‘Ik ben hier dagelijks mee bezig’

Wouter Bos spreekt tegen dat hij zich veel te afzijdig zou houden in de strijd om ABN Amro. „ABN Amro is het dossier waar ik meer mee bezig ben geweest dan met welke andere zaak dan ook.”

Eindelijk heeft minster Wouter Bos (Financiën, PvdA) de stilte doorbroken. Hij kijkt niet passief toe hoe met de overnamestrijd rond ABN Amro de grootschalige uitverkoop van Nederland is begonnen. Er klopt niets van dat beeld, is zijn boodschap als hij in Brussel na afloop van een vergadering van Europese ministers van Financiën met een aantal Nederlandse correspondenten spreekt. „Ik ben op donderdag 22 februari als minister geïnstalleerd en op vrijdagochtend 23 februari had ik om half tien mijn eerste afspraak. Die was met president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank over deze zaak. Vanaf dat moment is ABN Amro het dossier geweest waar ik meer mee bezig ben geweest dan met welke andere zaak dan ook. Bijna dagelijks, ook nu nog. Ik spreek bijna alle banken, alle toezichthouders, maar ik moet buitengewoon terughoudend zijn om dat in de openbaarheid te doen. Ondanks het feit dat vele anderen daar wat minder terughoudend mee omspringen.”

Die ‘anderen’ op wie Bos doelt, hekelden de afzijdigheid van de politiek. „De verdediging van gerechtvaardigde nationale belangen is niet onze kracht”, schreef emeritus hoogleraar economie en oud Vendex-topman Arie van der Zwan afgelopen zaterdag in de Volkskrant. „Een minister van Financiën die voor Nederland staat, laat niet gebeuren dat ABN Amro wordt opgedeeld”, verklaarde oud-staatssecretaris van Financiën en ex-minister van Sociale Zaken Willem Vermeend enkele dagen daarvoor in Nova. En in deze krant schreef Ben Knapen vorige week in zijn column op de opiniepagina: „Ze halen in een maand tijd een bedrijf weg dat ongeveer zo groot is als 10 procent van het Nederlandse bruto nationaal product. Onmogelijk in de meeste landen van de wereld en de politiek staat erbij en kijkt ernaar.”

En dan was er nog Bernard Wientjes, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW. „Ik maak me zorgen. We moeten wel bekijken of ons klimaat niet te liberaal is geworden”, zei hij naar aanleiding van het gevecht om ABN Amro. Wat vond Bos van die reactie? „Als ik het netjes zeg zie ik een zekere asymmetrie. Jarenlang is er gepleit voor een grotere rol van de aandeelhouders. Jarenlang werd er gejuicht als Nederlanders in het buitenland alles kochten wat er op te kopen viel. En dan meteen die terugtrekkende beweging maken als het in Nederland zelf aan de orde is.”

Ook met de kritiek van zijn partijgenoot Vermeend kan hij weinig. „Net als een heleboel andere mensen die zich in de media geuit hebben, heeft hij verzuimd te benoemen hoe de minister van Financiën in dit proces de regie zou moeten nemen en welke door de wet omschreven instrumenten hem daarbij ter beschikking staan.”

Bos herinnert eraan hoe in Nederland een paar jaar geleden de kritiek losbarstte toen de Italiaanse centrale bank de overname van de bank Antonveneta door ABN Amro probeerde te verhinderen. Als gevolg van die perikelen is toen versneld een Europese richtlijn aangenomen om dergelijke nationale obstructie te voorkomen. Bos: „Het zou wel buitengewoon cynisch en zelfs kwetsbaar zijn als wij nu een positie zouden gaan innemen die haaks staat op wat wij destijds hebben bepleit, omdat het zich nu bij ons afspeelt. Mede onder druk van Nederland is die richtlijn tot stand gekomen.”

Is de Nederlandse wetgeving soepeler dan in omringende landen?

„Dat is de vraag. Op dit moment heb ik de conclusie dat het in Nederland soepeler is nog niet getrokken. Maar zelfs als die conclusie juist zou zijn, is die betrekkelijk irrelevant voor het afhandelen van deze overnamezaak, omdat je moeilijk de regels en de wetgeving gedurende dit proces zou kunnen veranderen. Maar de wetgeving in Nederland die bedrijven in staat stelt beschermingsconstructies te hanteren is onverkort aanwezig. Het is niet verplicht, maar men kan er gebruik van maken. ABN Amro heeft zelf besloten zich in de verkoop te zetten en ze heeft zelf de beslissing genomen om geen beschermingsconstructie te hanteren. Het heeft dus betrekkelijk weinig te maken met het niveau van bescherming dat de Nederlandse wetgeving biedt.”

Hoe groot zijn uw vraagtekens bij het overnameplan van het consortium van de banken Royal Bank of Scotland, Santander en Fortis?

„Die zijn op dit moment beperkt, omdat ik onvoldoende informatie heb. Er is geen officieel bod, maar alleen sprake van voorstellen en intenties. Waar we bij Barclays alle details kennen, is dat bij het consortium niet het geval. Daarom zeg ik ook dat alle bij dit proces betrokken partijen hun best moeten doen om zo snel mogelijk volstrekte duidelijkheid te geven over hun posities en intenties.”

Wanneer geeft u wel een oordeel in het openbaar?

„Mijn formele positie staat nauwkeurig omschreven in de wet. In laatste instantie ben ik degene die al dan niet een verklaring van geen bezwaar af zal moeten geven. Elke uitlating die ik nu doe kan mijn positie later in het proces in het geding brengen. Daar is uiteindelijk niemand bij gebaat. Bovendien vindt prudentieel toezicht in de financiële sector traditioneel meer achter de schermen plaats dan ervoor. Juist wegens de grote financiële belangen die ermee gediend zijn en ook omdat in die sector vertrouwen van klanten van groot belang is. Op het moment dat ik voor de schermen met grote uitspraken kom, zal al snel de indruk kunnen ontstaan dat er sprake is van grote problemen. Maar als er nu één hoofdboodschap is die ik wil afgeven is het dat er voor de klanten geen enkele reden is zich ongerust te maken.”

Experts bloggen over ABN Amro op nrc.nl/expertblog