Sjiek gymnasium is ineens een achterstandsschool

Een school in Amsterdam krijgt wel subsidie voor achterstandsleerlingen, een school in Harlingen niet. Een nieuwe regeling heeft opmerkelijke gevolgen.

Rotterdam, 8 mei. - Het is dat rector Marten Elkerbout van het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium toegaf dat de aan zijn school toegekende subsidie „niet terecht” is. Anders was de nieuwe regeling voor het toekennen van subsidies aan achterstandsscholen in het voortgezet onderwijs, die in dit schooljaar is ingegaan, misschien wel geruisloos voorbij gegaan.

Elkerbout zei afgelopen zaterdag in het Onderwijsblad van de Algemene Onderwijsbond (AOb) dat hij niets snapt van de subsidieregeling voor achterstandsscholen. Zijn relatief welvarende Barlaeus Gymnasium kreeg voor de komende twee jaar 380.000 euro van het ministerie van Onderwijs. Omdat 53 procent van de leerlingen uit een achterstandswijk komt, is het Barlaeus automatisch een achterstandsschool.

Dat het Barlaeus dit geld krijgt, is het gevolg van een beleidswijziging. Zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs is afgelopen jaar de financiering van het achterstandsbeleid gewijzigd. Voorheen kregen de steden een deel van het geld en kregen scholen extra geld op basis van de hoeveelheid achterstandsleerlingen. Nu gaat al het geld naar de scholen.

In de oude situatie was het extra geld bestemd voor scholen met leerlingen van niet-westerse afkomst die korter dan acht jaar in Nederland verblijven. In 2005 voldeden slechts 26.407 leerlingen in het voortgezet onderwijs (drie procent van het totaal) aan deze eisen. Onder de scholen van deze leerlingen werd 46 miljoen euro verdeeld.

De nieuwe ‘leerplusregeling’ is gebaseerd op de Armoedemonitor van het CBS, een instrument dat ook door minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) wordt gehanteerd om de armoede in de wijken te bepalen. De veertig wijken van Vogelaar zijn gebaseerd op achttien indicatoren. De leerplusregeling gaat slechts uit van drie factoren: meer dan vijftien procent van de huishoudens in een postcodegebied heeft een laag inkomen, dertien procent of meer huishoudens heeft een uitkering en zeven procent of meer mensen is van niet westerse afkomst.

In Nederland voldoen 305 wijken aan deze criteria. Zo vallen 46 van de 63 Amsterdamse wijken onder deze noemer. In Rotterdam betreft het 41 van de 66 wijken. In de G4, de vier grote steden, worden 127 wijken ‘armoedeprobleemcumulatiegebied’ genoemd. Zij ontvangen daar samen 40 miljoen euro voor. In de G24, het netwerk met steden als Zwolle, Leeuwarden en Groningen, passen slechts 119 wijken in de definitie. Zij ontvangen samen 10 miljoen euro. Naar overige gebieden, in Groningen en Limburg, gaat 8 miljoen.

Met name door de toevoeging van het criterium van zeven procent bewoners van niet-westerse afkomst vallen wijken in Noord-Nederland buiten de boot. Een wijk als Plan Zuid in Harlingen kwam onlangs als tweede uit de bus in een lijst van armste wijken van Nederland. In de lijst van 305 wijken van de leerplusregeling komt deze wijk niet voor.

Een Harlingse achterstandsschool maakt dus geen kans op extra geld, het Amsterdamse Barlaeus wel. De regeling is gebaseerd op een advies van onderzoeksbureau ITS. Maar volgens onderzoeker Adrie Claassen is er „niet verstandig” met het advies omgegaan.

Het advies was gebaseerd op uit de achterstandswijken afkomstige leerlingen van de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo. Bovendien adviseerde het ITS om het geld alleen toe te kennen als meer dan veertig procent van de leerlingen van een vmbo-school uit zo’n wijk komt. De vorige minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven (CDA), besloot na raadpleging van diverse instanties de regeling voor het hele voorgezet onderwijs te laten gelden en de drempel naar dertig procent te verlagen.

Claassen is „verbaasd” over de werkwijze van het ministerie. „Ik zou het nooit zo hebben gedaan. Onze berekening werkte goed bij vmbo-scholen, maar je kunt niet zomaar de criteria veranderen.”

De evaluatie van de regeling staat over vier jaar gepland. Rector Elkerbout van het Barlaeus heeft al gepleit voor een snellere evaluatie, net als scholenorganisatie VO-raad. Het ministerie kan daar nog niets over zeggen, aldus een woordvoerster. Maar volgens haar komt het extra geld „terecht bij de scholen die het het hardst nodig hebben.”