Slopen in Peking: weg met de Opera, leve de Olympische Spelen

Nog geen tweehonderd meter ten zuiden van het Plein van de Hemelse Vrede in Peking bevindt zich een van de grootste bouwputten van China. Precies op de plek waar Mao Zedong in 1950 begon met het afbreken van de historische stadsmuur, zijn bouwvakkers op hoge stellages bezig enorme aluminium golfplaten op te hangen.

Op een groot bord aan de overkant van straat staat: ‘Bescherm ons cultureel erfgoed, bescherm de schoonheid van het oude stadshart’.

Boven de bouwstellages achter het omheinde gebied torent het in groene netten gehulde Guanghe-theater, het oudste operagebouw in Peking, half boven steigers uit. Niet dat het zal worden gerenoveerd. Net als de 13.000 huizen in de wijk Qianmen zal het historische gebouw, de bakermat van de Peking Opera, ten prooi vallen aan bulldozers. Ze maken plaats voor een wijds opgezette, autovrije winkelstraat en in traditionele stijl opgetrokken huizen met binnentuin. Die moeten maar liefst vijf miljoen euro per stuk gaan kosten.

De metamorfose van de wijk is een van de laatste grootschalige projecten die Peking voor de Olympische Spelen van volgend jaar een moderner en strakker aanzien moeten geven. Om de slogan ‘New Beijing New Olympics’ luister bij te zetten heeft burgemeester Wang Qishan meer dan veertien miljard euro geïnvesteerd in renovatie van de stad. De Spelen hebben het lot bezegeld van oude gebouwen en hutongs (traditionele, ommuurde volkswijken) die niet meer passen in het moderne straatbeeld, zoals bestuurders, planologen en projectontwikkelaars dat voor ogen hebben.

Toch beseft de centrale overheid dat cultureel erfgoed tijdens de Spelen ook goed van pas kan komen. Zo hebben de autoriteiten trots gemeld dat archeologische vondsten die zijn gedaan onder de kleiduivenschietbaan zullen worden behouden. Ook hebben restaurateurs en bouwopzichters nauw samengewerkt om drie taoïstische tempels, waarvan een naast het Olympisch stadion, in oorspronkelijke stijl te renoveren.

Maar aan het Guanghe-theater – oorspronkelijk het woonhuis van een rijke zouthandelaar en in de achttiende eeuw ingericht als operagebouw – valt geen eer meer te behalen. In het nabijgelegen hutongstraatje Dashanlan waar vroeger handel werd gedreven, hangen kleren te drogen. Tussen het puin ligt een been van een verdwaalde paspop. Door bouwvakkers gemetselde schuttingen beletten het uitzicht op het operagebouw.

Tussen armoedige restaurantjes en kraampjes waar neptassen en confectie worden verkocht, zit buurtwaker Zheng een sigaretje te roken. Zhengs huis wordt ook gesloopt en dus moet hij verhuizen naar een plek ver buiten de stad. Voorlopig woont hij nog bij zijn dochter, wier huis wordt gerenoveerd. „Het theater is een bouwval, net als de huizen”, zegt Zheng. „Het is goed dat ze worden gesloopt. Alleen wij ouderen, die hun hele leven in het centrum hebben gewoond,vinden het vreselijk dat we moeten verhuizen.”

En het operagebouw? „De Peking Opera bestaat niet meer. Die is al tijdens de Culturele Revolutie om zeep geholpen”, zegt Zheng.

Toch was Mao Zedong, de initiator van de Culturele Revolutie, ooit een trouw bezoeker van het intieme theater, weet bestuurslid Yan Kuang van de Pekingse vereniging voor volkscultuur. „Voor de Culturele Revolutie liet hij soms ook operasterren van het Guanghe overkomen naar het nabij gelegen regeringscentrum Zhong Nanhai”, zegt hij.

In het theater zijn vele operasterren geboren. In vroegere tijden zongen hier jongens, verkleed als meisje, voor rijke zakenlieden en Mandarijnen die staatsexamen kwamen doen achter de stadsmuren. Op tienjarige leeftijd startte China’s beroemdste operazanger Mei Lanfang hier zijn dramatische carrière, die later werd vereeuwigd in de Chen Kaige’s film Farewell to my concubine.

Peking heeft een rijke operatraditie, maar van de veertig historische operagebouwen die de stad rijk was, is nog maar een handjevol bewaard gebleven. De hoofdstad telt anno 2007 meer dan tachtig moderne theaters, relatief weinig gezien het inwonertal van 16,5 miljoen.

Volgens de autoriteiten is de sloop van het Guanghe-gebouw gerechtvaardigd omdat het al zeven jaar geleden onveilig werd verklaard. Maar critici zeggen dat er best geld uitgetrokken had kunnen worden voor herstel. Cultuurliefhebber Yan Kuang vindt de sloop schandalig. „De regering beseft wel dat cultureel erfgoed beschermd dient te worden, maar de stedelijke autoriteiten gooien het op een akkoordje met projectontwikkelaars. Het gebouw stond gewoon in de weg”, zegt hij.

Volgens Yan is er nu een compromis bedacht. Het Guanghe-theater en het theehuis zullen elders in dezelfde stijl worden herbouwd. Maar, zegt Yan: „Met geld koop je geen herinneringen terug. Nog even, en niet alleen het gebouw maar het hele fenomeen Peking Opera is gesloopt.”