‘Ze snappen niet dat dit een vredig land is’

Rusland is woedend op Estland om de verplaatsing van een monument. De Russen in Estland, al dan niet met een Ests paspoort, zijn aanzienlijk minder opgewonden, al heeft de verplaatsing hen wel verbaasd.

Een vrouw huilt na haar bezoek aan het omstreden standbeeld van de Bronzen Soldaat op het militaire kerkhof van de Estse hoofdstad Tallinn. Foto AP A woman cries in front of a bronze statue of a World War Two Red Army soldier that was relocated from the city centre to a military cemetery, after a wreath laying ceremony in Tallinn, May 8, 2007. Estonia marks May 8 as a Memorial Day of World War II victims. REUTERS/Stoyan Nenov (ESTONIA) REUTERS

Aan de voeten van de Bronzen Soldaat ligt een bloemenzee. Sergej Mordvintsev (23) haalt een rode anjer uit een papiertje en maakt de zee weer iets groter. „Ik ben triest”, zegt de jonge bouwvakker. „Want tegen dode soldaten vecht je niet.”

Twee weken geleden stond de Bronzen Soldaat nog in het centrum van de Estse hoofdstad Tallinn. Maar de Estse regering heeft het Sovjetmonument, waaronder twaalf Russische soldaten lagen begraven, uit de binnenstad verbannen. Het beeld staat nu hier, op het militaire kerkhof. Binnenkort volgen de gevonden stoffelijke overschotten.

De verplaatsing van het standbeeld, een verkiezingsbelofte van premier Andrus Ansip, heeft diepe wonden geslagen in Estland, waar een kwart van de 1,3 miljoen inwoners Russischtalig is. Ook Mordvintsev heeft Russische ouders, maar zijn paspoort is Ests. „Ik ben een beetje van alles”, zegt hij. „Maar dat is hier heel gewoon.”

In de nacht van de verhuizing, op 27 april, braken hevige rellen uit in het centrum van Tallinn, waarbij zelfs een dode viel. Een schok voor de Esten, want sinds het herstel van de onafhankelijkheid in 1992 was weinig voorgevallen in de pittoreske binnenstad, in ieder geval niet zoiets. En de bijna-oorlogstaal die sinds de verplaatsing in Moskou klinkt stelt ook niet gerust.

„Onze premier Ansip heeft een ernstige fout gemaakt”, zegt sociologe Anu Toots. „Hij heeft het al tere sociale weefsel van Estland nodeloos beschadigd. De rellen hadden een waarschuwing moeten zijn, maar helaas lijkt de premier dit nauwelijks te beseffen. Hij gedraagt zich nog steeds arrogant en betweterig.”

Voor de Russischtaligen verbeeldt de Bronzen Soldaat de triomf op het fascisme. Maar voor de etnische Esten staat het monument óók symbool voor de vijftig jaar lange Russische onderdrukking en kolonisatie die volgde op de overwinning. Wat premier Ansip vooral stak was dat het een ontmoetingsplaats was voor Russische nationalisten, in het hart van zijn hoofdstad.

„Ik heb respect voor premier Ansip”, zegt Mordvintsev, de bloemenlegger. „En eerlijk gezegd: het militaire kerkhof is een prima plek voor de Bronzen Soldaat. Maar het is allemaal heel plotseling gegaan. We voelen ons overvallen.” Een oude man naast hem: „Ze hebben het beeld als dieven in de nacht weggehaald.”

In Rusland voelt men zich niet overvallen, maar aangevallen. De verplaatsing van het beeld wordt daar gezien als een eerbetoon aan Hitler en als een belediging van de strijders tegen het fascisme. Russische nationalisten hebben de Estse ambassade in Moskou belegerd en de ambassadeur bedreigd. Estse producten, zoals de populaire Kalev-snoepjes, worden niet langer door Rusland geïmporteerd en Russische olie wordt niet langer naar het Baltische land geëxporteerd.

Estland is geschokt, maar ook opgelucht omdat de Europese Unie en de NAVO zich – na een lichte aarzeling –- volledig achter het land hebben geschaard. „Het klinkt misschien cynisch, maar uiteindelijk profiteert Estland”, aldus een commentaar in Eesti Päevaleht. Volgens de krant is de Bronzen Soldaat nu niet alleen meer een Estse kwestie, maar een Europese. De ogen van het Westen zijn geopend. Rusland deugt niet, alle mooie woorden van Poetin over samenwerking ten spijt.

De winkeliers van Tallinn laten de deftige analyses aan zich voorbij gaan. Zij likken nog steeds hun wonden. Kapotgeslagen ruiten worden vervangen en meteen weer afgedekt met planken, want het gevaar is nog niet voorbij. Vandaag en morgen wordt officieel het einde van de Tweede Wereldoorlog gevierd en alom wordt gevreesd voor nieuwe rellen in de Estse hoofdstad. Bij de kranslegging vanochtend waren meer journalisten dan Esten te zien en Russen waren er al helemaal niet.

In Kopli, een kale buitenwijk van Tallinn waar veel Russischtaligen wonen, heerst nog steeds woede. „We gaan het standbeeld ophalen en terugzetten”, zegt een stoere scholier met sproeten. „Ik wil weg hier”, zegt Fjodor, een student. „Dit is mijn land niet meer. Ik wil naar Nederland. Mijn vader en broer zitten er al.”

Maar de steun voor relschoppers is gering. „Het was een ordinaire plunderpartij”, zegt Aleksandr, een ondernemer. „De woede was gericht op Hugo Boss en Armani. Dat geeft te denken.” Ook bouwvakker Mordvintsev schudt het hoofd. „Dit is een vredig land. Die lui hebben dat niet begrepen.”

Mordvintsev woont ook in Kopli, samen met zijn moeder, in een flatje met roze muren en een enorme breedbeeldtelevisie. Ludmilla wil dat haar zoon een Russisch meisje trouwt („die zijn minder kil”), maar heeft er altijd op aangedrongen dat hij de Estse taal leert. „Voor de beste banen is dat een vereiste.” Zelf spreekt ze de taal niet. „Dat was vroeger nooit nodig.” Vroeger, in de Sovjettijd, moesten de Russische kolonisten in Kopli de Estse taal en cultuur juist doen vergeten.

In deze wijk wonen nog steeds nauwelijks Esten. De voertaal is Russisch, uit de radio’s schalmt Russische muziek. Ondanks een alcoholverbod dat sinds de rellen van kracht is – winkels mogen na 14 uur geen sterke drank meer verkopen – is het veel mannen toch gelukt om dronken te worden. Wie uitgezopen is, laat zich in het gras of op een duin in slaap wiegen door het geruis van de zee.

Sociologe Toots ziet de tolerantie voor de Russischtalige minderheid afnemen. „Dat blijkt uit onderzoek. Maar de data worden al jaren genegeerd. Sterker: de regering heeft nu een platform gegeven aan die intolerantie.”

Mordvintsev snapt wel wat de Esten beweegt. Op een papiertje tekent hij een cirkeltje. „De oude binnenstad, met Esten.” Daaromheen tekent hij een veel grotere cirkel. „Buitenwijken, zoals Kopli, waar wij wonen. Ik snap best dat dit bedreigend voelt. Maar waar moeten wij naar toe? De zee in? Naar Rusland? Nee, bedankt. Dit is mijn thuis.”