Er is geen formule

En de prijs gaat naar...

Maar wat gaat eraan vooraf? Een ervaren jurylid, Elsbeth Etty, vertelt hoe de selectie in zijn werk gaat.

Op het moment dat gisteravond de naam bekend werd van de winnaar van de Libris Literatuurprijs 2007, wist de jury uiteraard allang wie de gelukkige was. Een eigenschap waarover een jurylid dient te beschikken is dan ook de kunst van het zwijgen.

Een jaar of wat geleden liep ik te wandelen in een uithoek van Nederland toen mijn telefoon ging. Het Radio 1 Journaal meldde zich: „Via de website GeenStijl is uitgelekt dat Tommy Wieringa met Joe Speedboot de AKO Literatuurprijs gaat winnen. U bent jurylid, wat is uw commentaar?”

Zonder na te denken, antwoordde ik: „Geen commentaar, wij hebben daarover nog niet beslist.” Tot op de dag van vandaag laat ik in het midden of dit de waarheid was – wel kan ik onthullen dat mijn voorstel om de periode tussen het vaststellen van de winnaar en het uitreiken van de prijs zo kort mogelijk te laten duren na dit incident door de organisatie van de AKO-prijs is overgenomen.

In 1999-2000 was ik jurylid van de Libris Literatuurprijs, het jaar waarin Harry Mulisch met De procedure won, Cees Nootebooms Allerzielen ook hoge ogen gooide en als diplomatie of compromis hadden geheerst, beide boeken waren weggestreept tegen Over het water van Hans Maarten van den Brink.

Een andere eigenschap die een jurylid van pas komt is een zekere compromisloosheid. Als er uiteindelijk twee boeken overblijven, laat het dan ook tussen die twee gaan. Schroom niet om het op een stemming te laten aankomen, zoals in die Librisjury waarvan ik deel uitmaakte. Vervolgens zat ik vijf jaar achtereen in de jury van de AKO-prijs. De procedure daar is dezelfde als bij de Libris, met als verschil bij de AKO ook literaire non-fictie meedingt. Hoe werkt zo’n jury, bestaande uit vijf à zes leden die in een paar maanden tijd honderden boeken moeten lezen en beoordelen?

Om te beginnen is er de secretaris, die ervoor zorgt dat elk jurylid alle te beoordelen boeken thuis krijgt. Elk boek wordt via een verdeelsleutel door minimaal twee juryleden gelezen en beoordeeld met een A, B of C. Een boek dat twee C’s krijgt valt automatisch af. Maar als een willekeurig jurylid een andere mening heeft en het boek een A of een B geeft, blijft het in de running.

Tegen de tijd dat de longlist van circa 25 titels moet worden samengesteld, zijn er meestal zo’n 40 titels over die genoeg A’s en B’s hebben om in aanmerking te komen. Het maken van de longlist is een feest: je krijgt de kans volslagen onbekende boeken onder de aandacht te brengen en tegenvallende werken van gerenommeerde auteurs met kracht van argumenten te weren.

De spannendste en pijnlijkste vergaderingen zijn die waar de shortlist van maximaal zes titels geselecteerd wordt. Alle juryleden kennen dan alle longlistboeken. In de jury’s waarin ik zat ontstond na langdurig beraad consensus over de shortlist. Dit betekent dat men het erover eens is dat elk genomineerd boek in principe de winnaar kan worden.

En ja – dan breekt het moment aan waarop één boek tot het beste van het jaar gekozen moet worden. Soms levert dat geen probleem op. Ik herinner me een jaar waarin De asielzoeker van Grunberg won, de enige titel die vanaf de eerste juryvergadering alleen maar A’s had gekregen. Het pleit is dan snel beslecht. Maar het kunnen ook slopende bijeenkomsten zijn, waar juryleden niet alleen met elkaar, maar vooral ook met zichzelf in gevecht zijn. Wat géén rol speelt, is bij welke uitgeverij een boek is uitgekomen, of het door een man, een vrouw, een allochtoon is geschreven. Het gaat om literaire kwaliteit, maar daar is geen formule voor.

De argumenten botsen. Veel hangt dan af van de voorzitter. Vroeger, voordat ik ooit in een jury had gezeten, begreep ik niet goed waarom vooraanstaande politici of anderszins bekende maar niet speciaal literair geschoolde figuren voor het voorzitterschap werden gevraagd, maar sinds ik voorzitters als Wim Kok, Paul Rosenmöller, Hans Dijkstal en prinses Laurentien aan het werk heb gezien, weet ik beter. Zij verhinderen chaos en forceren als het moet een besluit.

Wat te doen als de stemmen staken? Ik klap niet uit de school. Maar toen Tommy Wieringa twee jaar geleden de AKO Literatuurprijs niet won en Jan Siebelinks Knielen op een bed violen bekroond werd, lag dat niet aan een poging tot beïnvloeding van GeenStijl, dat een foute gok deed, maar aan een wijze voorzitter die zijn jury met vaste hand de weg wees.

Elsbeth Etty (recensent, columnist en hoogleraar) zat in diverse jury’s, waaronder die voor de Libris literatuurprijs (1999) en de AKO literatuurprijs (2001-2006), de PC Hooftprijs en de Gouden Uil.