In Nederland duurt 48 uur ruim vijf dagen

Experts van de VN voelden Nederland deze week aan de tand over martelpraktijken. Ze waren tevreden. „Maar die versnelde asielprocedure overtuigt me niet helemaal.”

„U bent van de Nederlandse overheid en u zegt dat er in de nieuwe snelle asielprocedure géén ingewikkelde gevallen worden behandeld. Maar ngo’s vertellen ons dat dit in Nederland wél gebeurt. Wat is uw criterium voor een ‘ingewikkeld geval’ eigenlijk? Dat criterium mis ik. Waarom stelt u niet gewoon een lijst op van gevallen die niet binnen 48 uur mogen worden afgehandeld? Dan is dat voor iedereen duidelijk.”

Het was gisteren al na vijven, en de Nederlandse delegatie moest rond acht uur met het vliegtuig terug naar Amsterdam. Maar Andreas Mavromattis liet niet los. Dat Nederland tegenwoordig binnen 48 uur kan besluiten of asielzoekers mogen blijven of niet, wilde er bij de kleine Cypriotische mensenrechtenexpert van het VN-Comité tegen Marteling niet in. Hij beet zich zo in de materie vast dat hij struikelde over zijn woorden. Zijn collega’s lieten het er evenmin bij zitten. De Noorse expert Nora Sveaass bleef vragen of artsen tijdens de snelle procedure wel folterlittekens bij asielzoekers kunnen duiden – een reden om hen misschien niet terug te sturen. Anderen begonnen over een lijst met veilige en onveilige landen: waarom maakte Nederland zo’n lijst niet? Alleen dan, concludeerde Mavromattis – voorzitter van deze zitting –, bestaat er „geen risico dat Nederland mensen terugstuurt naar een land waar ze de kans lopen om gefolterd te worden”.

Maandag en dinsdag was Nederland voor de vierde keer in de geschiedenis aan de beurt om gegrild te worden door het VN-Martelcomité. Dus waren zondag meer dan tien Nederlandse, Arubaanse en Antilliaanse ambtenaren van Justitie, Buitenlandse en Binnenlandse Zaken naar Genève gereisd om de experts uit dat comité (dat bestaat uit tien lieden van „hoog moreel karakter”, aldus de VN-website) van twee dingen te overtuigen: dat Nederland zich als ondertekenaar netjes houdt aan de Conventie tegen Marteling uit 1984, en dat dit ook blijkt uit de wetgeving én de manier waarop deze wetten worden toegepast.

Officieel ging het over de periode van 1999 tot 2002. Maar omdat Aruba en de Antillen laat waren met hun verslag, leverde Nederland zijn rapport pas in 2004 in. Omdat het comité maar tweemaal per jaar bijeenkomt om zes, zeven landen aan de tand te voelen (de experts werken fulltime elders en doen dit er onbetaald bij), was er nu pas plaats voor Nederland.

Het land, zei delegatieleider Piet de Klerk – mensenrechtenambassadeur bij Buitenlandse Zaken –, „is nog steeds erg plat en 60 procent van de bevolking woont nog onder de zeespiegel, maar veel andere feiten zijn veranderd”. Ministers zijn gekomen en gegaan. De War on Terror woedt in alle hevigheid. Er zitten Nederlandse soldaten in Afghanistan. De asielwetgeving wordt constant aangepast.

Veel experts kennen Nederland nauwelijks – alleen Claudio Grossman, een Chileense hoogleraar in Washington, woonde er ooit als vluchteling. Daarom liet het Martelcomité zich van tevoren bijpraten door ngo’s en mensenrechtenrapporteurs. De Internationale Commissie van Juristen had, namens organisaties als Amnesty, een kritisch rapport gemaakt over de snelle Nederlandse asielprocedure en detentiecentra. De prints lagen overal in de langwerpige zaal van het statige Palais Wilson, aan het meer van Genève.

Toen de Amerikanen vorig jaar voor het comité moesten verschijnen, hadden tientallen ngo’s rapporten gestuurd – over Guantánamo, ondervragingstechnieken van de CIA, enzovoort. De zitting was vuurwerk; de experts stelden vinnige vragen, de Amerikanen weigerden vaak („security!”) te antwoorden. Het comité, een van de weinige internationale organen waar Washington echt verantwoording heeft moeten afleggen, concludeerde dat de VS de Martelconventie met voeten treden. Ook Piet de Klerk had zich voorbereid op stevige vragen over Irak of Afghanistan. Maar die kwamen niet. Het enige wat het comité wilde weten, was of Nederland verdachten van terrorisme terugstuurt naar landen waar ze gefolterd kunnen worden. Het antwoord was nee. „Dat overtuigt me”, zei Mavromattis.

Er kwamen vragen over van alles en nog wat. Zitten er nog steeds kinderen vast in de Koraal Specht-gevangenis op Curaçao? Vechten gevangenen daar nog steeds zo veel? Koraal Specht heet nu Bon Futuro; kinderen worden elders opgevangen en gevochten wordt er steeds minder, zei Joan Theodora-Brewster van het Antilliaanse Justitiedepartement.

Ook wilden de experts – die elk hun stokpaardje hadden – uitleg over mensenrechtentraining voor de politie, de periode dat iemand in een politiecel mag zitten, de omstandigheden op de bajesboten, en het gedrag van soldaten in VN-vredesmissies. En is Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van gedetineerden die door internationale tribunalen in Den Haag worden berecht? Maar de meeste tijd ging op aan de Nederlandse asielprocedure. De Klerk en Martin Kuijer van het ministerie van Justitie (en hoogleraar mensenrechten in Amsterdam) bleven zeggen dat de Vreemdelingenwet van 2000 niet zo keihard is voor asielzoekers als de experts leken te denken.

Allereerst, zei Kuijer, duurt de versnelde procedure 48 werkuren – ruim vijf werkdagen. „Het is een volledige asielprocedure. Asielverzoeken worden beoordeeld op basis van dezelfde criteria [als in de normale procedure], er is gratis juridische bijstand, de asielzoeker heeft vertalers tot zijn beschikking en hij kan juridisch verhaal halen.” Het comité moest niet denken dat iedereen wordt afgewezen: van de 3.906 asielverzoeken werden er vorig jaar 1.207 gehonoreerd.

Maar de experts hielden twijfels over ingewikkelde asielgevallen: hoe kan Nederland zo snel uitsluiten dat ze worden teruggestuurd naar folterende landen? Ook bleven ze bezorgd over het feit dat ama’s (kinderen die onbegeleid aankomen) in detentiecentra worden vastgehouden als niet duidelijk is hoe oud ze zijn. „Ik ben tevreden op zowat elk terrein”, zei Mavromattis tot slot. „Maar die versnelde procedure overtuigt me niet helemaal. Nederland heeft internationaal een voorbeeldfunctie, qua mensenrechten. U moet naar duidelijker criteria kijken. En een lijst maken van veilige en onveilige landen.”

Daar moeten we werk van maken, zei De Klerk na afloop. „Dat komt mooi uit, want de regering denkt hier al over na.” Op 18 mei publiceert het comité zijn aanbevelingen.

Meer informatie op www.ohchr.org/english/bodies/cat/cats38.htm