‘In Berlijn is nog ruimte om ideeën te uiten’

Voor de kunstbeurs Art Amsterdam maakte de Duitse Erika Hoffmann een presentatie. Haar huis in Berlijn is een privémuseum. „In Berlijn kan een kunstenaar iets betekenen.”

„Vanochtend, toen ik van mijn hotel naar de RAI liep, viel me op hoe snel de mensen hier lopen. Iedereen is gehaast. Niemand heeft tijd voor een praatje. Dat is het kenmerk van een metropool. In Londen zie je dat ook. Maar Berlijn is anders. Daar zit men in cafés, ook op een doordeweekse dag.”

Erika Hoffmann, Duits kunstverzamelaar en samensteller van de tentoonstelling Berlin – Amsterdam die vanaf vandaag te zien is op de kunstbeurs Art Amsterdam, begrijpt wel waarom zoveel beeldend kunstenaars de laatste jaren richting Berlijn trekken. „Het is een stad die in de maak is en die altijd in de maak is geweest. Door de eeuwen heen is Berlijn bezocht door kunstenaars die met hun utopische ideeën de stad wilden opbouwen. Dat zag je in 1870, in 1920 en ook in 1990. Het is een stad waar steeds weer een nieuw begin wordt gemaakt.”

Hoffmann is in Amsterdam op uitnodiging van de Rijksakademie, die dit jaar de centrale presentatie op de Art Amsterdam verzorgt. In nauwe samenwerking met het Amsterdamse instituut koos ze werk uit van zes oud-deelnemers, die na hun verblijf aan de Rijksakademie allemaal naar de Berlijn verhuisden. Dankzij de slechte economische situatie is atelierruimte er goedkoop. Industrieën verlieten de stad en lege hallen bleven over. „Maar er is ook veel intellectuele ruimte”, zegt Erika Hoffmann. „Ruimte om je ideeën te uiten. Initiatieven worden er aangemoedigd. In steden als Parijs of New York heb je het gevoel dat niemand je nodig heeft, maar in Berlijn kun je iets betekenen.”

In de werken die Hoffmann selecteerde proef je de sfeer van Berlijn. Soms is de stad letterlijk verbeeld, zoals in de dik in de verf zittende schilderijen van Tjebbe Beekman, waarop de contouren te zien zijn van de vele gloednieuwe gebouwen.

Alexandra Leykauf blikt juist terug op het verleden. Haar reusachtige zwart-witfoto van een door brand verwoest theater laat zien hoe het vroeger was. Wat alle kunstenaars volgens Hoffmann gemeen hebben is hun collage-achtige techniek. „Een stad, en zeker Berlijn, is geen eenheid, maar een mix van stijlen. Dat wordt in het werk van deze kunstenaars mooi gereflecteerd.”

Zelf verhuisde Hoffmann, samen met haar man Rolf, in 1994 vanuit Mönchengladbach naar Berlijn. Hun bedrijf, het exclusieve modehuis Van Laack, hadden ze in 1985 al verkocht en sindsdien kon het echtpaar zich volledig aan de kunst wijden. Ze betrokken een voormalige naaimachinefabriek in de Oost-Berlijnse wijk Mitte – toen nog een afbraakbuurt maar inmiddels het hart van de kunstwereld – die werd omgebouwd tot woonhuis en privémuseum. Sinds 1997 is de Sammlung Hoffmann opengesteld voor het publiek. De verzameling omvat werken van grote namen als A.R. Penck, Jean-Michel Basquiat, Frank Stella, Mike Kelley, Marcel Broodthaers, Arnulf Rainer, Nan Goldin en Andy Warhol.

Sinds haar man in 2001 overleed is de frequentie van aankopen omlaag gegaan, vertelt Hoffmann. „Ik walg van de huidige ontwikkelingen op de kunstmarkt. De prijzen die momenteel gevraagd worden zijn ongekend hoog. Ik wens geen deel uit te maken van die hype. Daarom probeer ik zoveel mogelijk direct met de kunstenaars zaken te doen. Maar tegenwoordig worden zelfs piepjonge kunstenaars al vertegenwoordigd door een galerie.”

Geïrriteerd vertelt ze dat twee van de kunstenaars die ze voor Berlin – Amsterdam had uitgenodigd af hebben moeten zeggen wegens tijdgebrek. „Kunstenaars hebben tegenwoordig de ene na de andere show. Iedereen lijkt gebukt te gaan onder stress.” Alleen daarom al, wil ze maar zeggen, is het raadzaam om naar Berlijn te gaan. „Daar heb je nog tijd om rustig na te denken over je werk. Je kunt er rustig een half jaar lang een winterslaap houden. In Berlijn kijkt niemand daar van op.”

‘Berlin – Amsterdam’, Rijksakademie, op de Art Amsterdam, 9 t/m 13 mei in Amsterdam RAI. Inl: www.artamsterdam.nl, www.sammlung-hoffmann.de