Geslacht

Een tijd geleden zag ik een documentaire over vrouwen die zich hadden onderworpen aan een kuur met het mannelijke geslachtshormoon testosteron – in elk geval met een afgeleide daarvan. Aanvankelijk dacht ik met een lang uitgevallen commercial te maken te hebben; de vrouwen putten zich uit in een lofzang op de behandeling. Ze hadden meer energie, de libido was spectaculair verbeterd, ze waren daadkrachtiger, minder neerslachtig, en verrukkelijk agressief. Een van hen vertelde dat ze zich nu moeiteloos kon handhaven tussen het mannelijk ellebogengeweld in de hoogste regionen van het bedrijfsleven. „Nu weet ik wat ik al die tijd gemist heb.” Of ze haar bovenlip vaker moest harsen vertelde ze er niet bij.

Het testosteron is ongelijk verdeeld over de geslachten, dat leken de vrouwen vooral te willen zeggen. Misschien is dat ook zo, maar wie moet je daarvoor aansprakelijk stellen?

Goed, testosteron, de biologische wig tussen de geslachten. In het recent gepubliceerde onderzoek ‘De val en opkomst van het sekseverschil’ gaat Jos de Koning van de Vrije Universiteit Amsterdam met zijn Amerikaanse collega’s Stephen Seiler en Carl Forster dieper in op de biologische ongelijkheid in de sport. Zij vergeleken de prestaties tussen mannen en vrouwen op de sprintonderdelen van het hardlopen, zwemmen en schaatsen en zagen de verschillen tussen de seksen in de jaren tachtig eerst kleiner worden, maar daarna weer toenemen. De onderzoekers zien een onmiskenbaar verband met de verbetering en de toename van de wereldwijde dopingcontroles. „Het verkleinen van het gat is kunstmatig geweest.”

Zijn dan vooral vrouwen slachtoffer geworden van de dopingjacht? Dat zou je kunnen stellen. Vrouwen produceren veel minder testosteron dan mannen, ze profiteren dus veel meer van een extra toegediende dosis. Daar komt bij dat door hun lage spiegel extern toegediend testosteron veel makkelijker is aan te tonen. Onrechtvaardig is het dan weer wel dat mannen risico’s nemen voor een geringere verbetering.

Ik herinner me opeens een aangrijpend verhaal uit de olympische doos. Tijdens de Spelen van 1932 in Los Angeles won Stanislawa Walasiewicz voor Polen een gouden medaille op de 100 meter hardlopen. Onder de naam Stella Walsh had ze daarvoor al heel wat Amerikaanse nationale kampioenschappen op haar naam geschreven hoewel ze – zij was een emigrantenkind – officieel nog geen Amerikaans staatsburger was. Op de Spelen van Berlijn in 1936 liep ze weer voor Polen, maar ze verspeelde haar titel aan de Amerikaanse Helen Stephens. Een rel brak uit. Stephens werd ervan verdacht een man te zijn, maar mocht haar medaille behouden nadat officials een flukse blik op haar geslacht hadden geworpen.

In 1947 werd Stanislawa officieel Amerikaanse. Ze trouwde met de bokser Neil Olsen en liet zich voortaan Stella Walsh Olsen noemen. Het huwelijk hield maar kort stand. Vier jaar later stopte ze met atletiek.

Nadat ze in 1980 als omstander bij een beroving door kogels werd gedood in de parkeergarage van een warenhuis, kon de autopsie- arts niet anders vaststellen dan dat het lichaam van Stella mannelijke geslachtsorganen droeg. Kennelijk was Stanislawa een leven lang verkeerd verbonden geweest.

De olympische titel van 1932 werd niet postuum teruggevorderd. Het IOC wist zich geen raad met hem/haar.