‘Paradijs’ is ode aan Poesjkin

Muziektheater: Paradijs Poesjkin, door Oostpool, Gelders orkest, Introdans. T/m 20 mei in Apeldoorn, Nijmegen Arnhem. Info. www.poesjkinfestival.nl

„Zijn gedichten zijn al melodisch op zich, en volgens zijn minnares klinken zij uit zijn mond als ruisend water,” schreef een tijdgenoot over de grote Russische romantische dichter Alexander Poesjkin (1799-1837). In Gelderland wordt in mei daarom een festival aan hem opgedragen, met muziektheater gebaseerd op zijn werk.

Paradijs Poesjkin is ambitieus totaaltheater. Rondom Poesjkins novelle in verzen De zigeuners, heeft muzikaal leider Wim Selles een voorstelling gebouwd waarin het Gelders Orkest, een Moldavisch volksmuziektrio, dansers van Introdans, en acteurs en zangers ingehuurd door Oostpool moeten samenwerken. De zigeuners gaat over een banneling uit de stad die na een duel asiel aanvraagt bij een groep zigeuners. Hij kan echter niet wennen aan hun vrije leven, vooral niet aan de vrije liefdesopvatting van zijn zigeunervrouw.

Regisseur Leopold Witte plaatst zijn bonte troep van vijftien man in een loods van golfplaten, met roestige oliedrums en paardendekens. De spelers en musici zijn uitgedost als een kruising tussen Malle Pietje en hedendaagse Roma: hoedjes, Zeemancolbertjes, leren vestjes. Acteur Paul R. Kooij is de verteller, tevens schoonvader. Soms heeft hij korte dialogen met dochter en schoonzoon. Deze worden dubbel gespeeld, door twee dansers, en door twee zangers. Die laatste zingen tien bijpassende liederen, Poesjkins poëzie op muziek gezet door Glinka, Rimsky Korsakov,Tsjaikovski, Rachmaninov, Stravinsky en Prokovjev. De liederen worden in het Russisch gezongen, de elegante vertalingen van Hans Boland worden op de golfplaten geprojecteerd.

Paradijs Poesjkin is een mooie ode aan Poesjkin geworden, zijn lyrische poëzie komt werkelijk tot leven. Maar in het totaaltheater hebben de deelnemers zich danig verslikt. Niet eens doordat dat de kunstvormen elkaar in de weg zitten. Eerder lijkt regisseur Witte bang voor chaos, en heeft hij daarom gesnoeid in het dans- en theateraandeel, waardoor de muziek de voorstelling overheerst. Slechts zelden komen de dansers aan bod, in een op zich aardig mengsel van illustrerende liefdesduetten en Russische volksdans (choreografie: Ben Holder). De dansers voelen zich zichtbaar niet op hun gemak, en houden het netjes.

Theater is er ook nauwelijks. Kooij vertelt boeiend en helder, en is een gedreven aanvoerder van de troep. Maar de zangers zijn niet acteur genoeg om de gespeelde scènes te dragen. Het hoogtepunt van de voorstelling – de passiemoord – komt nauwelijks aan. Bruiloft, seks, moord en begrafenis: aanleidingen genoeg om flink uit te pakken, maar het gebeurt te weinig.

Gelukkig is de muziek geweldig. Muzikaal leider Selles heeft een muziekstuk bijeen gesampled waarin klassieke liederen moeiteloos overgaan in lekkere Slavische volksmuziek. Selles lokt de leden van het Gelders Orkest achter hun muziekstandaards vandaan, en laat ze met de Moldavische muzikanten samengaan tot één smeltend en opzwepend zigeunerorkest, dat met de snelle afterbeat en schelle toeters, aansluit bij de mode van de Balkan Beats.