Er zijn nog 10.000 Christenen, de rest is nep, rap & halleluja

In de krant is vaak te lezen dat in Nederland sprake is van een heuse religierevival.

Onzin! In dit land zijn nog ongeveer tienduizend echte christenen over.

Regelmatig word mij verzocht als organist in te vallen bij kerkdiensten omdat goede organisten schaars zijn geworden. Het kan zijn dat kerkdiensten waar ik bij speel slecht bezocht worden doordat men wegblijft in de wetenschap dat er een godloochenaar op de orgelbank zit. Maar meestal zit ik daar toch onaangekondigd en zelfs dan speel ik voor vrijwel lege kerken. Enkele keren is mij zelfs al overkomen dat de dienst niet doorging omdat de gelovigen wegbleven.

Hoezo religierevival? Bovendien, je wordt tegenwoordig in vrijwel alle kerken geconfronteerd met een verschijnsel waaruit ik opmaak: het is gedaan met het christendom. Dat verschijnsel heet de alarminstallatie. Wat valt er nu uit die kale kerken te stelen? Een oude bijbel?

Aan onderhoudskosten van hun alarminstallaties geven kerkgenootschappen meer uit dan een dief ooit kan weghalen. Erger nog is dat al die alarminstallaties op alarmerende wijze duidelijk maken dat er allerwegen sprake is van een totaal gebrek aan Godsvertrouwen. Als je in een almachtige God gelooft, dan geloof je toch ook dat Hij zijn eigen kerkgebouwen behoedt en bewaart? Dan ben je toch niet bang voor dieven? Zijn machtige arm zal ze weren uit zijn tabernakels. Als ze zich vergrijpen aan zilveren avondmaalsbekers, hoeft Hij maar even een bliksemschicht te sturen en de inbreker bezwijkt. Maar de gelovigen geloven niet meer in een almachtig God, ze stellen hun vertrouwen op peperdure alarminstallaties die afgaan als er per ongeluk een vrome kruisspin overheen kruipt.

Hoezeer er, religierevival ten spijt, sprake is van een flagrant verlies aan Godsvertrouwen zag je ook bij de vorige paus. Het lollige homopausje dat we nu hebben is niet zo reislustig, maar de vorige reed overal rond in zijn kogelvrije pausmobiel. Blijkbaar had hij er geen vertrouwen in dat God hem, toch zijn stedehouder op aarde, zou beschermen tegen aanslagen. Notabene, de paus zelf die denkt: ja God is almachtig, maar ze kunnen me nog meer vertellen, geef mij maar een kogelvrij voertuig. Zo’n paus zou toch moeten weten dat in psalm 91 staat: hij die op Gods bescherming wacht, wordt door de hoogste Koning beveiligd in de duistere nacht, beschaduwd in zijn woning.

Je hebt in Nederland nog zo’n tienduizend mensen die weigeren een ziektekostenverzekering af te sluiten omdat zij van mening zijn dat zo’n verzekering een klap in het gezicht is van de God van psalm 91. Dus in Nederland zijn nog tienduizend echte christenen te vinden. Al die andere christenen zijn nepchristenen, hallelujachristenen, rapchristenen en huppelende revivalchristenen, die op toogdagen gospelsongs brullen maar psalm 91 niet kennen. Nee, het is gedaan met het Christendom. Is niet erg. We zullen het niet missen.

Om het gat op te vullen, stel ik voor dat wij naar een nieuwe God op zoek gaan. Ik weet er één. Laatst had ik iemand uit Tamil Nadu te logeren die steevast ’s morgens zijn ‘poedja’ deed. Wat doe je toch, vroeg ik. Ik bid tot onze godin, zei hij. Hoe heet ze, vroeg ik. Pattini, zei hij. Heel sterke, machtige godin. Sterker dan onze God, vroeg ik. Jullie God ook vreselijk sterk, maar Pattini toch veel sterker.

Heb je een plaatje van haar? vroeg ik. Hij overhandigde mij een prent met daarop een reuze aantrekkelijke, tengere, lieftallige donkere schoonheid. Ik smolt meteen weg. Zo’n godin, ach, als ik die toch van kindsbeen af had mogen aanbidden in plaats van die zondvloedgod uit het Oude Testament. Zijn er ook tempels in Tamil Nadu waar zij aanbeden wordt, vroeg ik hem. Ja, zei hij, veel tempels. Worden die beschermd met alarminstallaties, vroeg ik. Het duurde even voor hij de vraag begreep, maar toen begon hij smakelijk te lachen. Tempels staan altijd open, zei hij, als dief komt, hakt Pattini hem ’t hoofd af.

Kijk, dat bedoel ik nou, zo’n soort geloof is hier, behalve in Staphorst, totaal weg, en daarom is al dat gepraat over religierevival gebakken lucht.

Maarten ’t Hart is schrijver.