In Servië is de democratie in gevarenzone beland

Hoe democratisch is de partij van de Servische premier Koštunica? Sinds gisteren bestaan daar twijfels over. De vorming van een democratische regering komt in gevaar.

Rotterdam, 8 mei. - Kiest Servië, getergd en gefrustreerd door zijn isolement in Europa, met de voortdurende hete adem van het Joegoslavië-tribunaal in de nek en het dreigende verlies van Kosovo voor de deur, voor radicalisering?

Het lijkt er sterk op. Gisteren koos het Servische parlement Tomislav Nikolic tot voorzitter. Nikolic leidt bij ontstentenis van haar leider, de van oorlogsmisdaden beschuldigde Vojislav Šešelj, de Servische Radicale Partij (SRS). De SRS is extremistisch, ultra-nationalistisch, voorstander van geweld ter verdediging van Kosovo. Haar leider Šešelj vormde milities die in Kroatië en Bosnië oorlogsmisdaden hebben gepleegd. Ze vindt haar aanhang onder de laag opgeleiden, de plattelanders, de ongeïnformeerden en ze bloeit op naarmate de kwaadheid bij de bevolking over de als incompetent en corrupt ervaren bestuurders groeit.

De kans dat Nikolic lang voorzitter van het parlement blijft, is klein. Servië hield op 21 januari parlementsverkiezingen. Volgens de grondwet moet er op 14 mei een nieuwe regering zijn gevormd. Als dat lukt, gaat de post van parlementsvoorzitter naar een van de coalitiepartijen – en daar zal naar verwachting Nikolic’ SRS niet bij horen. Als de regering er op 14 mei niet is, wordt het parlement ontbonden en verliest Nikolic op die manier zijn functie.

Het meest onrustbarende facet van Nikolic’ verkiezing is de steun die hij gisteren kreeg van de partij van premier Vojislav Koštunica, de Servische Democratische Partij (DSS). Een bijna-onvoorstelbaarheid, die het Servische nieuwsbulletin VIP er vandaag toe bracht de term ‘democratische partijen’ ten grave te dragen. Daarmee worden in Servië de DSS, de Democratische Partij (van president Boris Tadic) en de radicaal hervormingsgezinde G17 Plus aangeduid. Maar de DSS heeft zich volgens VIP gisteren als democratische partij gediskwalificeerd.

Achtergrond van de spectaculaire koerswijziging van Koštunica – een conservatieve, stijve nationalist – is de moeite die hij heeft met de pro-westerse Democratische Partij, de DS. De DS is de schepping van Zoran Djindjic, de flamboyante filosoof die met Koštunica tegen het regime van Slobodan Miloševic vocht en die premier werd toen Miloševic viel. Koštunica en Djindjic konden niet met elkaar overweg. Na hun beider aantreden (als president en premier van Servië), eind 2000, verslechterde hun relatie. Het belangrijkste breekpunt tussen hen en hun partijen was de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal van hoofdaanklager Carla Del Ponte, waarmee Djindjic en zijn DS wel en waarmee Koštunica en zijn DSS niet wilde en wil samenwerken. Het is nog steeds een belangrijk twistpunt. „Ik wil niet dat Carla Del Ponte dit land regeert”, zo beet Koštunica de huidige DS-leider Boris Tadic vorige week toe tijdens hun coalitie-overleg.

Koštunica’s afkeer van de DS is sinds de verkiezingen van januari uitgegroeid tot wat VIP vandaag gewoon haat noemde. Al bijna vier maanden zit Servië zonder functionerende regering, met ernstige economische consequenties, want grote besluiten worden niet genomen, privatiseringen blijven liggen en investeerders blijven weg. Voor een deel is dat te wijten aan de kwestie-Kosovo, die in een beslissende fase is beland en alle aandacht opeist. Pas in maart begon het coalitie-overleg van de drie democratische partijen, DS, DSS en G17 Plus, de partijen die tot elkaar veroordeeld zijn als Servië een internationaal acceptabele regering wil hebben. Sindsdien zijn ze geen centimeter opgeschoten, eerst omdat Koštunica tot elke prijs premier wil blijven hoewel de DS in het parlement veel groter is dan zijn DSS, en vervolgens omdat de partijen het niet eens konden worden over de machtsministeries.

Op dat laatste punt speelt opnieuw het Joegoslavië-tribunaal een rol: dat eist de van oorlogsmisdaden verdachte Ratko Mladic op. De DS wil hem graag uitleveren. Om hem te kúnnen uitleveren moet de DS echter de controle hebben over de geheime diensten en de politie. Maar de DSS wil die controle niet afgeven en zelfs niet delen. Daarop liep het afgelopen weekeinde het coalitie-overleg stuk.

Hoe nu verder? G17 Plus heeft de afgelopen dagen gezegd dat ze uit het coalitie-overleg stapt als Koštunica Tomislav Nikolic helpt voorzitter van het parlement te worden. Als de hervormers zich nu inderdaad terugtrekken, is Servië, wat de vorming van een nieuwe regering betreft, terug bij af. Dan volgen binnenkort nieuwe verkiezingen, die ongetwijfeld zullen leiden tot verdere winst voor de ultra-nationalisten van Nikolic, die nu al de grootste partij in het parlement zijn. Een ander mogelijk scenario is een coalitie van Koštunica met die ultra-nationalisten. Maar zo’n coalitie zou Servië’s internationaal tot paria maken.