Een sok om de hond mee te slaan Bank is werknemersparadijs

Deze week, misschien vanavond al, beslist het bestuur van de Wereldbank over het aanblijven van topman Paul Wolfowitz. De verkeerde man, op de verkeerde plaats?

Zijn het toch zijn sokken geweest? Vorig jaar trok Paul Wolfowitz bij een bezoek aan een moskee in Turkije zijn schoenen uit, en bleek hij bij beide grote tenen een gat in de sok te hebben. Omstanders waren te laat om te voorkomen dat het voorval op de foto ging en vervolgens de wereld over reisde. Onderschat het niet, zegt een medewerker van de Wereldbank. Bij ons in het Westen komt het slordig en wat onverzorgd over. Maar in veel ontwikkelingslanden is het onvoorstelbaar dat een hoogwaardigheidsbekleder, en dan al helemaal de president van de Wereldbank, dit doet. Zij zien dat als een flagrant gebrek aan respect, of als een blijk van een Scrooge-achtige gierigheid: de man koopt niet eens goede kleren!

Wolfowitz hoort deze week, wellicht vanavond al, het oordeel van de raad van bewindvoeders over wat de zaak-Riza is gaan heten. Hij had volgens de raad in strijd met de regels persoonlijk ingegrepen bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden voor zijn partner en werkneemster bij de bank Shara Riza, toen hij in 2005 president werd. Riza werd uiteindelijk overgeplaatst naar het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, met een salarisverhoging die haar inkomen verhoogde van 132.00 tot ruim 190.000 dollar – belastingvrij. Dat is misschien een zonde, maar is het een overtreding die ieder ander ook de kop zou hebben gekost?

Als iedereen bij de Wereldbank die ooit een vriend of relatie een baan of opdracht heeft bezorgd zou worden ontslagen, dan kon het wel eens aardig stil worden bij de bank, zegt een oud-werknemer. Dat geldt volgens hem trouwens voor heel Washington. Ook Herman Wijffels, de Nederlandse bewindvoerder die het onderzoek naar de zaak-Riza leidt, zei drie weken geleden al dat een president die nog geen enkele fout had gemaakt de kwestie wel zou overleven.

Is Riza’s salaris dan zo buitensporig? De vergoedingen bij de Wereldbank zijn zeer ruim. Er zijn naar schatting meer dan duizend van de bijna 10.000 medewerkers die een soortgelijk inkomen als Riza genieten. Om maar te zwijgen van de baaierd van extra tegemoetkomingen. Volgens een oud afspraak bij de oprichting in 1944 betaalt niemand inkomstenbelasting, en betalen Amerikanen een beperkt tarief.

Wolfowitz’ zwakte zou vooral zijn dat hij vanaf het begin de verkeerde man is op de verkeerde plek. Hij voerde volgens waarnemers een veel te rigide anticorruptiecampagne door bij de Bank, die vorig jaar door de ministers van de aangesloten landen sterk werd afgezwakt. Het bracht hem in botsing met de vierentwintig bewindvoerders, een soort van meesturende commissarissen bij de Wereldbank. De architect van de Amerikaanse inval in Irak stond er op een Wereldbankkantoor te openen in Bagdad – conflict nummer twee.

Hij bracht Bush-getrouwen in de bank, zoals Robin Cleveland en Kevin Kellems, als speciale adviseurs die buiten de normale hiërarchie opereerden, en volgens medewerkers een atmosfeer van angst en argwaan introduceerden in het collectief dat de Bank altijd was. Kellems maakt gisteren overigens bekend te stoppen, omdat hij de vijandige sfeer zat is.

En Paul Wolfowitz is, als laatste, ook gewoon Paul Wolfowitz: een voormalige Bush-getrouwe, havik en ‘neo-con’, en daarmee de antithese van de links-liberale sfeer die binnen de Wereldbank domineert. De zaak-Riza was de druppel in een emmer die al tot de rand was gevuld met incidenten, afkeer en twee grote tenen. Een sok om de hond mee te slaan.

Vervolg WERELDBANK: pagina 16

WERELDBANK

Bank is werknemersparadijs

Vervolg van pagina 15

De verkeerde man dus, maar hoe zit het met de verkeerde plek? Zoals elke bureaucratie heeft de Wereldbank een ingebouwde weerstand tegen verandering, ook als die hard nodig is. De cultuur wordt door medewerkers en oud-medewerkers gekenschetst als intellectueel begeesterd, maar gezapig en log in de praktijk. Een club van gelijkgezinden, die het samen goed voor elkaar hebben. Veel medewerkers zitten er al lang. Heel lang. De uitbundige arbeidsvoorwaarden maken het instituut een gouden kooi, waarin de bewoners de wil tot ontsnappen is vergaan. Wat wil je, zegt één van hen, als je uit een ontwikkelingsland komt. Terug naar een ministerie in eigen land, voor 1.000 dollar in de maand? Recrutering vindt plaats op basis van een zo gelijk mogelijke verdeling naar nationaliteit, hetgeen nauwelijks een garantie is voor een optimale kwaliteit van de werknemers.

En dan nog: de Afrikanen of Aziaten die er zitten zijn in eigen land vaak afkomstig van de nationale elite. Het is niet zo dat de armoede die de Bank in de Derde Wereld bestrijdt geëtst is in de belevingswereld van haar personeel. Afrekenen op prestaties vindt, zo zeggen medewerkers, in de praktijk nauwelijks plaats en ontslag komt zelden voor. Zeker voor de autochtonen in Washington is het instituut een nauwelijks voorstelbaar werknemersparadijs. Wie er tien jaar werkt krijgt recht op pensioen. En als de pensionering eenmaal feit is, laten veel oud-medewerkers zich weer als goedbetaald extern adviseur inhuren, zo constateert een oud-werknemer. De Bank barst er van.

De Wereldbankiers hebben dan ook meer dan één reden om strijdbaar te zijn. Elke nieuwe president die de bezem door het instituut had willen halen, had kunnen rekenen op verbeten verzet. De personeelsvereniging was de eerste die openlijk aandrong op Wolfowitz’ vertrek. Veel medewerkers doen dezer dagen mee met de door de personeelsvereniging begonnen actie om blauwe lintjes te dragen. Die lintjes zijn in naam een symbool voor integriteit, maar zijn in feite een openlijke oproep zijn om Wolfowitz aan de kant te zetten. In hoeverre zij daarin slagen zal deze week duidelijk worden. Maar het zal niet voorkomen dat de Wereldbankmedewerkers zich hoe dan ook zullen moeten aanpassen aan de nieuwe tijd: presteren en afgerekend worden. Net zoals Wolfowitz nu overkomt.