Sarkozy rekent af met oud taboe

Met de zege van Sarkozy lijkt er een einde te komen aan een aantal starre dogma’s en gekoesterde karikaturen. Sarkozy wil Frankrijk laten ademen, meent Roger Cohen. Links zal eens goed in de spiegel moeten kijken.

Ziehier de tien voornaamste lessen uit de Franse verkiezingen, die een nieuwe generatie aan de macht hebben gebracht in de persoon van Nicolas Sarkozy, een politicus die van meet af aan duidelijk heeft gemaakt dat hij vast van plan is te ‘breken’ met het verleden.

1 Frans links, met het slechtste resultaat in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen sinds 1965, is hard toe aan modernisering. Het klampt zich vast aan oude ideeën zoals de 35-urige werkweek, hoge overheidsuitgaven, een centrale plaats voor staatsbedrijven, en een combinatie van verregaande baanzekerheid met gulle uitkeringen, waardoor er vrijwel geen banen bijkomen – en is op sterven na dood. Verdeeld is het ook nog. Ségolène Royal heeft gefaald doordat zij niet vroegtijdig is opgeschoven naar het midden, waar François Bayrou het goed deed. Nu zal een ander – naar alle waarschijnlijkheid Dominique Strauss-Kahn – zijn partij de make over à la Blair moeten geven die de enige manier is om haar tot nieuw leven te wekken.

2 De afwisseling van de macht tussen rechts en links, die in de Franse politiek jarenlang een ijzeren regel leek, is niet onvermijdelijk, nu een duidelijke meerderheid begrepen heeft dat de globalisering ook kansen biedt en dat een werkloosheid die tweemaal zo hoog is als in de Verenigde Staten en verscheidene Europese landen, onaanvaardbaar is. Sarkozy heeft gewonnen omdat hij coherente ideeën had; Royal niet. Die ideeën draaiden om herstel van het arbeidsethos, afschaffing van de afhankelijkheidscultuur en hernieuwde waardering voor kwaliteiten. Andere ideeën, over nationale identiteit en immigratie, vulden deze opvattingen aan en werden naar behoefte in de strijd geworpen. Deze verkiezingen gingen meer over ideeën dan over mensen; links had niets te bieden dan ideologische verwarring en geschutter.

3 Het is een fabeltje dat een kandidaat in Frankrijk nooit kan winnen met een ondubbelzinnig liberale economische agenda – Sarkozy’s overwinning heeft afgerekend met een klassiek taboe. Hij heeft ondubbelzinnig gesproken over besnoeiing van het ambtenarenapparaat – één op de twee die met pensioen gaan, zal niet worden vervangen –, afschaffing van het successierecht, afschaffing van de sociale lasten op het loon voor overwerk, beloning voor hard werken en ingrijpende besnoeiing van het leger van uitkeringstrekkers. Iedereen wist dat het heilige Franse sociale model onder Sarkozy drastisch zou worden aangepakt, en toch heeft hij gewonnen met een uitslag die in een eindronde tussen links en rechts niet is vertoond sedert Charles de Gaulle.

4 Uitingen van vriendschap jegens de Verenigde Staten, zelfs die van George W. Bush, zijn in Franse verkiezingen geen handicap en kunnen zelfs gunstig uitpakken. De Frans-Amerikaanse verschillen zullen met Sarkozy niet verdwijnen, maar de grondtoon van gemakzuchtig, plichtmatig, met clichés doorspekt antiamerikanisme – de ‘hypermogendheid’, de cowboystaat, het ruige land van het op hol geslagen kapitalisme – zal zwakker worden of verdwijnen onder de president die instinctmatig schouder aan schouder met de Verenigde Staten zal optreden en die inspiratie zal putten uit de Amerikaanse ondernemerscultuur.

5 Frankrijk heeft een negatieve karikatuur van de ‘Angelsaksische’ wereld gekoesterd, een karikatuur die opeenvolgende leiders in staat stelde de indruk te wekken dat het land alleen de keus had tussen de bestaande verzorgingsstaat en neoliberaal vrij worstelen. Verlamming was het resultaat. Dat Europese landen van Groot-Brittannië tot Scandinavië erin zijn geslaagd de hoge werkloosheidscijfers te bedwingen zonder het traditionele Europese niveau van sociale voorzieningen los te laten, werd grotendeels genegeerd. Sarkozy zal zonder twijfel afrekenen met deze irreële kijk op de wereld. Zijn recente bezoek aan premier Tony Blair onderstreept zijn keuze voor markthervormingen in Europees verband.

6 Voor het eerst in vele jaren heeft Frankrijk weer een echte rechtse beweging. Zoals Nicolas Beytout in Le Figaro stelde: „De zege van 6 mei is die van de beweging.’’ Jacques Chirac vatte het gaullisme op als een compromis tussen rechts en links; hij heeft nooit kunnen besluiten welk van de twee moest overheersen. Het resultaat was stagnatie. Dat noch-dit-noch-dat-gaullisme is dood. De beweging van Sarkozy heeft het begrip ‘markt’ salonfähig gemaakt en deze ideologische verschuiving gecombineerd met traditionele rechtse thema’s als gezag, werk, nationale identiteit en immigratie, teneinde een breed spectrum van de Franse samenleving bijeen te brengen.

7 Tientallen jaren hebben de Frans-Duitse betrekkingen de kern van de Franse diplomatie gevormd. Voor zowel Chirac als zijn voorganger Mitterrand vloeide de centrale plaats van die band voort uit de recente geschiedenis. Sarkozy zal die traditie niet verloochenen, maar hij zal zich er ook niet al te zeer aan gehouden voelen. Hij is een man van een andere generatie, meer atlantisch ingesteld. Nu Blair vrijwel zeker op het punt staat zijn ambt te verlaten, kan Sarkozy proberen te realiseren wat de Britse premier wel wilde, maar na Irak niet heeft kunnen doen: in de wereld van na de Koude Oorlog de voornaamste brug worden tussen Europa en Washington.

8 De waanideeën van links waren funest. Nadat het een succes had behaald bij regionale verkiezingen, en het ontwerp voor een grondwet voor de Europese Unie had afgewezen, meende links dat het als enige kon ontkomen aan het ‘aggiornamento’ dat alle overige Europese socialistische partijen hebben doorgemaakt. Maar zoals Strauss-Kahn zei na de overwinning van Sarkozy: „De mensen hebben niet voor ons gestemd, maar tegen Chirac.” Links heeft de stemmen tegen Chirac ten onrechte opgevat als aanwijzing dat er een meerderheid was tegen de globalisering en tegen het liberalisme.

9 Anders dan velen hebben geopperd is het niet zo dat de Fransen de politiek zat zijn, dat is wel duidelijk geworden uit de opkomst bij beide verkiezingsronden. Wat ze wél zat zijn, zijn de starheid en de politiek-correcte beperkingen van het economische debat, waardoor de werkloosheid nog altijd 8,5 procent bedraagt. Sarkozy’s aangeboren, vaak als zwakheden of gebreken beschouwde ongedurigheid en instinctieve bruuskheid zijn juist van essentiële betekenis gebleken voor de triomf van zijn boodschap dat het tijd was voor een ‘breuk’.

10 De overwinningsspeech, waarin sprake was van de toekomst van Europa, van de creatie van een Mediterrane Gemeenschap, van klimaatverandering, van Afrika en van de onomstotelijke, zij het weleens kritische vriendschap tussen Frankrijk en de Verenigde Staten, luidde een nieuw tijdperk van Frans internationaal activisme in. Onder Sarkozy zullen de sinds 1789 onverflauwde Franse universalistische aanspraken een nieuw elan krijgen. Zij kunnen des te aannemelijker worden als ze worden gesteund door een zinderende samenleving die de groei heeft herontdekt.

Roger Cohen is columnist van de New York Times.

© The New York Times

Op het weblog wereld zijn nog meer reacties op de overwinning van Sarkozy te lezen. Zie nrc.nl/wereld