Galileo: drama waar Europa niet zonder kan

„Een diepe crisis”, noemde EU-voorzitter Duitsland gisteren de situatie waarin Galileo, het prestigieuze Europese project voor satellietnavigatie, verkeert. Is er nog een uitweg?

Er werd gejuicht. 2005 was vooral een jaar met slecht nieuws voor ‘Brussel’ – Frankrijk en Nederland zeiden nee tegen de Europese grondwet. Maar het slot leek mooi. Op 28 december ging Giove-A de lucht in met een Russische raket. Het was de eerste testsatelliet voor het prestigieuze Europese navigatieproject Galileo.

De Franse president Chirac was „zeer tevreden”. Dankzij Galileo, bedoeld als Europese tegenhanger van het Amerikaanse global positioning system (gps), zou de EU geen „vazal” meer hoeven te zijn van de VS. Galileo is opgezet als civiel project. Maar het kan natuurlijk ook voor militaire doeleinden worden gebruikt, mocht er ooit een Europees leger komen.

Anderhalf jaar later zit Galileo in een „diepe crisis”, zei de Duitse transportminister Wolfgang Tiefensee gisteren. De bedrijven die het systeem moeten bouwen zijn al maanden aan het ruziën over de verdeling van de risico’s en de vraag wie er de leiding krijgt. Het project ligt daardoor bijna stil, terwijl concurrenten in Amerika, en inmiddels ook in China en Rusland niet stilzitten.

Stoppen met het project is geen optie, zei minister Tiefensee, die namens EU-voorzitter Duitland werkt aan een oplossing. „Galileo is noodzakelijk, we kunnen niet zonder. Dit is het belangrijkste hoogtechnologische project in Europa.” Hij verwees naar onderzoek van de Europese Commissie, die heeft becijferd dat de markt voor satelliettechnologie en -navigatie tot 2020 een waarde heeft van 300 tot 400 miljard euro. Dankzij Galileo zouden er 150.000 banen kunnen worden gecreëerd in Europa.

De oplossing die Tiefensee suggereerde: er is meer geld van de EU-begroting nodig om Galileo te bouwen. In de huidige opzet betaalt de overheid ongeveer een derde van de totale kosten van ongeveer 3,5 miljard. De rest zou van de bedrijven moeten komen.

Maar die bedrijven, erkende Tiefensee, hebben een monopolie. Aanvankelijk waren er twee consortia in de race voor Galileo. Maar de EU heeft het goed gevonden dat die twee hun krachten bundelden. „Daardoor kunnen de kosten voor de belastingbetaler aanzienlijk worden gereduceerd”, zeiden de bedrijven destijds in een verklaring.

Het gaat om het Frans-Duitse EADS, Thales en Alcatel uit Frankrijk, het Britse Inmarsat, het Italiaanse Finmeccanica en Aena en Hispasat uit Spanje. Kortom: zo’n beetje alle grote bedrijven die een dergelijk project zouden kunnen uitvoeren doen mee. Ook in Nederland wordt aan Galileo gewerkt, bij het European Space Research and Technology Centre in Noordwijk, onderdeel van het Europese ruimteagentschap ESA. Galileo is een gemeenschappelijk project van ESA en de EU.

De keuze voor één groot consortium had als voordeel dat een lastige politieke keuze werd vermeden: er is geen grote lidstaat die aan de kant hoeft te staan. Maar er is ook een heel groot nadeel, zo blijkt nu: het ontbreekt aan alternatieven.

Volgende week zal eurocommissaris Barrot (Transport) voorstellen doen om uit de Galileo-impasse te komen. Een van de mogelijkheden is dat de EU de leiding van het project overneemt van de bedrijven, en dus ook een deel van de risico’s.

Voormalig minister Zalm van Financiën verzette zich in het verleden tegen dat idee. Zijn opvolger Wouter Bos zei gisteren: „Iets waar meer EU-geld naartoe moet, daar sta ik in principe argwanend tegenover.”