Vrede N-Ierland door coalitie onverzoenlijken

Oude vijanden regeren nu samen in Noord-Ierland: ‘Big Ian’ Paisley en nummer twee van het katholieke Sinn Féin. Een winkelier: „Ik ben tegen terroristen in de regering.”

Belfast, 8 mei. - Weer klonken er gisteren pistoolschoten in de straten van de Noord-Ierse hoofdstad Belfast. Maar bloed vloeide er deze keer niet. Bij de start van de marathon draafden bijna 14.000 Noord-Ierse protestanten en katholieken weg – zij aan zij, zonder één wanklank.

„Dit evenement is een teken van de veranderde tijden in onze stad”, zei burgemeester Pat McCarthy voldaan nadat de stoet bij het monumentale Victoriaanse stadhuis was vertrokken. Ook hijzelf is daarvan een bewijs. Niet lang geleden zou het ondenkbaar zijn geweest dat de ambtsketen om de hals van een katholiek als McCarthy had gehangen.

Met ingang van vandaag moeten ook de hoogste Noord-Ierse politici bewijzen dat ze in staat zijn boven zichzelf uit te stijgen. Dominee Ian Paisley, tot voor kort de meest onverzoenlijke politicus van Noord-Ierland, legde vanmiddag de ambtseed af als eerste minister van de nieuwe regionale Noord-Ierse regering.

Zijn vroegere aartsvijand Martin McGuinness, nummer twee van het katholieke Sinn Féin en oud-commandant van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), wordt zijn plaatsvervanger.

Weinigen hadden zo’n coalitie nog maar een paar maanden geleden voor mogelijk gehouden. Maar eind maart, onder forse druk van vooral de Britse premier Tony Blair, verschenen Paisley en Sinn Féin-leider Gerry Adams glimlachend samen in het Noord-Ierse parlement – zonder elkaar de hand te drukken, maar mét de belofte zes weken later te gaan regeren.

Zo lijkt een vreedzaam einde in zicht van een van de langstslepende conflicten in West-Europa. En zo kan de veelgeplaagde Blair op de valreep van zijn premierschap nog een belangrijk succes op zijn erelijst laten noteren.

De katholieken hebben zich al langer mentaal kunnen instellen op regeringsdeelname sinds de IRA in 2005 de gewapende strijd opgaf. Maar vooral voor de achterban van ‘Big Ian’, zoals Paisley wegens zijn lengte en zijn machtige stemgeluid vaak wordt genoemd, is deze dramatische wending in de Noord-Ierse politiek nog wennen. Niet iedereen kan de bejaarde dominee bijbenen.

„Ik ben er tegen terroristen in de regering op te nemen”, zegt een gepensioneerde protestantse winkelier in zijn woonkamer vol koperen schalen en glanzende beelden van poezen. Met ‘terroristen’ bedoelt hij vroegere IRA-strijders. Die hebben volgens hem politiemensen gedood, die gewoon hun werk deden. „Ik word liever direct vanuit Londen bestuurd dan door Paisley en de mensen van Sinn Féin”, zucht hij.

Vervolg NOORD-IERLAND: pagina 5

NOORD-IERLAND

‘Iedereen hier snakt naar rust en kalmte’

Vervolg van pagina 1

Paisley heeft de politieke schade van zijn besluit evenwel weten te beperken. „Zijn aanhangers waren erg verbaasd over deze U-bocht”, zegt de politicoloog Sydney Elliott van Queens University. „Maar ze hebben zich er grotendeels bij neergelegd.” Eén Europarlementariër van Paisley’s eigen Democratische Unionistische Partij (DUP) stapte uit protest op, en ook zes DUP-raadsleden uit de plaats Ballymena was samenwerking met de katholieken een brug te ver. Daarbij is het verzet gebleven.

Langs Shankill Road, een protestants bolwerk aan de westkant van de stad, lijkt er op het eerste gezicht weinig veranderd vergeleken bij enkele maanden geleden. ‘Opdat we niet vergeten’, staat er bij een grote muurschildering ter herinnering van drie gedode leden van de UVF, de protestantse paramilitaire organisatie. „Deze dappere mannen werden gedood door de vijanden van Ulster”, staat erbij. Ook de UVF met haar leus ‘Voor God en Ulster’ kondigde vorige week echter – in het voetspoor van de IRA – aan dat ze de gewapende strijd tegen de katholieken zou staken.

Groot enthousiasme valt er in de wijk niet voor Paisley’s ommezwaai te bespeuren maar velen hebben er wel begrip voor. ,,Het moest er een keer van komen”, meent Ian Stewart, een van veel tatoeages voorziene zanger in de bar van een buurthuis nabij Shankill Road. „Maar ik ben er niet gerust op dat het goed afloopt. We hebben al eerder zo’n eigen regering gehad en dat liep spaak.” Een paar vrouwen van middelbare leeftijd, die buiten het buurthuis een sigaret roken, juichen de komst van de nieuwe coalitie op zichzelf toe. „Maar ik geloof het pas als ik het zie. Politici beloven altijd van alles”, zegt een van hen.

In een pub aan Shankill Road werkt een oudere man tegelijk een whisky en een pils weg. „Paisley is niet zozeer mijn man maar dit is een goede stap”, zegt hij. „Eigenlijk snakt iedereen hier naar rust en kalmte.” Aan een balk boven hem hangt een bordje met de toepasselijke oproep ‘no shooting’. De waard meldt geruststellend dat de laatste keer dat zijn gasten hun schietlust niet konden bedwingen al van vele jaren geleden dateert.

Sommige commentatoren menen dat er iets onrechtvaardigs in schuilt dat uitgerekend Ian Paisley, die eerdere vredesinitiatieven van gematigde figuren zo vaak torpedeerde, zich nu opwerpt als een soort redder des vaderlands. Noord-Ierland zou in betere handen zijn geweest bij een gematigde protestantse politicus als David Trimble, die al in de jaren ’90 zijn nek durfde uit te steken voor vrede, stelde Trimble’s voormalige adviseur Paul Bew in het maandblad Prospect.

Ook de Amerikaanse ex-senator George Mitchell, die jarenlang het vredesoverleg in Noord-Ierland probeerde aan te zwengelen, noemde het deze week ironisch dat Paisley nu eerste minister wordt. Maar, zei hij berustend, in de politiek gaat het nu eenmaal niet altijd fair toe.