Socialisten moeten puin ruimen

Ségolène Royal is vast van plan haar partij te blijven leiden. De partijbonzen roeren zich. „Ze is niet concreet en links genoeg.”

PARIJS, 7 MEI. - Alles op de derde ronde. Ségolène Royal was er gisteren snel bij met het erkennen van haar nederlaag in de presidentsverkiezingen. Een paar minuten na het bekend worden van de verkiezingsuitslag om acht uur – 47 procent van de kiezers stemde op haar – verscheen ze voor haar aanhangers en de pers. Bedankte haar 17 miljoen kiezers. En liet onmiddellijk weten niet op te geven. „Er is iets in gang gezet”, zei ze gisteravond. „En dat gaan we samen voortzetten.”

De eerste vrouwelijke kandidate in de tweede ronde van Franse presidentsverkiezingen is niet van plan van het toneel te verdwijnen zoals haar voorganger Lionel Jospin in 2002 na zijn nederlaag in de eerste ronde.

Om te beginnen wil Royal de campagne van de Parti Socialiste voor de parlementsverkiezingen op 10 en 17 juni aanvoeren. Een linkse meerderheid zou president Sarkozy verplichten tot ‘samenwoning’ met een regering van een andere kleur. „Ik zal mijn verantwoordelijk nemen”, zei Royal onder applaus van haar aanhangers.

Na de ene campagne de volgende dus. Maar vooralsnog is de PS nog niet zo ver. Want Ségolène Royal geldt niet als de onomstreden leider van de partij. Ze is in oktober vorig jaar door de partijleden geselecteerd als presidentskandidate met de beste kansen om Sarkozy te verslaan. In een stemming van optimisme, want de verkiezingen golden als „niet te verliezen” voor links, na twaalf jaar presidentschap van Jacques Chirac. Het maakt de nederlaag extra pijnlijk: Royal is er niet in geslaagd de Fransen ervan te overtuigen dat de verkiezing van Sarkozy geen breuk met het verleden zou betekenen en die van haar wel. Ze maakte niet voldoende indruk met haar positief getoonzette campagne, waarin ze meer sprak over een omwenteling in het sociaal-psychologische klimaat dan over sociaal-economische hervormingen. Ze wilde Frankrijk „omhoog trekken”, de mensen meer controle over het eigen leven geven en nieuw zelfvertrouwen opwekken. Het bleek in de eerste ronde al voldoende om een groot deel van het linkse electoraat naar zich toe te trekken, maar niet voldoende om de twijfelaars in het centrum te overtuigen. Ondanks een nadrukkelijke ruk naar het midden in de laatste week.

Met het mislukken van die strategie staat ook de positie van Royal weer ter discussie. Vanavond komen de landelijke leiders van de PS bijeen om de balans op te maken. Partijleider François Hollande, tevens levenspartner van Royal, heeft gewaarschuwd tegen „afrekeningen”. Maar hij bekritiseerde ook de campagne van Royal als „onvoldoende concreet”. Royals voormalige rivalen om het leiderschap gingen alvast verder. Ex-minister van Economie Dominique Strauss-Kahn schreef de nederlaag toe aan „het uitblijven van vernieuwing in de PS gedurende de afgelopen twintig jaar”. De aanvoerder van de sociaal-democratische vleugel in de partij onderstreepte zichzelf te zien als de vertegenwoordiger van die vernieuwing.

Ex-premier Laurent Fabius, die voorstander is van een linksere koers en de afgelopen weken opvallend stil bleef, liet gisteren blijken dat hij zijn rol niet als uitgespeeld beschouwt. Hij trok van leer tegen de „politieke desoriëntatie” tijdens de campagne, waarmee hij onder meer doelde op de voorstellen van Royal om een alliantie te zoeken met centrumkandidaat François Bayrou.

Maar Royal noemde het sluiten van nieuwe allianties gisteren „de voorwaarde voor (…) toekomstige overwinningen”.

De PS staat erom bekend gematigd te kunnen regeren. Royal gaat nu zoeken naar het centrum in de oppositie. Zo wil zij Frans links vernieuwen.