Teleurstelling in de Parijse voorstad

De Parijse voorstad Saint-Denis is de plek waar in 2005 wekenlange rellen begonnen.

„De immigranten storten deze stad in het verderf.”

„La ville rouge” heeft stand gehouden. In Saint-Denis, een voorstad ten noorden van Parijs met ruim 94.000 inwoners, is de burgemeester al decennia lang afkomstig uit de Parti Communiste (PCF). De communisten vertegenwoordigen hier het pluche, het establishment. Tijdens de eerste ronde van de presidentsverkiezingen ging eenderde van de in totaal 37.000 stemmen naar Ségolène Royal, tegenover 5.800 naar ‘Sarko’. Van beiden hangen hier posters, maar Sarkozy heeft steevast een clownsneus of weg gekraste ogen. En gisteren, in de tweede ronde, kreeg Sarkozy hier slechts een kwart van de stemmen. De opkomst was even hoog als twee weken geleden.

In de Bar du Marché kijken zondagavond om even na acht uur ’s avonds zo’n twintig gasten, merendeels mannen van Arabische komaf, gelaten zwijgend naar Royals verliezerstoespraak. Het plein voor de bar is leeg. Overdag was er hier markt, schoven vrouwen met rastavlechtjes, hoofddoekjes, sari’s en watergolfjes gemoedelijk langs de stallen en klonken er naast de voertaal Frans tientallen Afrikaanse en Arabische talen. Nu is het stil, op één harde knal na. „Ah! Oorlog”, zegt een vrouw in het café grinnikend. Ze neemt nog een teug van haar bier.

Teleurgesteld zijn de bargasten wel. „Het had Royal moeten zijn, zij is een vrouw, zij begrijpt de dingen”, zegt Nicole, een moeder van twee tieners. Ze balt haar vuisten. Haar man knikt, hij is het met haar eens. „Nu Sarkozy aan de macht is, wordt het ieder voor zich”, zegt ze. „Ik ga mijn kinderen pushen om iets te bereiken, en verder hou ik voortaan met niemand meer rekening. Sarkozy zal voor sommigen misschien dingen verbeteren, maar de rest sluit hij keihard buiten.”

Een stem op Royal is hier niet iets om je voor te schamen, maar sommige inwoners verkeren wel in gewetensnood. Bernadette Genet, een frèle dametje van 66, durft ’s middags alleen op fluistertoon te onthullen dat ze „toch Ségolène” gestemd heeft. Ze wéét wel dat Sarkozy beter zou zijn voor Frankrijk. Ook voor Saint-Denis, met al zijn immigranten en zijn „troep”. Maar „een mens heeft niet alleen hersens, maar ook een hart”, zegt ze, met tranen in haar ogen.

„Mevrouw, ik sta hier nu twintig jaar mijn fruit te verkopen en ik heb deze stad af zien glijden tot een getto”, zegt Hervé Lallaouret (40). „Ik ben geen racist, maar de immigranten storten deze stad in het verderf. En Royal wil hen allemaal erkennen. Royal is een welzijnswerkster, ze praat gebakken lucht. Ik stem op Sarko.”

Brice Heymmard hoort Lallaouret glimlachend aan. Frankrijk moet worden hervormd, dat vindt hij ook, maar hij heeft Royal gestemd, net als al zijn vrienden. „Tuurlijk”, bromt Lallaouret. „Zwarten zijn bang voor Sarko. Jij niet, jij doet je best. Maar wie niet wil werken of zijn papieren niet op orde heeft, is bang om eindelijk een keer aangepakt te worden.”

Heymmard zwijgt sereen. Hij is op zijn zesde uit Congo naar Frankrijk gekomen en woont sinds vijftien jaar in een vaalwitte torenflat in Cosmonautes, zo’n wijk waar Lallaouret alleen maar met een vies gezicht naar wíjst. Maar Heymmard woont er best. Hij wil wel een rondleiding geven.

De huur die hij voor zijn gezinsappartement betaalt is hoog, 560 euro. Maar verder is het hier prima, iedereen kent elkaar. Er zijn wel rotjongens – jonge relschoppers, die soms auto’s en vuilnisbakken in de fik steken. Niet uit politieke overtuiging – de meesten zijn te jong om te mogen stemmen, anderen stemmen niet, het kan ze niet schelen – maar omdat ze nu eenmaal graag rottigheid uithalen. De beheerders van zijn gebouw hebben gisteren alle grote vuilnisbakken uit de kelder weggehaald, en er zal vanavond extra politie langsrijden. Heymmard is niet bang. Het is irritant, dat is alles.

Hij wijst naar de overkant van de snelweg: daar, in La Courneuve, is het „un peu plus chaud”. Meer armoede, meer trammelant. Hij heeft er vrienden wonen, maar we gaan er niet heen. In 2005 beloofde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy dat hij de wijk zou schoonmaken met een hogedrukspuit, een Karcher; dat werkte als een rode lap op een stier bij de jongeren daar, legt Heymmard uit. Hun reputatie is sindsdien zo slecht dat ze elke indringer wantrouwen. Hij begrijpt dat wel.