200 km wandelen? Ik ben niet zo’n loper

De 82-jarige Jan Uitham begint volgende week dinsdag aan zijn 45ste Elfstedentocht. De oud-badmeester uit het Groningse Noorderhoogebrug reed de tocht zesmaal op de schaats en 38 keer op de fiets. Voor het eerst gaat hij de ruim 200 kilometer lange tocht nu wandelen, in vijf etappes.

Mannen van uw leeftijd biljarten of klaverjassen. Wat bezielt u?

„Het is de resterende bewegingsdrang in mij. Een vriendin opperde om de tocht ook eens te wandelen. Als dat lukt heb ik hem op drie manieren volbracht: schaatsend, fietsend en lopend. Dat levert een speciaal certificaat op.”

Hoe bereidt u zich voor?

„Ik ben niet zo’n loper. Vijf weken geleden ben ik om de dag 25 tot 30 kilometer gaan wandelen. Ik kreeg blaren, mijn schoenen bleken te klein. Daarna kreeg ik een dik been. Volgens de dokter omdat ik nooit eerder zulke afstanden heb gelopen. En nu regent het, dat is ook nieuw.”

Hoe reageert uw omgeving?

„Mijn dochters en zoon vroegen zich af of ik niet te ver ga. Ook zijn er mensen die zeggen: ‘Wat wil die oude gek nog?’ Jammer genoeg is uitgelekt dat ik hieraan begin. Ik word niet door eerzucht gedreven. Als het is gelukt, leek het me vroeg genoeg om er ruchtbaarheid aan te geven. Twee jaar geleden heb ik op de fiets de Alpe d’Huez beklommen. Zo voel ik deze uitdaging ook: als een kruising tussen een sportevenement, een expeditie en een schoolreisje. Ik probeer het en als het lukt, lukt het. En zo niet, jammer. Verlies hoort ook bij sport.”

En daarna op uw lauweren rusten?

„Een weekendje uitrusten. En de week daarop staat de Elfstedenfietstocht op het programma. Ik probeer de veertig tochten te halen. Ja, het is een afwijking. Maar zolang ze me er niet voor oppakken, ga ik door.”