De doe-het-zelfstraf

De minister van Justitie wil er een strafmogelijkheid bij: de ‘thuisdetentie’ als hoofdstraf. Dat komt neer op maximaal vier maanden thuis zitten met een enkelband, elektronisch op afstand bewaakt en onverwacht bezoek van justitieambtenaren die zichzelf mogen binnenlaten. In de praktijk is thuisdetentie bedoeld als aanvulling op de taakstraf of boete. Meestal bij diefstal, fraude, afpersing, inbraak en zware verkeersovertredingen.

Hier wordt dus een overheidstaak afgestoten. De gevangenis komt naar de burger toe. Uw voordeur is voortaan ook celdeur. Minister Hirsch Ballin (CDA) zegt in de memorie van toelichting te hopen op een ‘brede toepassing’ van de nieuwe thuisstraf. Het kabinet schept zo de kans om meer kortere straffen op te leggen, thuis (goedkoop) te executeren. De rechter heeft er in één keer de hele Nederlandse woningvoorraad bij als cel. Nu nog beperkt tot korte straffen. Maar als het bevalt, straks ook voor langere?

In deze vorm is elektronische detentie uniek in de wereld. Overal elders is het onderdeel van een pakket sanctiemaatregelen. Enkelbanden worden gebruikt om een behandeling te controleren, een strafrestant thuis uit te zitten of bewegingsvrijheid na een celstraf of voorafgaand aan een proces te sturen. Nergens is thuisdetentie een ‘kale’ hoofdstraf.

Thuisdetentie kan voor rechtsongelijkheid zorgen. De woning moet er geschikt voor zijn. De dader moet zich neerleggen bij de straf en zelfdiscipline hebben. Helen, dealen, afpersen en frauderen worden door een enkelband en verplicht binnenblijven immers niet verhinderd. Toezicht houden is bovendien voor Justitie een zware opgave gebleken. Uit de evaluatie van proeven bleek maar in één op de vijf gevallen een controlebezoek te zijn afgelegd. De thuisstraf komt in conflict met het huisrecht: de soevereiniteit om thuis letterlijk vrij te zijn van de overheid. Bij zo’n straf zijn immers ook onschuldige huisgenoten betrokken, die mee gestraft worden – als onvrijwillig toezichthouder, gezelschap, verzorger.

Thuisdetentie heeft dus een grote kans te mislukken en te blijven steken in symboliek, waaraan Justitie overigens onthutsend veel waarde toekent. De minister liet opiniepeiler Intomart de begrippen ‘huisarrest’ en ‘thuisdetentie’ vergelijken en koos voor de laatste term „omdat dit officiëler, zwaarder en langduriger klonk’’. Aan de andere kant: als dit geen pure beeldvorming is, betekent het dan dat de minister de woning op termijn ziet als een geschikte plek voor zware en langdurige vrijheidsstraffen? Als dat niet zo is, dan is het meer dan ongepast toch die indruk te willen wekken.

‘Huisarrest’ kan een aanvullende straf zijn, maar geen vervanging van de gevangenis. Thuisdetentie is een verkeerd woord voor een verkeerde koers: vrijheidsbeneming als hoofdstraf is een staatstaak die in een penitentiaire omgeving hoort te worden ondergaan. Voor iedereen gelijk. Parlementariërs die de staat toestaan ieders woning te vorderen om er een cel voor de bewoner van te maken, nemen een groot risico met de rechten van de vrije burger.