Pianist Sokolov magistaal in Skrjabins’ droomwereld

Concert: Grigory Sokolov, piano. Werken van Schubert en Skrjabin. Gehoord: 6/5, Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 8/5 Tilburg; 10/5 Leeuwarden; 12/5 Arnhem.

Steeds ijler, geheimzinniger en symbolischer. Die lijn volgde Alexander Skrjabin, de Russische pianist en componist die geloofde dat zijn muziek de wereld zou transformeren. Voorwaarde voor versmelting met zijn theosofisch getinte klankvisioenen was het loslaten van het ego. Maar de vraag is of visioenen wel denkbaar zijn zonder ego’s om ervan te dromen.

Grigory Sokolov (57), de meest indrukwekkende onder de Russische meesterpianisten, volgde gisteravond in zijn Amsterdamse recital in de serie Meesterpianisten Skrjabins reis naar die andere wereld – het metafysisch walhalla van romantici en symbolisten. In chronologische volgorde speelde hij zes werken van Skrjabin, die de luisteraar meevoerden van gekwelde zielepijn op aarde naar emotionele droombeelden uit het rijk der geesten.

Sokolov begon met de Prelude en Nocturne voor de linkerhand op. 9 , in 1884 ontstaan nadat hij door het spelen van Balakirevs onspeelbare Islamey en de Liszts Don Giovanni-transcriptie zijn rechterhand tijdelijk de vernieling in geholpen had. Het leverde hem de bijnaam ‘de linkshandige Chopin’ op, en zo ook klonk nu de fenomenaal links solerende Sokolov.

Hoofdpersoon in de Derde sonate in fis, op. 23 is de opstandige ziel, die verwoed maar vergeefs strijd levert zich te bevrijden uit het aardse tranendal. Sokolov vertaalde dit in een magistraal klankavontuur. Zonder applaus te dulden verwijlde hij kortstondig in de mystieke regionen van Skrjabins Deux Poèmes, op. 69, waarna hij in diens Tiende sonate, op. 70 terugkeerde op aarde. Skrjabin zag daarin vogels en insecten aan voor manifestaties van emoties, en Sokolov leefde zich uit in klankkleuren en liet de vogels fladderen als in The Birdsvan Hitchcock. Vers la flamme, Poème, op. 72 vormde het eindpunt van de reis.

Het meest bijzondere aan Grigory Sokolovs sublieme pianospel is zijn gave iedere noot te ontdoen van vuil en toegedichte betekenissen. Zijn interpretatie van Schuberts Sonate in c, D 958 deed denken aan de restauratie van de Sixtijnse Kapel. Zoals Michelangelo werd herboren in kleuren die niemand voor mogelijk had gehouden, zo herrees Schubert onder Sokolovs handen. Het duurde even voordat de maestro, die ook de zaalakoestiek bij zijn interpretaties betrekt, op de juiste tune zat. Maar daar eenmaal aangeland, wist Sokolov de illusie te creëren dat alles alleen nog maar uit Schubert bestond.