Holland op z’n puurst

Haar boeken verkopen nog steeds goed, scholen heten naar haar of naar Jip of Pluk.

Deze week is ‘Annie M.G. Schmidt-week, mét stemming over haar mooiste gedicht.

Weinig is zo typisch Nederlands als het werk van Annie M.G. Schmidt – om niet te zeggen zo Hollands. En toch. De acteur Hakim Traïdia, die opgroeide in Algerije en Frankrijk, kwam als 23-jarige in Nederland. Hij herkende zichzelf onmiddellijk in de gedichten van Schmidt: „In Nederland werd Schmidt voor mij wat in Frankrijk de dichter Jacques Prévert was: mijn ankerpunt, mijn identiteit.”

Traïdia – Hakim in Sesamstraat – behoort tot de vijfentwintig bekende Nederlanders die meedoen aan de verkiezing van het meest geliefde gedicht van Schmidt. De jaarlijkse Annie M.G. Schmidt-week, die vandaag begint, staat in het teken van de bundel Ziezo uit 1987. De komende dagen kan iedereen zijn stem uitbrengen op zijn favoriet uit de bundel, die indertijd door Schmidt zelf is samengesteld.

De verkiezing is een teken dat het werk van de in 1995 overleden schrijfster nog altijd voortleeft. In de top-10 van de best verkochte kinderboeken in 2006 staan vier boeken met haar werk. Van twee boeken werden dat jaar meer dan 35.000 exemplaren verkocht, ruim tien keer zo veel als de gemiddelde oplage van een kinderboek. Tegelijkertijd geniet Annie M.G. Schmidt ook literaire erkenning.

Het fenomeen Schmidt is daarbij groter dan haar geschriften. Tal van haar titels zijn bewerkt voor theater en film. Honderden basisscholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven heten naar Annie M.G. Schmidt of naar één van haar personages, als Pluk of Otje. En Amsterdam heeft als ‘wereldboekenhoofdstad’ in de periode 2008-2009 gekozen voor drie ‘iconen’: Spinoza, Anne Frank en Annie M.G. Schmidt.

„Wij zijn eerlijk gezegd wel verbaasd over de omvang van haar populariteit”, zegt Flip van Duijn. Hij is de zoon van Schmidt en beheerder van haar literaire nalatenschap. Een echte verklaring voor de populariteit van zijn moeder heeft hij niet, wel wat ideeën – net zoals anderen in de culturele wereld. Hun ideeën vormen samen een soort antwoord op de vraag: hoe komt het dat Annie M.G. Schmidt nog steeds zo aanwezig is?

Om te beginnen met het belangrijkste antwoord: haar werk is van een uitzonderlijke kwaliteit. Iedereen die haar teksten voorleest, merkt hoe de zinnen uit zijn mond vloeien totdat hij in de lach schiet. „Schmidt schreef een elementair Nederlands, dat ze heel geestig gebruikte”, zegt criticus Kees Fens. „Haar werk is daardoor niet tijdgebonden. Alles wat ze beschrijft kan nu zijn gebeurd. En het kan ook in die taal zijn gebeurd.”

Ook al is de reële wereld de afgelopen decennia veranderd, zegt Traïdia, de fantasiewereld van Schmidt is hetzelfde gebleven. „In mijn jeugd vertelde mijn oma mij mooie verhalen, in Nederland deed Schmidt dat.” En ze vertolkte daarbij tal van universele gevoelens: „In alle eenvoud raakte Schmidt de essentie.” Zo verwoordt Schmidt in zijn lievelingsvers De tijd van elfjes is voorbij de teloorgang van de kindertijd: „Heel mooi melancholiek.”

Dat zo veel Nederlanders het kwalitatief hoogstaande werk kennen, komt doordat het deel uitmaakt van hun kindertijd. „Ouders en grootouders geven de boeken door waarvan ze zelf zo hebben genoten”, zegt Bärbel Dorweiler van Querido, vanouds de uitgever van Schmidt. Vooral Jip en Janneke en Pluk van de Petteflet worden vaak geschonken aan kinderen en kleinkinderen.

Dit gebeurt al kort na de geboorte, merkt kinderboekhandel Kiekeboek in Haarlem. „Mensen geven de pasgeborene graag iets duurzaams als een klassiek boek”, vertelt Marijke Schauikes. „Bovendien zijn de boeken over Jip en Janneke goed voor te lezen. De verhalen zijn kort en daarbinnen toch heel spannend en grappig.” Voor heel jonge kinderen zijn er nauwelijks andere boeken die hieraan kunnen tippen.

Oudere kinderen leren Annie M.G. Schmidt vervolgens nog beter kennen op de basisschool, waar haar boeken veel worden voorgelezen en in de schoolbibliotheek staan. „We doen veel projecten met Annie M.G. Schmidt”, zegt directeur Albert Prikken van de Annie M.G. Schmidt-school in Hengelo. Adel verplicht voor een school die is ontstaan uit kleuterschool Dikkertje Dap en peuterspeelzaal De Petteflet. Prikken: „Stagiaires krijgen van ons altijd een boek van Schmidt. En Schmidt speelt is ook belangrijk nu wij ons ontwikkelen tot een kunstmagneetschool, een school waar extra aandacht is voor cultuur.”

Uitgeverij Querido wakkert de interesse verder aan door promotieactiviteiten in boekhandels en openbare bibliotheken. Een voorbeeld daarvan is de Annie M.G. Schmidt-week, die is gedrapeerd rond 20 mei, haar geboortedag. Querido doet ook veel aan de recycling van oudere verhalen, die steeds in een andere samenhang en met nieuwe illustraties worden uitgebracht. De hit van vorig jaar was bijvoorbeeld een boek met Sinterklaasverhalen.

Schmidt is zo alomtegenwoordig in Nederland dat ook immigranten niet aan haar ontkomen. De van oorsprong Iraanse schrijver Kader Abdolah hoorde op zijn eerste dag in Nederland enkele vrouwen het vers Lodewijk, waar was je? opzeggen. Zo ontdekte Abdolah het werk van Schmidt: „Ik kreeg kort erna Jip en Janneke in handen. Op dat moment twijfelde ik over de vraag of ik in een nieuwe taal moest gaan schrijven. Ik las Jip en Janneke keer op keer als een heilig boek. De simpele en poëtische taal en de krachtige inhoud boden mij hoop. Mijn eerste boek is geschreven met de woorden van Jip en Janneke. Zo opende Schmidt de deur naar boeken die niet eerder in het Nederlands zijn geschreven.”

De wortels van de populariteit van Schmidt liggen in de jaren zestig, toen haar tv-series als Ja zuster nee zuster en masse werden bekeken. Haar literaire werk bleef in de schaduw, zeker de gedichten die ze onder meer voor dagblad Het Parool schreef. De literaire waardering voor haar kinderpoëzie en -proza bleef lang uit, doordat humoristische verzen en verhalen lange tijd niet serieus werden genomen.

De Griffels voor Pluk van de Petteflet (1972) en Otje (1981) gaven haar status in de wereld van het kinderboek. De algemene literaire erkenning kwam later, dankzij de niet aflatende steunbetuigingen van Kees Fens en van de schrijvers Rudy Kousbroek en wijlen Karel van het Reve: „Wij hebben daaraan meegeholpen”, erkent Fens. „Zelf zag zij dat ook zo, want wij werden alle drie uitgenodigd voor de brunch ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag.”

Dat was in het jaar 1991, toen Schmidt inmiddels een ‘grande dame’ in de Nederlandse literatuur was. In die tijd was Schmidt zelf ook bewust bezig met de promotie van haar werk en persoon, vertelt haar zoon Flip van Duijn: „In het decennium voor haar dood in 1995 trad ze veel op in de media. Op tv gaf ze enkele malen langdurige interviews. Dat heeft zeker bijgedragen aan haar huidige bekendheid.” Schmidt werd in die jaren definitief de ‘koningin van het kinderboek’.

Die status speelde een belangrijke rol bij de beslissing van filmproducent Burny Bos de boeken van Schmidt te verfilmen. „In de jaren negentig moesten we opboksen tegen de almacht van de Disney Studio’s. Alleen met een schrijfster van haar statuur zouden we de hegemonie kunnen doorbreken”, vertelt Bos. Abeltje (1998) bleek inderdaad een groot publiekssucces, terwijl Minoes (2001) ook een hoogtepunt is in de Nederlandse cinema.

De films op hun beurt stuwden de populariteit van Schmidt verder op. Het haast vergeten Abeltje werd tijdelijk een bestseller en is weer goed verkrijgbaar. Verfilmingen als die van Pluk van de Petteflet (2004) hebben gezorgd voor een wildgroei van vernoemingen. „Tot en met kleding- en speelgoedwinkels”, vertelt Van Duijn. De erven-Schmidt hebben dit aan banden gelegd door licenties uit te geven: gratis voor non-profitinstellingen, 350 euro voor commerciële bedrijven. Van Duijn: „Anders komt de naam van mijn moeder nog op een bordeel, met als slogan: ‘Maak hem wit bij Schmidt’. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.”

Bekijk de officiële website, ook in het Engels, op www.annie-mg.com