Harlingen ruilt de geur van zee in voor stank

De bouw van een afvaloven levert Harlingen ruim 100 arbeidsplaatsen op. Maar de inwoners van de Friese toeristenstad zijn bang voor stank en giftige stoffen.

Bij Harlingen moet een grote afvaloven komen, met een pijp van 55 meter hoogte. Er is veel bewonersprotest. Foto Het Hoge Noorden 09-05-2007 Harlingen / Wijnaldum NRC Handelsblad Bij Harlingen wil afvalverwerker Omrin een nieuwe afval verbrandingsoven bouwen. Omwonenden protesteren. windmolen schaap schapen zandvlakte dijk zee water zeewater kust gras scholekster weg natuurgebied over afval verwerking verbranden karin de mik ©Foto: Hoge Noorden / Laurens Aaij Het Hoge Noorden Oostergrachtswal 31 8900 AA Leeuwarden T 0031 58 2157966 M 0031 6 43042406 E info@hogenoorden.nl Het Hoge Noorden

De Waddenzee glinstert in het avondlicht. Een scholekster scheert fluitend door de lucht. Op de zeedijk in Harlingen wijst Sikke Jellema van het Actiecomité Afvaloven Nee naar de kale zandvlakte van de Harlingse se Industriehaven. In de verte de contouren van het droogdok van scheepswerf De Volharding en een traag draaiende windturbine.

„Kijk, daar moet de afvaloven komen. Die pijp wordt 55 meter. Zeker 20 meter hoger dan die windmolen en de gebouwen van de werf.” Jellema, woonachtig in het nabijgelegen Wijnaldum, vindt het onbegrijpelijk dat de gemeente Harlingen instemt met de bouw van een reststoffenenergiecentrale (REC) aan de rand van een kwetsbaar natuurgebied. „Als er een noordenwind waait, gaat de rook met giftige dioxines over de stad en ons dorp.” Spottend: „Op een gemeentelijk reclamebord stond altijd: ‘Harlingen met de geur van de zee’. Straks kunnen ze erop zetten: ‘Harlingen, met de stank van afval’.”

De Friese afvalverwerker Omrin wil een nieuwe afvaloven bouwen, omdat bestaande verbrandingsinstallaties de afvalberg niet aankunnen. Zeker nu 2,7 miljoen ton Nederlands afval door het Duitse stortverbod van 2005 in eigen land verwerkt moet worden. In de nieuwe centrale moet jaarlijks 228.000 ton voornamelijk Fries afval worden verbrand. De Harlingse industriehaven is een goede locatie, licht Monique de Jong van Omrin toe. „De oven past binnen het bestemmingsplan en het afval kan bovendien over water naar de zeehaven worden vervoerd.”

Bijkomend voordeel is dat buurman zoutfabriek Frima de vrijkomende restwarmte kan gebruiken. „Daarmee bespaar je 75 miljoen kubieke meter aardgas per jaar”, stelt De Jong. „En daarbovenop zorg je voor een CO2-reductie van 140.000 ton.”

Het gemeentebestuur van Harlingen vindt vooral het aantal nieuwe arbeidsplaatsen (35 directe en 100 indirecte) van groot belang voor de Friese havenstad, waar de werkloosheid met 12 procent van oudsher hoog is. „We zitten daarmee zeker 4 à 5 procent boven het Friese gemiddelde”, verklaart burgemeester Paul Scheffer (PvdA).

Maar inwoners van de omringende dorpen Wijnaldum, Midlum en Pietersbierum zijn fel tegen de REC. De oven is overbodig, stoot kankerverwekkende stoffen uit en past niet in het toeristisch imago van Harlingen, zijn hun argumenten. In Wijnaldum hangen huis aan huis posters voor de ramen met de tekst „Afvaloven NEE!” Bij Arend Leutscher van Dorpsbelang Wijnaldum hangen er zelfs twee. Hij verhuisde twaalf jaar geleden van Amsterdam naar de Friese havenstad. „Voor de rust, de ruimte en de schone lucht.” Hij is bang dat een centrale met een metershoge pijp het open Noord-Friese landschap aantast. Zijn angst is dat de centrale meer vervuilende industrie aantrekt. „En als we nog meer rotzooi krijgen, wordt Harlingen alleen maar onaantrekkelijker voor toeristen.”

Jellema heeft een protestbord geplaatst bij Wijnaldum met de tekst: „Een toeristenstad gaat in rook op.” Harlinger Hans Gillissen, lid van de SP-werkgroep, vindt een afvalverwerker volstrekt overbodig. De vaderlandse afvalberg kan slinken als gemeenten besluiten kunststoffen zoals plastic flesjes, apart in te zamelen. „Dit gebeurt nu al in Italië, Frankrijk en Duitsland. Vierentwintig uur per dag, 365 dagen per week zal een rookpluim tot ver in de omtrek te zien zal zijn. Geen plek om naar toe te komen.”

De koppeling met zoutfabriek Frisia ligt uiterst gevoelig in de streek. De winning van steenzout op een diepte van drie kilometer deed de bodem binnen tien jaar dalen met 32 centimeter, veel sneller dan voorspeld. Dorpsbewoners en landbouwers klagen over scheurvorming in woningen, verzilting van het land, verzakte hoogwaardige landbouwgrond en een verstoorde waterhuishouding. Ze zijn bang dat de afvaloven in de toekomst een argument wordt om de zoutfabriek open te houden.

Het nieuwe college van GS wil af van zoutwinning onder land. De Friese gedeputeerde Anita Andriesen (PvdA): „De bevolking is het zat het afvalputje van Friesland te zijn.”

Burgemeester Scheffer wuift de bezwaren weg. „Giftige uitstoot? De centrale is veilig. En er wordt een dijk van een monitoringssysteem opgezet.” Monique de Jong van Omrin onderstreept dat de oven voldoet aan de strengste eisen en qua uitstoot „ver onder de normen” blijft. Ze wijst erop dat er in Alkmaar al vijftien jaar een afvalverbrander staat bij een woonwijk. Metingen hebben geen schadelijke uitstoot aan het licht gebracht. Scheffer denkt dat de centrale een belangrijke vestigingsfactor kan zijn voor zijn stad. „Het is een unique selling point”.

De actievoerders, waarbij ook boerenorganisatie LTO Noord en de Waddenvereniging zich hebben aangesloten, zijn niet overtuigd. Zij hebben inmiddels ongeveer 1.400 protesthandtekeningen ingezameld. Inmiddels heeft de gemeenteraad van Menaldumadeel zich uitgesproken tegen de oven. Ook lobbyt het actiecomité bij wethouders van de 31 Friese gemeenten (die aandeelhouder zijn van Omrin) om voor een andere locatie dan Harlingen te kiezen. Eind mei wordt er beslist.