Milena (2)

In de Volksgarten in Wenen sta ik naar het brede monument van de Oostenrijkse schrijver Franz Grillparzer te staren. Op de achtergrond is het verkeersgedruis op de Ring te horen, in het park is het rustig.

Mijn interesse voor Grillparzer is geveinsd, ik heb nog nooit een letter van hem gelezen. Ik moest alleen even naar hem toe, omdat Franz Kafka hier in 1920 ook was, samen met Milena Jesenská. Het monument herinnerde Kafka later aan het geluk dat hij had gevoeld in die vier Weense dagen met Milena.

Na zijn terugkeer naar Praag stuurde hij haar een boek van Grillparzer met de woorden: „… omdat hij in de Volksgarten op ons heeft neergezien, (op ons! Jij liep naast mij Milena, verbeeld je, je hebt naast mij gelopen)…”

De taal van een verliefd man.

Verder weten we vrijwel niets over de gezamenlijke activiteiten van Kafka en Milena in Wenen. Goed, ze gingen naar het bos en deden daar wat meer mensen in het bos plegen te doen. Het inspireerde Kafka tot regels van een zinnelijkheid die we zelden bij hem aantreffen: „…en je gezicht boven mij in het bos en je gezicht onder mij in het bos en het rusten aan je bijna blote borst.”

Was het ook voor Milena zinnelijk genoeg geweest?

Dat blijft de grote vraag. Er hangt een waas van raadselachtigheid boven de relatie tussen Kafka en Milena. Zij leek zijn grote liefde, veel meer dan Felice Bauer ooit geweest was. Felice was in de ogen van Kafka vooral iemand die voor haar meubels leefde en weinig van hem als schrijver begreep. Maar Milena was een talentvolle journaliste met belangstelling voor literatuur, een boeiende, zelfstandige vrouw. Waarom liep het uiteindelijk ook tussen hem en haar spaak?

Ik heb er bij geen enkele Kafka-expert een bevredigende verklaring voor kunnen vinden. De een legt de schuld bij Milena, die Kafka niet naar Praag wilde volgen omdat ze (nog) niet bij haar man weg wilde. De ander wrijft het Kafka aan dat hij later niet naar Wenen wilde gaan in een periode dat Milena hem erg nodig had.

Waarom wilde Milena niet in Praag met hem samenwonen – ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe? Koesterde ze misschien twijfels over Kafka als (seksuele) partner? Dat er reden was voor zulke twijfels, suggereerde Margarete Buber-Neumann, haar Duitse vriendin en medegevangene in het concentratiekamp Ravensbrück toen ze in haar boek Milena, de vriendin van Kafka,schreef: „Hij, ernstig ziek, leed onder de vitale Milena, die zijn hele liefde opeiste, ook de lichamelijke, waarvoor hij terugschrok.”

Het is een van de grootste mysteries uit het leven van Kafka: zijn onmiskenbare angst voor en soms regelrechte afkeer van vrouwen – ook als die vrouwen hem dierbaar waren.

Was hij impotent? Daar zijn geen aanwijzingen voor. Was hij homoseksueel? De Kafka-biografen opperen die mogelijkheid zelfs niet – wat misschien kortzichtig is.

Zo loop ik piekerend door Wenen en om mezelf toch nog enige genoegdoening te verschaffen, ga ik de joodse boekhandel Singer aan de Dorotheergasse binnen en koop een pracht van een foto van een pracht van een vrouw: Milena Jesenská.