Besturen zonder SP

CDA, PvdA en ChristenUnie zullen de komende vier jaar in Friesland het dagelijks bestuur van de provincie vormen. Daarover zijn ze het gisteren eens geworden. Alle twaalf provincies hebben nu, na de Provinciale Statenverkiezingen van 7 maart, een nieuw college van Gedeputeerde Staten. En in alle colleges ontbreekt de SP.

Dat is op het eerste gezicht merkwaardig. De Socialistische Partij verzamelde bij de laatste verkiezingen in heel Nederland 838.273 stemmen, een reusachtige stijging in vergelijking met de Statenverkiezingen van 2003, toen 319.757 mensen hun stem op de SP uitbrachten. Procentueel is dat een groei van 5,58 in 2003 naar 14,82 in 2007. In acht van de twaalf provincies is de SP nu in grootte de vierde partij. Uitschieters naar boven vormen Noord-Brabant en Limburg, waar ze de tweede partij is geworden.

Maar ook in het zuiden van het land ontbreekt de SP in de dagelijkse besturen van de provincies. Uniek is zo’n situatie niet. In 1977 werd de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen de grootste partij, maar kwam toch, niet in de laatste plaats door eigen onhandig manoeuvreren tijdens de formatie, niet in het kabinet. In 1994 besloten de ‘paarse’ partijen (PvdA, VVD en D66) het samen te proberen en hielden zo de tweede partij van het land, het CDA, buiten de regering.

Op provinciaal niveau spelen soortgelijke factoren en afwegingen. Hoe tactisch opereert een partij bij formatiebesprekingen, hoe graag wil ze eigenlijk gaan ‘regeren’ en hoe welkom is dat in de ogen van andere partijen? Het is op zo’n moment nuttig te beseffen hoe betrekkelijk het begrip ‘winst’ bij verkiezingen is. De partij die de grootste zetelwinst heeft geboekt, is daarmee nog niet de machtigste. Andere relativering: ruim 85 procent van de Nederlanders besloot in maart om níét op de SP te stemmen. Van een massale roep om SP-bestuurders is geen sprake.

Bij de SP wordt nogal verongelijkt gereageerd op de resultaten van de collegeonderhandelingen; de partij zegt zich buitengesloten te voelen. Andere partijen wijzen op het gebrek aan bereidheid van de SP om voldoende concessies te doen die voor meerderheidscoalities onontbeerlijk zijn.

Van beide zal iets waar zijn. Partijen die de afgelopen jaren naar eigen gevoel constructief hebben samengewerkt, zullen niet de neiging hebben plaats te maken voor nieuwkomers. Als ze op andere wijze een werkbare meerderheid kunnen vormen dan door een in hun ogen radicale partij erbij te betrekken, zullen ze dat niet laten. Anderzijds ervaart de SP al jaren hoe lucratief ijverig gevoerde oppositie kan zijn als het gaat om stemmenwinst.

Toch zou het niet goed zijn geweest als andere partijen hadden besloten de SP louter om electoraal tactische redenen in het college te halen: om haar, dan voorzien van ‘vuile handen’, bij de volgende verkiezingen een klap te kunnen toedienen. Bij coalitieonderhandelingen hoort het belang van goed provinciaal bestuur zwaarder te wegen dan partijpolitieke overwegingen. Omdat ook provinciaal beleid baat heeft bij een breed draagvlak onder de bevolking, was daarom met name in Noord-Brabant en Limburg deelname van de SP aan het dagelijks bestuur op zichzelf wel wenselijk.