Razende rock van snotapen The View

Concert: The View. Gehoord: 7/5. Rotown, Rotterdam. Herhaling: 8/5. Melkweg, Amsterdam.

Daar staan ze dan, de vier Schotse snotapen. Met hun ontplofte haar en hun te grote instrumenten. Henny Huisman ontbreekt er nog net aan om ze eerst door een rokende Soundmixshow-deur te jagen voordat ze hun 21ste-eeuwse vertolking van The Who mogen opvoeren. De roadies zijn in ieder geval wel een kop groter.

Maar straks gaat het knetteren. Dan zal The View de uitverkochte Rotown, waar de bezoekers gemiddeld tien jaar ouder zijn, laten schudden met een nummer over een ongewassen spijkerbroek. „I’m going to a disco in the middle of the town”, klinkt de rock ‘n’ roll-rebellie van zanger Kyle Falconer in Same Jeans. „Everybody’s dressing up, I’m dressing down.”

Het zijn simpele rijmpjes als deze waar hun onlangs verschenen debuut Hats off to the Buskers vol mee staat. Voordat de plaat uitkwam, was de single Wasted Little DJ’s in eigen land al verkozen tot het nummer van het jaar. Met dank aan de kruiwagen van Pete Doherty, die het viertal mee op tour nam met zijn Babyshambles.

In tegenstelling tot hun gedrogeerde peetvader hebben de (bijna-)twintigers nog een overdosis aan wilskracht en energie. The View stuitert over het podium. De eerste helft van de set raast voorbij, ook al kan Kienen Webster zijn loodzware Rickenbacker-bas maar net omhoog houden.

Gaat bij drummer Steven Morrison na twee nummers het shirt al uit, gitarist Pete Reilly heeft genoeg naar Johnny Ramone gekeken om te weten dat je nooit je leren jack uitdoet, nimmer je rug naar het publiek keert en wijdbeens staat. Dit is geen Britpop kortom, dit is rock ‘n’ roll.

Falconer laat zijn Schotse ‘r’ rollen en houdt met één oog – voor het andere hangen donkere krullen – de zaal in de gaten. In rustige stukken zweeft zijn stem zoals die van Morrissey bij The Smiths. Moeiteloos schakelt hij een couplet later een octaaf omhoog. En ook al moet hij zich rekken om zijn gitaar te stemmen, als hij zijn strot echt opentrekt, lijken de jaren opeens dubbel te tellen.

Zijn er dan geen jeugdzondes? Jawel, want door een onnodige instrumentenruil valt het optreden halverwege dood. En de twee weinig strakke skanummers doen denken aan een slechte schoolband, mede door de valse bralzang van Webster. Maar zodra alle (bas)gitaren weer om hun oorspronkelijke eigenaar hangen, brult Rotown Face for the Radioluidkeels mee.

Na drie kwartier zijn de nummers op. Wie de volgende dag op de gastenlijst wil voor het concert in de Amsterdamse Melkweg „moet gewoon even bellen”, ratelt Falconer tot slot. „Echt waar.”