Zijn hangjongeren toch nog ergens goed voor

Ze hebben niks gedaan, toch checkt politie hangjongeren.

Belachelijk? Besef dan dat iedereen geregistreerd staat.

Het politiekorps Zuid-Holland-Zuid legt een databank aan van hangjongeren, met foto’s en gegevens over wat ze doen en waar ze rondhangen (nrc.next, 3 mei). Kamerleden Azough, Haverkamp en Kuiken hebben hierover kritische vragen gesteld aan de regering. Worden ook jongeren geregistreerd die geen strafbare feiten hebben begaan? Doen meer korpsen dit? Klopt het met de wet?

Het zijn relevante vragen. Hangjongeren kunnen veel overlast veroorzaken. Maar als ze geen strafbare feiten hebben gepleegd, moeten ze dan worden geregistreerd in een politiebestand? De aanvaardbaarheid van deze registratie zal afhangen van het doel en het gebruik dat van de registratie gemaakt zal worden.

Of het past binnen de wettelijke kaders, staat nog te bezien. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft in 2003 een smoelenboek van de politie Groningen goedgekeurd, maar dat ging om een veel beperktere groep: personen die meer dan tien keer verdacht werden van autokraken. Het Zuid-Hollandse systeem gaat verder, met veel meer jongeren en een langere bewaartermijn.

Interessanter dan de precieze aanvaardbaarheid van een hangjongerendatabank, is de discussie hierover. De uitspraken van Dineke Mekel van Zuid-Holland-Zuid in het NRC-bericht zijn tekenend voor de laconieke uitbreiding van opsporings- en controlemaatregelen in het afgelopen decennium. „Het zou ook gek zijn om dit soort technologie niet te gebruiken. (…) Jongeren zelf doen ook veel minder moeilijk over privacy, zetten van alles over zichzelf op internet.” Met andere woorden: alles wat technisch kan, moet ook kunnen, en wie geeft er nu nog om privacy?

Deze redeneertrant was tot voor kort gemeengoed in het politieke en het – magere – maatschappelijke debat over opsporing, controle en privacy. Maar er lijkt een voorzichtige kentering zichtbaar. Een hangjongere zei zelf in het Journaal over de databank dat „je toch een deel van je privacy kwijt bent. Dan weten ze gelijk te veel van je, eigenlijk.” Ik neem aan dat de bezorgdheid in media en Tweede Kamer niet ontstaat uit medelijden met zielige etterbakjes op straat. De onrust heeft meer te maken met het feit dat hier jongeren worden geregistreerd door de politie zonder dat ze iets strafbaars hebben gedaan. Dat roept het beeld op van een controlemaatschappij, en kennelijk voelt dat niet prettig.

Het is ironisch dat juist hangjongeren dit gevoel van onrecht oproepen. In het afgelopen decennium is de ‘gewone burger’ al lang onderwerp geworden van controle door de overheid. Preventief fouilleren, de identificatieplicht, aftappen, vorderen van gegevens, cameratoezicht, uitgebreide AIVD-bevoegdheden, enzovoorts: allemaal maatregelen waardoor u en ik, als niet-verdachten, in de gaten gehouden kunnen worden. En niet alleen door de overheid: ook bijvoorbeeld onze werkgever (internetcontrole) en vervoersbedrijven (OV-chipkaart) registreren steeds meer van onze handel en wandel.

Het cumulatieve effect van alle maatregelen is schrikbarend groot – blijkt ook uit het recente Rathenau-rapport Van privacyparadijs tot controlestaat? Waarom moeten we in de gaten worden gehouden? Toch niet omdat het technisch allemaal kan? En ook niet omdat „ik niets te verbergen heb”, want als ik niks geks doe, waarom moet ik dan worden gemonitord? Bovendien: helpen alle maatregelen wel? De identificatieplicht werd enkele jaren geleden onder andere ingevoerd om hangjongeren aan te pakken, maar dat heeft kennelijk niet veel geholpen.

Het is hoog tijd voor bezinning. Privacy is belangrijk, juist in een controlemaatschappij. We moeten dringend grenzen stellen: tot hier en niet verder. Als de Zuid-Hollandse politiedatabank het besef teweegbrengt dat iedereen preventief in de gaten kan worden gehouden, en dat dat geen prettig gevoel is, kan eindelijk een breed debat ontstaan over grenzen aan de controlemaatschappij. En dan hebben hangjongeren zich toch nog nuttig gemaakt voor de samenleving.

Prof. Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie bij TILT, Universiteit van Tilburg, en lid van De Jonge Akademie. Hij doet onderzoek naar opsporingsbevoegdheden en privacy.

Het rapport Van privacyparadijs tot controlestaat? is te zien op www.rathenau.nl/downloadfile.asp?ID=1122.