De papaver vernietigen of niet, dat is de vraag

Wat gebeurde er deze week rond de missie in Uruzgan? Afghaanse troepen waren begonnen papavervelden te vernietigen, maar ze zijn er weer mee opgehouden.

In de Afghaanse provincie Uruzgan is dit jaar hoogstens twee procent van de geplante papaver, grondstof voor heroïne, door toedoen van de Afghaanse overheid op het veld vernietigd. Dat zeggen ter zake kundige Europese bronnen in Kabul.

Exacte cijfers zijn moeilijk te geven, omdat er dit jaar in Uruzgan belangrijk veel meer papaver lijkt te worden verbouwd dan in 2006. Het cijfer van twee procent is gebaseerd op de cijfers van vorig jaar, die nu te laag zijn. Naar schatting is Uruzgan op de ranglijst van papavervelden opgeklommen van de derde plaats in 2006 naar de tweede plaats dit jaar, onder Helmand.

De velden die vernietigd zijn, door tussenkomst van de Afghaanse gouverneur of een orgaan van de centrale Afghaanse regering, de Afghan Eradication Forces, bevinden zich alle binnen het gebied dat door Nederlandse militairen in Uruzgan wordt gecontroleerd, in het bijzonder in de buurt van Tarin Kowt. De vernietiging van de velden is inmiddels gestaakt. De Afghaanse regering vreest dat doorgaan met deze acties rond de oogst tot te heftig verzet zou leiden.

De vernietiging van de papavervelden in Uruzgan ligt onder het Afghaans gemiddelde dit jaar, ongeveer tien procent. Er zijn ook delen van Afghanistan waar de papaverteelt sterk afneemt, bijvoorbeeld rond Kunduz in het noorden. Maar dat heeft niet in de eerste plaats te maken met het vernietigingsbeleid van de Afghaanse regering, zeggen deskundigen: „De opiumproductie is riskant, want je oogst kan worden vernietigd en je kunt ervoor worden gearresteerd. En bovendien brengt het allerlei gewapend volk en misdadigers naar je gebied. Niet iedereen vindt het dat waard, en in het noorden lijken veel telers nu een andere keuze te hebben gemaakt”.

De geringe omvang van de papaververnietiging in Uruzgan lijkt een Haags politieke discussie over de materie te stoppen. De vorige minister van Defensie, Henk Kamp (VVD), was een warm voorstander van Nederlandse militaire steun aan een eventuele Afghaanse vernietigingscampagne in Uruzgan. Zijn collega van Ontwikkelingssamenwerking, Van Ardenne (CDA), pleitte voor terughoudendheid. Zij wilde maatregelen als inkomenssteun voor arme boeren, die door de vernietiging van de papaver de honger tegemoet zouden gaan. Dat laatste heeft ook de voorkeur van de huidige minister van Ontwikkelingssamenwerking, Koenders (PvdA). De hoogste Nederlandse militair, generaal Berlijn, verklaarde eerder deze maand dat in Uruzgan alleen zou worden vernietigd op plaatsen waar Nederlandse militairen dit soort flankerende maatregelen kunnen nemen.

Niets van dat alles lijkt werkelijk te gebeuren. Voor zover Afghaanse overheden al tot vernietiging zijn overgegaan was dat zonder directe betrokkenheid van Nederlandse- of andere NAVO-troepen – binnen de NAVO-macht ISAF is op centraal niveau tegen deelname aan de vernietiging besloten, met name om geen haat op te wekken. Drugsbestrijding is exclusief in handen van de Afghaanse overheid gelegd.

Maar ook van inkomenssteun aan arme boeren is, voor zover bekend geen sprake geweest. Dat houdt verband met de analyse van Europese deskundigen dat het beeld van de arme boer die om te overleven papaver plant, in zijn algemeenheid in Afghanistan niet opgaat. „Papaver is geen kwestie van overleven, maar van hebzucht”, aldus een deskundige. „De boeren die planten hebben meestal al een naar Afghaanse verhoudingen behoorlijk inkomen uit andere gewassen.”

De Europese deskundigen zien vernietiging overigens niet als een belangrijk middel bij de bestrijding van papaverteelt, en de er uit voortvloeiende opium- en heroïnehandel. Veel effectiever, menen zij, is het om de Afghaanse politie en justitie de handelsnetwerken, laboratoria en voorraden te laten aanpakken. Hoewel er dit jaar politieovervallen in verband met de drugshandel zijn geweest, is er wat dat betreft nog veel te doen. De Afghaanse narcoticabestrijding heeft te maken met gebrek aan kader en ander personeel, en verregaande corruptie tot op hoog overheidsniveau, waarvan de drugshandel zelf vaak de oorzaak is.

Het dit jaar gevolgde anti-drugsbeleid van de Afghaanse regering, dat door de Europese partners in de NAVO gesteund wordt, wordt niet onderschreven door de VS, die de grootste donor en troepenleverancier zijn in Afghanistan. De Afghaanse regering heeft tot nu toe weerstand geboden aan druk om de papavervelden door sproeien vanuit de lucht te vernietigen. De Afghaanse regering vreesde in dat geval massale volksopstanden – een vrees die de Europese deskundigen delen.

In diplomatieke kring in Kabul wordt er echter rekening mee gehouden, dat de Amerikanen – nu vernietiging op de grond dit jaar weinig resultaat had en vanwege het feit dat de totale heroïneproductie in Afghanistan dit jaar per saldo weer zal stijgen – in de naaste toekomst weer op drastischer maatregelen zullen aandringen.