Juist de seculieren bedreigen Turkije

In Turkse moslimkringen is beslist verdere modernisering nodig. Maar het gaat al deze kant op. En welke problemen Turkije ook mag hebben, het mag nooit het pad van de democratie verlaten, meent Mustafa Akyol.

Het is geen geheim dat het islamitische fundamentalisme in de huidige wereld, en met name in het Midden-Oosten, een bedreiging voor democratie, vrijheid en veiligheid vormt. Maar diezelfde waarden kunnen ook worden bedreigd door seculiere fundamentalisten. Het secularisme à la Turkije, een radicalere versie van het Franse seculiere stelsel, is hiervan een goed voorbeeld.

Het Amerikaanse model van het secularisme garandeert individuele godsdienstvrijheid. Het Turkse model daarentegen waarborgt het recht van de staat om de godsdienst te beheersen en de godsdienstige praktijk naar believen te onderdrukken. Dit komt voort uit een verering van de staat als doel op zichzelf, een entiteit waarvoor alle andere waarden mogen – en moeten – worden opgeofferd.

Hiermee vermengd is de vijandigheid die de Turkse secularistische elite voelt tegenover de godsdienst in het algemeen. Onder invloed van de Europese antireligieuze bewegingen uit het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw beschouwt deze elite de godsdienst als een premoderne mythe die moet worden uitgebannen voordat de moderniteit tot bloei kan komen.

Het gevolg van deze opvatting is een autoritaire strategie: de politieke macht moet in handen van de secularistische elite blijven. De ‘seculiere republiek’ staat daarmee gelijk aan de ‘republiek van seculieren’ – niet de republiek van alle burgers.

Bovendien rekent de seculiere elite het tot haar verantwoordelijkheid om de bloei van de godsdienst te verhinderen; ze ziet het als de juiste rol van de staat om godsdienstige gemeenschappen te onderdrukken, godsdienstonderwijs te beperken en zichtbare tekenen van geloofsbelijdenis als de hoofddoek te verbieden.

Het secularistische programma verliep soepel in het tweede kwart van de twintigste eeuw, toen Turkije onder een eufemistisch ‘eenpartijbewind’ leefde. Maar na de Tweede Wereldoorlog moest de secularistische elite noodgedwongen een hinderlijk ongemak accepteren – democratie.

Sinds 1950 is vrijwel elke verkiezing gewonnen door centrum-rechtse partijen, die voorstander waren van een betrekkelijke godsdienstvrijheid. De laatste tijd hebben radicaal islamitische partijen aan populariteit gewonnen.

Een liberale loot van deze partijen, de partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling, onder haar Turkse initialen bekend als de AK-partij, kwam in 2002 aan de macht door haar radicaal islamitische verleden af te zweren en zichzelf als ‘conservatief’ te omschrijven.

De ontwikkeling van de AK-partij is een interessant verhaal. In islamitische Turkse kringen wordt al lange tijd gehoopt op een terugkeer van het roemrijke Ottomaanse en het islamitische verleden, waarmee de heersende autocratie – die wordt gezien als een kwaadaardig geschenk van het Westen – zou kunnen worden verdreven. Maar sinds de jaren tachtig van de afgelopen eeuw zijn de Turkse moslims dankzij hun groeiende interactie met de rest van de wereld tot een belangrijk besef gekomen: het Westen is beter dan de westerlingen.

In de wetenschap dat de westerse democratieën nu juist een godsdienstvrijheid geven die Turkije zijn burgers ontzegt, hebben de moslims van de AK-partij hun koers naar vrijheid verlegd. In plaats van te proberen de staat te islamiseren, hebben ze besloten hem te liberaliseren. Daarom is in het huidige Turkije de AK-partij de grootste voorvechter van toetreding tot de Europese Unie, democratisering, vrije markt en individuele vrijheden.

Om diezelfde reden zijn er veel seculiere liberalen (onder wie ook atheïsten en agnosten) die sympathiseren met de regering van de AK-partij onder leiding van premier Tayyip Erdogan.

Het interessante is dat de secularistische tegenstanders hiermee het fel antiwesterse standpunt van die partij hebben omarmd. De meeste ultraseculiere deskundigen speculeren over ‘het verbond tussen de gematigde islam en het Amerikaanse imperialisme’ – en verfoeien beide.

Bij de recente demonstraties in Ankara en Istanbul keerden de secularistische betogers zich met een woordspeling tegen minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gül, de presidentskandidaat van de AK-partij: ‘Wij willen geen ABD-ullah als president’, stond op hun borden. ‘ABD’ is het Turkse equivalent van ‘VS’. Met andere woorden: ze noemden Gül ‘VS-ullah’.

Deze antiwesterse, antigodsdienstige en antiliberale ideologie is de grondslag van de huidige ultrasecularistische hype in Turkije. De aanhangers ervan verwijten de regering van de AK-partij het gebruik van een salamitactiek om de ‘shari’a’ in te voeren, maar het bewijs daarvoor is verre van overtuigend.

Ze wijzen op het toestaan van vreedzame godsdienstige praktijken, de benoeming van belijdende gelovigen in het ambtelijke apparaat (altijd het bolwerk van de secularisten) en de mogelijkheid dat de first lady van het land weleens de gehate hoofddoek zou kunnen dragen.

Het Turkse leger heeft op 27 april ernstig gewaarschuwd tegen de bedreiging van het secularisme en gewezen op het onomstotelijk bewijs van een groeiend godsdienstfanatisme: er waren twee groepen schoolmeisjes waargenomen die met bedekt hoofd de lof van de profeet Mohammed hadden gezongen. Als dit uiterst alarmerende schouwspel in de vrije wereld had plaatsgevonden, zou vanzelfsprekend niemand een wenkbrauw hebben opgetrokken.

In Turkse moslimkringen is beslist een verdere modernisering nodig, maar uit studies blijkt dat het deze kant al op gaat. En welke problemen Turkije ook mag hebben, het mag nooit het pad van de democratie verlaten. De westerse wereld zou de inspanningen van het land in die richting moeten ondersteunen.

De uiteindelijke oplossing zal natuurlijk komen als wij Turken inzien dat alle burgers – of ze nu een hoofddoek, een kruis of een minirok dragen – gelijk zijn. Onze overgevoelige republiek zal veiliger en opgeluchter zijn wanneer ze hen als zodanig behandelt.

Mustafa Akyol is adjunct-hoofdredacteur van de Turkish Daily News in Istanbul.

©International Herald Tribune