Een subtiele dans met het raadselachtige detail

Sangre. Regie: Amat Escalante. Met: Cirilo Recio Dávila, Claudia Orozco. In: Filmmuseum, Amsterdam, Haags Filmhuis; Plaza Futura, Eindhoven; ’t Hoogt, Utrecht; Lantaren/Venster, Rotterdam; Chassé Cinema, Breda; Lux, Nijmegen. Voor meer informatie: www.filmfreaks.nl

Soms kan het reuze bevrijdend zijn om naar een film over de ondraaglijke saaiheid van de levens van anderen te kijken; het tilt je eigen bestaan op. Maar dat gebeurt alleen als de film zelf suspense weet te creëren uit niets. Of gewone dingen lichtelijk absurd kan laten zijn, alleen maar door de hoek van waaruit ze gefilmd zijn, waardoor het dekken van de tafel een boeddhistische slapstickact wordt.

Sangre is zo’n film. Hij begint met het beeld van een man, blootsvoets, die op de grond ligt. En enkel omdat er na een paar minuten iemand passeert, wordt duidelijk dat het op straat is. Waarom ligt hij daar? Is hij dood? Slaapt hij? Is hij neergevallen? Is het hem allemaal even teveel geworden? En waarom bekommert die voorbijganger zich niet om hem? Zijn dat de vragen die we ons moeten stellen bij het kijken naar dit beeld? Of is het meer een dans? Van een man die ligt, en hop, iemand die in een flauwe boog langs hem loopt, en hij gaat zitten, deze man, die Diego blijkt te heten, en de held van de film is. Nou ja held, hij is geen held en geen antiheld, hij is een van die personages die de hedendaagse artfilm graag tot onderwerp neemt. Een personage zonder binnenkant. Een Mann ohne Eigenschaften totdat. Totdat op een avond de telefoon gaat. En dan beginnen de stenen te rollen.

Sangre is het debuut van Mexicaanse filmmaker Amat Escalante (1979). Fijnproeverscinema. Hij leerde het vak als regieassistent van landgenoot Carlos Reygadas op de set van Batalla en el cielo (2005). En zijn film ging in hetzelfde jaar in Cannes in première als waarin zijn leermeester daar een schandaalsuccesje veroorzaakte met zijn combinatie van obsessieve seks en religieuze boetedoening. Sangre kreeg er de FIPRESCI-prijs van de filmkritiek.

Boetedoening en mechanische seks spelen ook een hoofdrol in Sangre. Maar Escalante is minder radicaal dan Reygadas, of, je zou ook kunnen zeggen: subtieler. Waar Reygadas van metafysica en wijde kaders houdt, kiest Escalante voor details. Hij vangt zijn personages in het frame, vaak zijn zijn close-ups zo claustrofobisch close dat niet eens het hele gezicht van het personage erin past. En nog vaker wil hij helemaal niet naar gezichten kijken. Hij richt de lens op tafelpoten en pedaalemmertjes of op het metalen tikkertje waar Diego de mensen mee aftelt die het kantoor binnengaan waar hij als portier werkt. Als je maar lang genoeg naar deze mensen kijkt, worden ze vanzelf gevaarlijk.

Net als de meeste toonaangevende filmmakers van dit moment kiest Escalante er in Sangre voor om niet een verhaal van oorzaak en gevolg de drijvende kracht te laten zijn achter zijn film, maar de mise-en-scène. Kortom: alles wat vóór de camera gebeurt. Dat betekent: weinig montage, veel lang aangehouden shots die nog even blijven staan als de hoofdpersonen al uit het kader zijn verdwenen, of net wegsnijden op het moment dat je denkt dat er iets gaat gebeuren. Het voelt onheilspellend; alsof je in het oog van een storm bent.

Het echte leven speelt zich buiten beeld af. En wij, toeschouwers, moeten het maar doen met die brokstukken. Diego en zijn vrouw Blanca op de bank. Diego en zijn vrouw Blanca weer op de bank. Er is duidelijk iets veranderd, er heeft zich aan de randen van hun bestaan een tragedie voltrokken. Je kunt ze zien als de archetypen van de moderne uitgebluste mens. Afgestompt en tot niets meer in staat. Je kunt ze ook zien als de archetypen van de vooroordelen over de moderne mens.

Want misschien zijn dit wel heiligen die over water kunnen lopen.