Meer dan helpen oversteken

Vrijwilligerswerk heeft een stoffig imago en is weinig populair onder studenten.

Studentendesks brengen daar verandering in, doordat ze ook goed zijn voor je cv.

De meeste studenten denken dat vrijwilligerswerk bestaat uit allerlei varianten op oude vrouwtjes helpen met oversteken. „En degenen die zoiets doen, zijn altijd dezelfde geitenwollensokkentypes”, verwoordde een vrijwilliger op een bijeenkomst van het Rode Kruis de gangbare gedachte. Als het aan de vertegenwoordigers van de studentendesks van het Rode Kruis ligt, komt daar snel verandering in.

Het project ‘Een dikke plus op je cv’ moet studenten interesseren voor vrijwilligerswerk. In negen universiteitssteden runnen twee of drie enthousiaste studenten vrijwillig een studentendesk. Die desks vormen de schakel tussen regionale Rode-Kruis-vestigingen en studenten die iets voor de samenleving willen doen.

In Nijmegen, Utrecht, Amsterdam, Groningen, Tilburg, Rotterdam, Eindhoven, Enschede en Maastricht heeft iedere desk zijn eigen netwerk, ideeën en activiteiten. Maar allemaal proberen ze de interesse van studenten en het soort vrijwilligerswerk op elkaar aan te laten sluiten.

Jill Coster van Voorhout en Rosemarie Hordijk begonnen in januari 2006 met de eerste studentendesk in Utrecht. De twee vroegen aan studenten wat hun leuk leek om te doen voor de maatschappij. Vervolgens zochten ze in samenwerking met het Rode Kruis een geschikt project.

„Geneeskundestudenten die graag een keer EHBO op een festival wilden doen, konden we direct verder helpen.” Vrijwilligerswerk heeft een stoffig imago en is daarom zo weinig populair onder hoger opgeleide jongeren, aldus Coster van Voorhout. Zij wilde dat beeld veranderen. „Vrijwilligerswerk mag ook jezelf iets opleveren. Het hoeft geen pure liefdadigheid te zijn.”

Studenten iets laten doen wat ze zelf leuk vinden, terwijl ze anderen daarmee verder helpen. Coster van Voorhout noemt de achterliggende gedachte het ‘multiple-win principe’. En haar formule werkt, want het Utrechtse voorbeeld vond het afgelopen jaar dus navolging in acht andere steden.

Elske den Besten organiseert in Tilburg bijvoorbeeld een make-me-beautiful-dag. Vrijwilligers van de kapperschool, kokschool en kunstacademie bezorgen ongeveer vijfentwintig jongeren met een psychische aandoening een leuke dag. „Lekkere hapjes, leuk opgemaakt en mooi op de foto”, vat Den Besten de dag samen. De organisatie neemt ze graag op zich, want ze studeert marketingmanagement. „Het is veel leuker om iets goeds in je studierichting te doen. Met de collectebus langs de deuren is niet het fijnste werk. ”

Een extra lokker voor potentiële vrijwillige studenten is dat het Rode Kruis in dit project samenwerkt met grote namen uit het bedrijfsleven. Coaches en trainers van L’Oréal, Rabobank en Unilever bieden ondersteuning om zoveel mogelijk studenten enthousiast te krijgen en de activiteiten op poten te zetten. Ook faciliteert de Rabobank bijvoorbeeld flexplekken en laptops.

Zo wil desk Rotterdam een aantal vrijwilligers een sollicitatietraining laten volgen bij Unilever. Die studenten helpen vervolgens werkloze allochtonen met sollicitatiebrieven en cv’s opstellen. „De studenten komen in aanraking met aantrekkelijke bedrijven en tegelijkertijd doen ze iets voor een ander”, aldus de voorzitter van de desk, Jeroen Gorsira.

Dat grote commerciële namen meewerken aan ‘een dikke plus op je cv’ verlaagt voor veel studenten de drempel. De workshops en begeleiding van bedrijven kunnen studenten over de streep trekken om iets te doen voor de maatschappij. „Het is jammer dat het zo moet, maar het werkt wel”, zegt Gorsira. Zelf is hij ook bezig met de opbouw van zijn netwerk: „Als ik op een leuke afdeling kom, laat ik wel wat vallen over stages.”

Robert Plender van de studentendesk Groningen ziet ook de meerwaarde van de medewerking van grote bedrijven in. „Het maakt absoluut uit dat ik een werkplek heb in het financiële adviescentrum van de Rabobank, in plaats van tussen de vijftigplussers in een Rode-Kruisgebouw. ” En iets doen voor de maatschappij en tegelijk in contact komen met een leuk bedrijf, dat wil iedere student wel.

Maar de aantrekkingskracht van het bedrijfsleven is niet de enige oorzaak in het succes van dit initiatief, denkt Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Volgens hem is het een trend dat mensen weer iets willen betekenen voor de maatschappij. Het aantal jonge vrijwilligers is sinds 2005 weer gestegen, terwijl in de jaren ervoor sprake was van een dieptepunt. In 1995 deed nog een derde deel van de studenten en scholieren ‘wel eens’ vrijwilligerswerk; in 2001 was dat slechts nog een vijfde. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau doet van alle Nederlanders circa 30 procent ‘wel eens’ vrijwilligerswerk.

Een belangrijke reden dat de studentendesks effectief zullen blijken, is volgens de hoogleraar dat het project een structuur biedt waarin jongeren gemakkelijk actief voor de maatschappij kúnnen zijn. „Als een medestudent je vraagt te helpen, zeg je moeilijk nee”, verwacht Schuyt.

Dat laatste hoopt ook Jeroen Gorsira. Veel studenten in zijn omgeving reageren enthousiast. „Maar wie er echt bij is zodra de datum van een evenement vaststaat, is afwachten.” En geven de bedrijven die met het project meewerken nou echt de doorslag? Gorsira: „Voor mijzelf absoluut niet.. ” Plender kan zich daar ook in vinden: „Als ik dit alleen voor mijn cv zou doen, was de lol er na een kwartiertje wel af.”

Kijk voor meer informatie over deelname aan een desk op www.eendikkeplusopjecv.nl