Een sok om mee te slaan

Het bestuur van de Wereldbank beslist deze week over het aanblijven van president Paul Wolfowitz.

Hij lijkt de verkeerde man op de verkeerde plaats te zijn geweest.

Topman Paul Wolfowitz van de Wereldbank tijdens een bezoek aan Rwanda. Foto HH Topman Paul Wolfowitz van de Wereldbank. Foto Hollandse Hoogte June 16, 2005, Kigali, Rwanda: World Bank President Paul Wolfowitz issued a formal apology to the people of Rawanda for not attempting to halt the genocide that took place in 1994.///World Bank president Paul Wolfowitz hugs a young woman who lost her mother to AIDS.. Credit: Peter Van Agtmael / Polaris / HOLLANDSE HOOGTE Polaris / Hollandse Hoogte

Zijn het toch zijn sokken geweest? Vorig jaar trok Paul Wolfowitz bij een bezoek aan een moskee in Turkije zijn schoenen uit, en bleek hij bij beide grote tenen een gat in de sok te hebben. Omstanders waren te laat om te voorkomen dat het voorval op de foto ging en vervolgens de wereld over reisde. Onderschat het niet, zegt een medewerker van de Wereldbank. Bij ons in het Westen komt het onverzorgd over. Maar in veel ontwikkelingslanden is het onvoorstelbaar dat een hoogwaardigheidsbekleder, en al helemaal de president van de Wereldbank, dit doet. Zij zien dat als een gebrek aan respect, of als blijk van een Scrooge-achtige gierigheid.

Wolfowitz hoort deze week het oordeel van de raad van bewindvoeders over wat de zaak-Riza is gaan heten. Hij had persoonlijk ingegrepen bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden voor zijn partner en werkneemster bij de bank Shara Riza, toen hij in 2005 president werd. Riza werd overgeplaatst naar het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, met een salarisverhoging van 132.000 tot ruim 190.000 dollar – belastingvrij. Dat is misschien een zonde, maar is het een overtreding die ieder ander ook de kop zou hebben gekost?

Als iedereen bij de Wereldbank die ooit een vriend of relatie een baan of opdracht heeft bezorgd zou worden ontslagen, dan kon het wel eens aardig stil worden bij de bank, zegt een oud-werknemer. Herman Wijffels, de Nederlandse bewindvoerder die het onderzoek naar de zaak-Riza leidt, zei drie weken geleden al dat een president die nog geen fouten had gemaakt de kwestie wel zou overleven.

Is Riza’s salaris dan zo buitensporig? De vergoedingen bij de Wereldbank zijn zeer ruim. Er zijn naar schatting meer dan duizend van de bijna 10.000 medewerkers die een soortgelijk inkomen als Riza genieten. Om maar te zwijgen van de extra tegemoetkomingen.

Wolfowitz’ zwakte zou vooral zijn dat hij vanaf het begin de verkeerde man is op de verkeerde plek. Hij voerde volgens waarnemers een veel te rigide anticorruptiecampagne door bij de Bank. Het bracht hem in botsing met de 24 bewindvoerders bij de Wereldbank.

Hij bracht Bush-getrouwen in de bank, zoals Robin Cleveland en Kevin Kellems, als speciale adviseurs die buiten de normale hiërarchie opereerden, en volgens medewerkers een sfeer van angst en argwaan introduceerden. Kellems maakte maandag overigens bekend te stoppen, omdat hij de vijandige sfeer zat is.

En Paul Wolfowitz is, als laatste, ook gewoon Paul Wolfowitz: een havik en neo-conservatief, en daarmee de antithese van de links-liberale sfeer die bij de Wereldbank domineert. De zaak-Riza was de druppel in een emmer die al tot de rand was gevuld met incidenten, afkeer en twee grote tenen. Een sok om de hond mee te slaan.

De verkeerde man dus, maar hoe zit het met de verkeerde plek? Zoals elke bureaucratie heeft de Wereldbank een ingebouwde weerstand tegen verandering, ook als die hard nodig is. De cultuur wordt door medewerkers gekenschetst als intellectueel begeesterd, maar ook gezapig en log. Veel medewerkers zitten er al lang. Heel lang. De uitbundige arbeidsvoorwaarden maken het instituut een gouden kooi, waarin de bewoners de wil tot ontsnappen is vergaan. Recrutering vindt plaats op basis van een zo gelijk mogelijke verdeling naar nationaliteit, hetgeen nauwelijks een garantie is voor een optimale kwaliteit van de werknemers.

Afrekenen op prestaties vindt, zo zeggen medewerkers, nauwelijks plaats en ontslag komt zelden voor. Zeker voor de autochtonen in Washington is het instituut een nauwelijks voorstelbaar werknemersparadijs.

De Wereldbankiers hebben dan ook meer dan één reden om strijdbaar te zijn. Elke nieuwe president die de bezem door het instituut had willen halen, had kunnen rekenen op verbeten verzet. De personeelsvereniging was de eerste die openlijk aandrong op Wolfowitz’ vertrek. Veel medewerkers doen mee met een actie om blauwe lintjes te dragen. Die zijn in naam een symbool voor integriteit, maar zijn in feite een openlijke oproep Wolfowitz aan de kant te zetten. Het zal niet voorkomen dat de Wereldbankmedewerkers zich zullen moeten aanpassen aan de nieuwe tijd: presteren en afgerekend worden. Zoals Wolfowitz nu overkomt.