens haar om een kleine twintig collectieve arbeidsovereenkomsten in sectoren waar veel Oost-Europeanen werken, zoals in de agrarische sector, de schoonmaak en de metaalbewerking.

Wat de vakbeweging wil is heel praktisch, zegt zij. Het is heel moeilijk om na te gaan of alle werkgevers in een sector iedereen het cao-loon betalen. Als blijkt dat dat niet zo is, is het kostbaar en ingewikkeld om in een rechtszaak alsnog het goede loon te vorderen. Bovendien, als de werkgever een uitzendbureau is – ingeschakeld door de feitelijk werkgever – gaat dat dan vaak failliet.

Het probleem met de naleving van cao-lonen is niet nieuw, vult voorzitter Jaap Jongejan van CNV Bedrijvenbond aan. „Vroeger had je koppelbazen die lonen ontdoken. Dat probleem is opgelost in de vorige eeuw, onder meer door te eisen dat uitzendbureaus een vergunning hebben.” Die vergunningen zijn er niet meer, en de verleiding om lonen te ontduiken neemt nu verder toe door de grote toestroom van mensen die bereid zijn voor minder te werken, zegt Jongejan.

„Uiteindelijk willen we dat het bedrijf waar die mensen werken, aansprakelijk is voor betaling van het juiste loon”, zegt FNV’er Jongbloed. „Anders blijft het voordelig om malafide uitzendbureaus in te schakelen.” In ieder geval wil de bond dat er voldoende informatie is over de lonen. Maar er is onder werkgevers geen animo, heeft zij gemerkt. Op de vleessector na, staat er nog niets in de cao’s. „Bijvoorbeeld in de agrarische sector hebben de werkgevers er helemaal geen zin in.”

De centrale ondernemingsvereniging VNO-NCW ontkent dat er geen animo is om cao-afspraken te handhaven, en noemt de opmerkingen van FNV Bondgenoten „stemmingmakerij”. Het gaat misschien niet zo snel als de vakbeweging wil, laat een woordvoerder weten, maar er wordt gewoon over gepraat. In de bouw- en uitzendsector zijn al langer organisaties die handhaving controleren.

Dat zegt ook hoofd sociaal-economisch beleid Gerard van der Grind, van de agrarische werkgeversorganisatie LTO Nederland. In deze sector is illegale arbeid een hardnekkig verschijnsel. LTO heeft nu voor een aantal cao’s een centraal meldpunt voorgesteld. Een vertrouwenscommissie van werkgevers en werknemers kan dan de binnengekomen klachten onderzoeken.