Po stond in lente nog nooit zo laag

In de Alpen viel deze winter zo weinig neerslag dat het Noorden van Italië nu met grote droogte kampt.

De regering heeft de noodtoestand afgekondigd.

Een vrouw ligt te zonnen in de opgedroogde Ticino-rivier, op het punt waar die in de Po stroomt. Foto AP A woman catches some rays on the dried out Ticino river at the Ponte delle Barche (boat bridge) where the Ticino flows into the Po river, Italy's longest and most important waterway, in Bereguardo, near Milan northern Italy, Thursday April 26, 2007. The head of Italy's industrialists' lobby warned that the country's factories could be shut down this summer if a feared drought idles electricity plants and causes power cuts, Italian newspapers reported Thursday. (AP Photo/Luca Bruno) Associated Press

Daar waar het meer van Ceresole had moeten zijn, groeit nu gras. Verderop is dit Alpenstuwmeer ten noorden van Turijn een grote kale zandvlakte. Burgemeester Bruno Mattiet-Renzo is bezorgd. „Er kan 36 miljoen kubieke meter in dit meer, maar er zit maar 7 miljoen in.”

Vrijdag kondigde de regering de noodtoestand af voor Noord- en Midden-Italië. „Het regent weliswaar, maar volgens de vooruitzichten niet voldoende om het gebrek aan neerslag deze winter te compenseren”, zei minister van Milieu Alfonso Pecoraro Scanio. De Po stond nog nooit zo laag begin mei. En het waterpeil in het Lago Maggiore en de vele stuwmeren in de Alpen is ver beneden peil. Toch moeten de meren deze lente en zomer de Po in Noord-Italië voeden.

Twee weken geleden sloeg de baas van de Burgerbescherming, Guido Bertolaso, alarm. Vorige week kwamen in Rome de watermaatschappijen, de elektriciteitsbedrijven, de boeren en de vertegenwoordigers van de regio’s bij elkaar.

Burgemeester Mattiet-Renzo van Ceresole somt de oorzaken van de droogte op. Het heeft nauwelijks gesneeuwd of geregend in de Alpen. De temperatuur was in april zo hoog dat de sneeuw op de Alpentoppen al bijna helemaal is gesmolten, waardoor er boven geen waterreserves meer zijn. En ook de gletsjer in het natuurpark Gran Paradiso wordt snel kleiner.

Het probleem is niet van dit jaar, zegt Mattiet-Renzo: „Ons meer was altijd een favoriete windsurfplek. Maar de laatste drie jaar was het al niet mogelijk door de lage waterstand.”

2003 was extreem droog, met grote schade voor de boeren langs de Po. Na dat rampjaar riep de overheid een ‘controlekamer’ in het leven, waarin alle betrokkenen zijn vertegenwoordigd die water nodig hebben.

Al die partijen hebben verschillende belangen, vertelt Andrea Lazzari, regionaal directeur van de Burgerbescherming in het Noord-Westelijke Piemonte. „De boeren willen water om te irrigeren. De watermaatschappijen willen drinkwater veiligstellen en de elektriciteitsmaatschappijen hebben het water nodig om hun warmtekrachtcentrales langs de Po te koelen en om hun waterkrachtcentrales in de Alpen te laten functioneren.” De grootste waterconsumenten zijn de boeren. Zij gebruiken 60 procent. Dan volgen de elektriciteitsmaatschappijen en fabrieken met 20 procent, en de drinkwatermaatschappijen met eenzelfde aandeel.

Nu is er nog geen sprake van acuut watergebrek, maar er is wel zorg. Dat zegt Lazzari in Piemonte, dat zegt het waterconsortium dat het Lago Maggiore controleert in Lombardije en dat bevestigen ook de waterautoriteiten aan de benedenloop van de Po.

De rijstvelden tussen Turijn en Milaan liggen allemaal netjes onder water. „Het gaat nog goed”, zegt rijstboer Mario Dattrino uit Vercelli. „Maar als het nog droger wordt, zullen we moeten nadenken over andere gewassen. En dat terwijl we hier al sinds 1200 rijst verbouwen.”

Grote vrees voor de zomer is dat er onvoldoende water door de Po zal stromen om de warmtekrachtcentrales te koelen. „Het stilleggen van zo’n centrale is een enorme schadepost”, zegt Lazzari. „Het duurt vier maanden eer de installatie weer kan worden herstart.” De voorzitter van de werkgeversorganisatie Luca di Montezemolo heeft gewaarschuwd dat fabrieken zullen stilvallen door stroomtekort. En ook in de gezondheidszorg worden grote problemen verwacht, met name voor ouderen. Het ene na het andere rampscenario wordt dezer dagen uitgebreid besproken in de pers.

Maar er wordt ook gewerkt aan preventiemaatregelen. „Er zijn afspraken”, vertelt ingenieur Maurizio Gandolfi, die verantwoordelijk is voor de klapdijk die het Lago Maggiore in de Alpen afsluit en zo water spaart voor de boeren langs de Ticino, een rivier die naar de Po stroomt. „Elektriciteitsmaatschappijen hebben veel waterkrachtcentrales in de Alpen stilgelegd en houden het water in de stuwmeren, zodat er reserve ontstaat.’’ Ook de warmtekrachtcentrales langs de Po werken niet op volle kracht om koelwater te sparen.

De Burgerbescherming en de regio’s hebben apparaten aangeschaft om water in plastic zakken te verpakken en te vervoeren naar plekken waar straks eventueel geen water meer uit de kraan komt. Er zijn mobiele waterzuiveraars gekocht die drinkwater kunnen maken uit oppervlaktewater. De fruitboeren gaan over op druppelirrigatie, waarbij minder water wordt verspild. En de Italianen wordt opgeroepen zich wat minder uitbundig te wassen en hun gazon alleen ’s nachts te sproeien.

Toch zijn er al conflicten. De boeren willen in mei en juni meer water uit de tientallen Alpenmeren die deels eigendom zijn van de elektriciteitsbedrijven. Maar de stroomproducenten zijn juist zuinig op hun water en willen hun meren vol hebben, zodat ze de Po gelijkmatig kunnen voeden, opdat de centrales niet uitvallen. „In Rome voert men op politiek niveau overleg over wie de zeggenschap moet krijgen: de regio’s of de staat”, zegt ingenieur Gandolfi.

In Zuid-Italië is de situatie opvallend genoeg minder acuut. Er speelt wel een ander hardnekkig probleem: de verspilling van water. Naar schatting 40 procent gaat verloren door lekkages en door diefstal. De maffia zou mede debet zijn aan de chaotische waterdistributie. In Apulië luidt het gezegde dan ook: ‘Aquaducten bieden meer eten aan de waterbeheerders dan water aan de burgers.’