DNB voor de rechter om Van der Hoop

Rekeninghouders van de failliete bank Van der Hoop slepen toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) voor de rechter wegens falend toezicht op de bank, die in december 2005 failliet ging.

De stichting Hoop-verlies, waarbij 140 voormalige rekeninghouders zijn aangesloten, bereidt een dagvaarding voor die zij in juni wil indienen. De gedupeerde klanten zullen bij de rechter een schadevergoeding van DNB eisen van zo’n 20 miljoen euro.

Uit eigen onderzoek van de stichting Hoop-verlies en drie openbare rapporten over het faillissement van Van der Hoop Bankiers concluderen de rekeninghouders dat er in de periode 2002-2005 verschillende momenten zijn geweest waarop de toezichthouder heeft nagelaten maatregelen te nemen tegen de zieltogende bank, terwijl dat wel had gemoeten. Advocaat W.J. van Andel van de stichting spreekt van „onvoldoende toezicht” en „ernstig falen”. „De Nederlandsche Bank heeft veel gepraat met Van der Hoop, maar geen concrete stappen genomen die noodzakelijk waren.”

Als voorbeeld noemt hij dat DNB nooit had mogen toestaan dat Van der Hoop in het najaar van 2005 nog tientallen miljoenen aan spaargeld bij nieuwe rekeninghouders ophaalde, nadat interimbestuurder E. van de Merwe had geroepen dat de bank „geen zelfstandig bestaansrecht” meer had. Van Andel: „Grote klanten voelen zich hiermee belazerd.”

De vertegenwoordigde klanten hadden circa 95 miljoen euro bij de bank uitstaan. Daarvan is 65 procent door de curatoren uitgekeerd. Er volgt nog een tweede uitbetaling. Van Andel schat de resterende schade op „een bedrag met acht cijfers, dat begint met een twee”.

DNB liet vanochtend weten de dagvaarding „af te wachten”. In februari zei toenmalig minister Zalm van Financiën dat DNB geen aansprakelijkheid zal erkennen. „En als ze dat zouden willen, zou ik het ze verbieden.” Hij had eerder aan de Tweede Kamer laten weten dat DNB „de politieke toets” in het Van der Hoop-dossier „goed” kon doorstaan.