Voor Stalin

Toen Franz Kafka in Praag in het huis Zum Schiff aan de Niklasstraße (nu Pariszká) woonde, had hij uitzicht op het Létnapark, gelegen aan de overzijde van de Moldau. Trappen voeren daar naar een groot stenen plateau, waar kaalslag heerst, afgezien van een reusachtige metronoom. Een bordje vertelde me dat er een monument voor Stalin had gestaan, maar verdere informatie ontbrak.

Hoe groot was dat monument geweest en wanneer was het weggehaald? Geen reisgids kon me wijzer maken. Gelukkig heeft Praag tegenwoordig een Museum of Communism, dichtbij het Wenceslasplein. Het is, heel toepasselijk voor een ex-communistisch land, gevestigd boven een filiaal van McDonald’s, naast een casino.

Museum bleek een groot woord voor een aantal nogal primitief ingerichte vertrekken, maar de tentoonstelling was aardig. Veel beeldmateriaal, een standbeeld van Lenin (ja, ik ging met hem op de foto), schoolkleding voor kinderen (blauw bloesje met rode stropdas) en allerlei stoffige attributen uit de jaren vijftig.

Opeens doemde ook dat Stalinmonument voor me op, althans een grote foto ervan. Het was nog groter geweest dan ik had verwacht. Inclusief de sokkel had Stalin een lengte van dertig meter, terwijl hij heen keek over Praag, dat in de diepte beneden hem lag. Je zou ook kunnen constateren dat hij op Praag neerkeek, maar er is al genoeg onaardigs over Stalin gezegd. Achter Stalin stonden, ook meer dan levensgroot, vier trouwe vazallen.

Wat bleek? Het was een heidens karwei geweest om op deze hoge, moeilijk bereikbare plek zo’n kolossaal monument op te richten. Men was er in 1950 aan begonnen en had er vijf jaar over gedaan.

Dat gebeurde in een tijd dat de communistische autoriteiten van Tsjechoslowakije geen geld wilden besteden aan de oude stadskern van Praag. Wij vinden Praag nu een prachtige stad, maar we vergeten wel eens dat de stad tot halverwege de jaren zestig een ruïneuze aanblik bood: lekkende goten, rottende gevels, neerstortende balkons. De huizen waren zo verkrot dat er Roemeense zigeuners in werden gezet – die konden daar wel tegen.

Het is maar goed dat Kafka, die toch al een haat-liefdeverhouding met zijn stad onderhield, dat niet meer heeft hoeven meemaken – al zou hij voor de absurditeit van de gebeurtenissen rond het monument wel waardering hebben gehad. Het monument werd immers al overbodig nog voor het voltooid was.

Stalin overleed in 1953 en drie jaar later kwam Chroesjtsjov in een ‘geheime’ rede vertellen wat voor een boef zijn voorganger was geweest. Toen was het monument in het Létnapark nog maar net ingewijd met veel militair vertoon. Op de foto’s van die ceremonie zie je hoe de Cechbrücke die naar het park voert, zwart zag van de soldaten en de toeschouwers.

Een heuglijke dag!

Niet overigens voor de bouwer van het monument, Otakar Svec, die een dag voor de onthulling zelfmoord pleegde. Een man met een vooruitziende blik.

Nog zes jaar hebben de communistische regenten met het monument in hun maag gezeten. Ten slotte hebben ze het in 1962 maar laten opblazen. Er waren extreem veel explosieven voor nodig. Ook daarvan heb ik een foto gezien. Er was geen toeschouwer meer te bekennen.