Na terreur en moord nu dan kennismaken?

Rusland herdenkt vandaag de bevrijding van Oost-Europa uit handen van nazi-Duitsland.

Estland denkt vooral aan de Russische bezetting die volgde. Het is tijd voor verzoening.

Vandaag herdenkt Rusland het einde van de oorlog. In deze Grote Vaderlandse Oorlog bevrijdde de Sovjetunie Oost-Europa van nazi-Duitsland. Maar de bevrijding bleek een illusie. Wat volgde was een halve eeuw van bezetting en terreur.

In een van die ‘bevrijde’ landen, Estland, vinden op 9 mei ook herdenkingsdiensten plaats. Die kunnen dit jaar niet los worden gezien van de verplaatsing op 27 april van de Bronzen Soldaat, een twee meter hoog standbeeld van een soldaat van het Rode Leger. Het stond sinds 1948 op een plein in het centrum van de Estse hoofdstad Tallinn, omringd door de nationale bibliotheek, een bezettingsmuseum, het ministerie van Justitie en een grote Lutherse kerk.

Elke 9 mei zorgt het standbeeld voor etnische spanningen. Voor de Russen in Estland, bijna eenderde van de bevolking, is het beeld een symbool van nationale trots en glorie. De Esten zien het beeld juist als een herinnering aan bezetting, terreur, moord en deportaties. De Bronzen Soldaat werd steeds meer een gevaar voor de openbare orde en daarom besloot het Estse parlement eerder dit jaar dat het beeld moest worden verplaatst naar een militaire begraafplaats aan de rand van Tallinns centrum.

Die verplaatsing heeft de trots van reus Rusland gekrenkt. Dwerg Estland moest gestraft, waarbij aloude Sovjetmethoden als intimidatie, propaganda en provocatie niet werden geschuwd. Russische Esten verbrandden Estse vlaggen, riepen „Esten zijn fascisten” en „Rossija, Rossija”. Monumenten werden met hakenkruizen beklad. De ruiten van onder meer drie ministeries, de universiteit, de Letse ambassade en de belangrijkste Lutherse kerk werden ingegooid.

Tegelijkertijd begon Moskou een cyber-oorlog. Russische computers legden tientallen websites en servers van de Estse overheid en bedrijven stil. Deze aanvallen bleken deels uitgevoerd vanaf computers van de Russische overheid en het kantoor van de Russische president Poetin.

Wat nu te doen om deze spanningen te verminderen?

Ook al noemde Poetin een jaar geleden de implosie van de Sovjetunie de grootste tragedie van de twintigste eeuw, Rusland zou eindelijk eens moeten accepteren dat Estland niet meer tot het grote rijk behoort en dat de Sovjetunie het land 47 jaar heeft bezet. Rusland zou ook de misdaden van het communisme moeten erkennen, de archieven moeten openen en de gestolen Estse archieven moeten teruggeven.

Estland zelf zou ook veel kunnen veranderen. Tot nu toe heeft het zich te veel gericht op economische hervormingen en de opbouw van een nieuwe staat. Na de onafhankelijkheid in 1991 ging de aandacht van het straatarme land uit naar opbouw, niet naar de pijn, frustraties en trauma’s van 47 jaar Sovjetterreur. De Esten en etnische Russen leefden intussen langs elkaar heen in een staat van vrijwillige apartheid. Elke groep had zijn eigen cafés, restaurants, woonwijken, scholen, culturele centra en informatiekanalen. Dialoog was er nauwelijks.

Nu het economisch beter gaat, komen de onderdrukte spanningen omhoog. De tijd is dan ook rijp voor dialoog tussen beide groepen. Voor beter onderwijs ook, over de naoorlogse geschiedenis en het Sovjetcommunisme. Op dit moment gelooft 55 procent van de Russisch-Estse jongeren dat Estland vrijwillig is toegetreden tot de Sovjetunie.

Daarnaast zou de Estse overheid veel meer moeten doen om de Russen in Estland goede Russischtalige media aan te bieden. Nu heeft Estland niet één Russische nieuwszender. Estse Russen zijn voor hun nieuwsvoorziening afhankelijk van tv-zenders uit Rusland die bol staan van propaganda, Sovjetretoriek en oorlogszuchtige taal aan het adres van Estland en de EU. Die zenders zijn in handen van het Kremlin, Gazprom en de stad Moskou. Geen wonder dat de Russische Esten hevig gekleurde beelden te zien kregen over de verplaatsing van de Bronzen Soldaat.

Deze week heb ik op de Estse televisie voor het eerst een praatprogramma gezien in het Russisch. De Estse minister van Defensie en enkele Russischtalige wetenschappers en politici discussieerden over de gebeurtenissen van de afgelopen weken. Dit soort discussieprogramma’s in de Russische taal bieden een broodnodig tegenwicht aan de Russische propaganda en zouden veel vaker moeten worden gemaakt. Te beginnen vanaf vandaag, 9 mei.

Piet Boerefijn is manager van een Ests-Nederlands liefdadigheidsfonds en woont sinds 1993 in Estland.

Meer over de Russisch-Estse spanningen op de krantensite baltictimes.com