Wachten op een wonder

Vogels worden wel eens het slachtoffer als zij tijdens een cricket- of voetbalwedstrijd over het veld vliegen. In het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam is een mus te zien die op 3 juli 1936 zijn einde vond.

Jehangir Kahn (1910-1988) was een legendarische cricketspeler. Niet alleen vanwege zijn indrukwekkende wedstrijdstatistieken en het feit hij een nageslacht van Pakistaanse topspelers verwekte, maar bovenal omdat hij als enige in de lange historie van deze veldsport een mus doodgooide. Dat was op 3 juli 1936. De toen 25-jarige Kahn speelde voor Cambridge University (waar hij studeerde) tegen de Marylebone Cricket Club (MCC) in Londen op het fameuze Lord’s cricketveld. Hij stond tegenover Tom Pearce van de thuisclub toen zijn gevreesde worp een laagvliegende huismus raakte. Het verslag in de Times dichtte de mus zelfmoord toe en prees de onfortuinlijke vogel om zijn altruïsme waardoor MCC voor een nog grotere nederlaag werd behoed. Uit eerbetoon liet de club de mus opzetten – heel theatraal op de bal die zijn dood veroorzaakte – en gaf het preparaat een ereplaats in haar museum. Sportclubs houden kennelijk van gevederde trofeeën: ook de kokmeeuw die doelman Eddy Treytel op 15 november 1970 uit de lucht schoot, kreeg een plaats in de prijzenkast van Feyenoord.

Hoewel de Lord’s mus onder cricketliefhebbers grote bekendheid geniet, bleef hij onopgemerkt door vogelkundigen, totdat ’s werelds grootste mussenkenner, J. D. Summers-Smith, er in 1963 een foto van afbeeldde in zijn monografie The House Sparrow, met het mooie, onderkoelde bijschrift „Jonge huismus en zijn doodsoorzaak”.

Op zoek naar beroemde mussen voor De Grote Huismus Tentoonstelling vraag ik mij af of hij bewaard gebleven is. Er is goede hoop. Het museum van de Marylebone Cricket Club blijkt nog te bestaan. Het is zelfs het oudste geheel aan sport gewijde museum. De eerste persoon die ik telefonisch te spreken krijg, weet me direct te vertellen dat de sparrow een van de topstukken is, samen met de mythische ashes urn, met daarin de ritueel verbrande resten van het (dode) Engelse cricket na de eerste dramatische nederlaag tegen Australië in 1882. Een museum met zoveel gevoel voor traditie en humor moet de opname van hun trofee in de Wall of Fame van beroemde mussen in Rotterdam wel kunnen waarderen. Er gaat een officieel bruikleenverzoek naar de cricketclub en de board beslist positief: de opgezette mus mag voor het eerst in zijn 70-jarig bestaan als museumstuk het Lord’s cricketcomplex verlaten. Enige voorwaarde is dat hun topstuk met de hand vervoerd wordt door een specialist.

Een paar dagen voor de opening van de tentoonstelling vlieg ik naar Londen met als handbagage een gereedschapskoffer die voor de gelegenheid is omgebouwd tot mustransportkist. Ik betreed het cricketwalhalla zoals het hoort, door de beroemde Grace Gates. Het museum ligt wat verscholen naast een Victoriaans paviljoen, de in 1889 gebouwde eretribune. Direct bij binnenkomst staat de sparrow in een eigen vitrine. De eerste aanblik valt wat tegen: hij is ernstig verbleekt, het gevolg van 70 jaar onbeperkte blootstelling aan daglicht. Maar het ensemble is een puik staaltje Britse taxidermie met de mus fladderend boven een roodlederen cricketbal, gemonteerd op een notenhouten sokkeltje, bekleed met groenachtig vilt.

Conservator Neil Robinson ontmantelt de vitrine en overhandigt mij plechtig een stanleymes waarmee ik in de schuimrubber bodem van de kist een naadloos passende plek lospeuter. Mus en bal verankeren zich rotsvast in de bodem. Robinson knikt tevreden en zegt: „Klaar om weer te vliegen.” Op verzoek mag ik even het veld op, naar de plek waar de mus de dood vond. Het uitzicht is weids, het gras groener dan groen. Ik plaats de kist met mus voorzichtig op de gemillimeterde zoden en open het deksel. Een flauw najaarszonnetje beschijnt het preparaat, frisse lucht kruipt tussen de muffe veertjes. Iedereen glimlacht en wacht, maar een wonder blijft uit.

Deze en andere mussen zijn nog tot en met 13 mei te zien op de huismustentoonstelling in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Voor meer informatie: www.nmr.nl