Milena (1)

Liefde en dood, dat was wat Franz Kafka vooral in Wenen vond.

Laten we de dood in deze serie voor het laatst bewaren, zoals het hoort. De liefde is per definitie kortstondiger, zeker bij iemand als Kafka. Toch leerde hij in Wenen een vrouw kennen, van wie hij voor het eerst zielsveel leek te houden. Ze heette Milena Jesenská, ze was een Tsjechische en dertien jaar jonger dan Kafka. Ze ontmoette hem als 24-jarige in 1920 voor het eerst, nadat ze hem had aangeboden zijn werk in het Tsjechisch te vertalen.

Die eerste ontmoeting tussen Milena en Kafka vond in Wenen plaats, waarheen Milena vanuit Praag met haar man Ernst Polak was verhuisd. Hun huwelijk was slecht, Polak bedroog haar voortdurend met andere vrouwen. Vier zomerdagen brachten Kafka en Milena samen in Wenen door – dagen die Kafka leken te veranderen. Hij was zozeer onder de indruk van de hartstochtelijke, vrijgevochten Milena dat hij zijn vriend Max Brod schreef: „Zij is een levend vuur zoals ik het nog nooit heb gezien.”

Zestien uur had Kafka over de treinreis van Praag naar Wenen gedaan. Mijn trein doet er slechts 4,5 uur over, maar ik arriveer wel op hetzelfde station als Kafka: het Südbahnhof. Daar nam hij zijn intrek in hotel Riva, dat nu hotel Congress heet en aan de razenddrukke Wiedner Gürtel ligt. Hij kon Milena niet in haar huis aan de Lerchenfelderstraße bezoeken , want ze woonde daar nog met haar man. Hij vroeg haar naar zijn hotel te komen, al kondigde hij wel aan dat hij haar huis „zo mogelijk onzichtbaar” zou bekijken.

Ik loop de vermoedelijke route die hij naar haar huis heeft genomen, en kom in delen van Wenen terecht die ik niet ken. Vijf kwartier duurt deze wandeling van het zuiden naar het noordwesten van de stad. Vrijwel geen toeristen kom je er tegen, al is ook dit deel van Wenen niet te versmaden: veel fraaie architectuur in buurten voor de hogere middenklasse.

Ik doe enkele verrassende ontdekkingen. In de Kettenbrückengasse passeer ik opeens het sterfhuis van Franz Schubert, een bescheiden tussenwoning van twee verdiepingen. Daar stierf Schubert op 19 november 1828 aan vermoedelijk syfilis, wat er overigens op de voorgevel niet bijstaat.

Schubert – zou het Kafka iets gezegd hebben toen hij erlangs kwam? Kafka was geen muzikale man. Schubert en Kafka – twee genieën die jong stierven, respectievelijk als 31- en 40-jarige.

Verderop, in de Capistrangasse, sta ik opeens oog in oog met Café Kafka. „Waarom die naam?”, vraag ik aan de barkeeper. „Omdat we van hem gehouden hebben’’, zegt hij. Ik wijs naar het fotootje van Milena achter hem tegen de muur. „Zij is in een vernietigingskamp omgekomen”, zegt hij. „Net als de drie zusjes van Kafka”, zeg ik. Hij knikt.

Dan vertelt hij dat er op de hele wereld maar drie Kafka-cafés zijn: in Praag, Brussel en Wenen. Dat Kafka eigenlijk niet van drank hield, weet ik nog net voor me te houden.

De mars gaat verder: naar de Lerchenfelderstraße 113. Het huis van Milena staat er nog, gerenoveerd, maar toch herkenbaar: een hoog, grauw pand in een minder aantrekkelijk deel van deze lange straat. Ze woonde op de vierde verdieping.

Toen ze hier woonde, kon ze nog de illusie hebben dat het leven haar veel te bieden had.