Toekomst aan Team Holland

De volleybalinternationals worden allen ondergebracht in het project Team Holland.

Peter Blangé wordt fulltime bondscoach en stopt daarom als clubcoach van Nesselande.

Team Holland moet de toekomst van het Nederlandse mannenvolleybal worden. Het uitgangspunt: een bundeling van alle internationals bij twee clubs – de nieuwe nationale kampioen Dynamo en Nesselande – om uiteindelijk de Olympische Spelen in Londen (2012) te bereiken. Maar Team Holland komt moeizaam op gang, hoewel gisteren de eerste grote stap is gezet. Peter Blangé maakte na afloop van de play-offs zijn vertrek als clubcoach bij Nesselande bekend. Hij gaat fulltime aan de slag als bondscoach.

Een meevaller voor Joop Alberda, technisch directeur van de volleybalbond (NeVoBo) en bedenker van Team Holland. Hij weet zich nu verzekerd van een goede trainer voor de uitvoering van een verschrompeld plan. Alberda had zijn ideeën amper wereldkundig gemaakt of drie jonge, talentvolle spelers – Jan Willem Snippe, Michael Olieman en Renzo Verschuren – kondigden hun vertrek uit Nederland aan. Zo had de technisch directeur het niet bedoeld.

En hij was evenmin blij met de revolte onder eredivisieclubs die volgend seizoen de nieuwe A-League gaan vormen. Niet dat zij tegen Team Holland zijn, maar dan moest de verplichting komen te vervallen om als international bij Dynamo of Nesselande te spelen. Het mag in hun ogen niet zo zijn dat de weg voor spelers van andere clubs naar het Nederlandse team geblokkeerd wordt.

Maar wat resteert nu van de oorspronkelijke, ambitieuze opzet van Team Holland? Uiteindelijk gaat bondscoach Peter Blangé niet veel meer doen dan de jonge talenten extra trainingsuren bieden bij beurtelings Dynamo en Nesselande. En daarvoor zullen desgewenst ook spelers van andere clubs in aanmerking komen. „Maar de praktijk leert dat vrijwel alle internationals bij Dynamo of Nesselande spelen”, zegt Alberda laconiek. Met andere woorden: wat is het verschil?

Zo kijkt ook Blangé tegen de actuele stand van zaken aan. „In mijn ogen moet er altijd plaats voor goede spelers van andere clubs dan Dynamo en Nesselande zijn; ik ben tegenstander van een dichtgetimmerd systeem.”

Alberda is uiteindelijk tevreden met de uitkomst van zijn oorspronkelijke ideeën, die in essentie ontleend zijn aan het Bankrasmodel, waarbij midden jaren tachtig alle internationals uit de competitie werden gehaald om gezamenlijk in de Bankrashal in Amstelveen te investeren in de gouden medaille, die uiteindelijk bij de Spelen in 1996 werd gewonnen. Van Alberda hoeven de spelers hun club niet te verlaten, maar hij verlangt wel een flinke uitbreiding van het aantal trainingsuren. „Met vijftien uur per week doe je internationaal niet meer mee; er zal simpelweg twee keer per dag getraind moeten worden.”

Team Holland komt er, dat staat vast. Maar in welke vorm? Daarover moeten nog afspraken gemaakt worden. Dat is in wezen vooral een kwestie van trainingsschema’s opstellen. En de intensiteit daarvan hangt mede af van het programma van landskampioen Dynamo in de Champions League, waarvan de Apeldoornse clubleiding deelname aan trainer Redbad Strikwerda heeft toegezegd.

Alberda: „We moeten de belastbaarheid van spelers tenslotte wel in de gaten houden. Want het wordt in de aanloop van de Olympische Spelen van volgend jaar in Peking een zwaar seizoen. Tussen het Europees kampioenschap, begin september in Rusland, en de internationale clubwedstrijden door zijn ook de olympische kwalificatietoernooien (OKT’s) gepland. Om die reden ben ik er ook niet zo blij mee dat de clubs uitgerekend komend seizoen de A-League introduceren; invoering had wat mij betreft een jaar uitgesteld mogen worden.”

Waarop Frans de Jong, manager van Dynamo en voorzitter van de Vereniging Top Volleybal (VTV), de belangenvereniging van eredivisieclubs, verzuchtte: „Zo is er altijd wat.”

Hoezeer hij ook begrip voor Alberda heeft, De Jong wil voorkomen dat het bestaan van de clubs in gevaar komt en de nationale competitie wordt uitgehold. „Bij Dynamo zijn we bereid mee te werken aan een sterk Nederlands team, maar we zullen altijd een eigen koers blijven varen.”