Mohammed B. belooft niets. Jammer dan, als dat probleem is

Het verhoor in hoger beroep vanochtend van Mohammed B. komt moeizaam op gang. De moordenaar van Theo van Gogh wil niet de eed afleggen en evenmin „iets beloven”, zodat de president van het gerechtshof mr. Van Dijk een groot probleem heeft. Een niet-beëdigde getuige kan geen wettelijk bewijs leveren.

Mohammed B. zegt de rechter niet te erkennen, en als dat een probleem is „jammer dan”. Hij zakt weer onderuit, vouwt de armen en strekt de benen onder de tafel. Het is een kleine man in een trainingspak met half lang haar. „Wilt u wel op Allah zweren” , vraagt de president. „Gelooft u dan in Allah”, vraagt B. op zijn beurt. „Nou, ik geloof wel in een Allah”, probeert de president. Dat is voor Mohammed B. niet genoeg. „Nee, de Allah zoals die in de koran staat?” Even is de rechter het initiatief kwijt. Voor haar zit een getuige die aangaf „best wel iets te willen zeggen als u wat vraagt”, maar die aan de formele eisen van het proces, de rechtsorde én de democratie overigens principieel lak heeft.

Er ontstaat verwarring. Advocaten slaan haastig het wetboek van strafvordering op om te zien of er ook manieren zijn om onder de eis van beëdiging als getuige uit te komen. Tot opluchting van de president maakt B. een einde aan de impasse. „Ik beloof het!” zegt hij vlug, waarna de president met haar verhoor begint.

Het is de eerste dag van het hoger beroep tegen de Hofstadgroep, waarvan de leden vorig jaar werden veroordeeld. Het Hof is nu vooral geïnteresseerd in de religieuze opvattingen van B., die wordt gezien als geestelijk leider van de groep. B. wordt uitgenodigd de vier basisbegrippen van de islam uit te leggen, de kern van de ‘illah’, aan te geven welke schrijvers hij als inspiratiebronnen beschouwt en of de democratische rechtsorde en het islamitisch rechtstelsel naast elkaar kunnen bestaan. „Dat is wel een groot onderwerp, mevrouw”, zegt B. Daarna ontspint zich een tamelijk vriendelijk gesprek met de president. Die blijkt alle teksten die B. op internet en elders publiceerde te hebben gelezen, dan wel „helemaal doorgeworsteld”. B. vindt het eigenlijk wel mooi – „U heeft uw best gedaan!” – en geeft bereidwillig college. Op de meeste interpretatievragen geeft hij kort antwoord: „Klopt”. En als hij het niet zelf heeft geschreven, is hij het er „zeker mee eens”.