Mijn vader zei al: kijken is mijn vak

Gisteren riep Jan Pieter Glerum voor de laatste keer ‘eenmaal, andermaal!’

Vanwege zijn drukke armgebaren was zijn bijnaam ‘The Dutch windmill’.

Loafers, tweed en sjaaltjes. Een catalogus onder de arm en druk in gesprek: „wat zou die tekening van Israëls gaan opbrengen?” Het publiek dat een veiling bezoekt is niet moeilijk te herkennen. Het zijn kunsthandelaren, maar ook mensen die iets leuks zoeken voor boven het dressoir. Het topstuk van de dag is een Mondriaan: Twee blauwe rozen tegen geel fond (1921, aquarel op getint papier, 24,4 x 22,7 cm). Een werk dat waarschijnlijk meer de 100.000 euro zal opbrengen.

Maar vandaag is iedereen vooral gekomen voor de man die de hamer vasthoudt, Jan Pieter Glerum (1943). „Een waanzinnig leuke man”, zegt Saar Groenevelt (63). „Een encyclopedisch geheugen en veel gevoel voor humor”, beaamt haar man Frits (65), een vriend van Glerum. Met de veiling ‘Eenmaal andermaal, laatste maal’ neemt hij afscheid van het vak. Een meisje met een schort toont het eerste werk aan de zaal en Glerum begint aan zijn afscheidsspeech. „Ik heb het saaiste cv ter wereld”, zegt hij: „Mak van Waay, Sotheby’s, Glerum.”

Glerum begon zijn carrière bij veilinghuis Mak van Waay in Amsterdam, terwijl hij kunstgeschiedenis studeerde. „Maar het leven in de kelder van Mak was een stuk spannender dan kijken naar dode plaatjes.” Bovendien had zijn professor gezegd: „Meneer Glerum, kunst en commercie gaan niet samen.” Van die boude stelling heeft Glerum, die zijn studie afbrak, het tegendeel bewezen.

Is het veilen met een hamer niet passé? Glerums opvolgster is de 29-jarige Talita Teves. Ze is net als Glerum een ‘gesjeesde’ student. „Ik ben toen gestopt met mijn rechtenstudie. Maar daar heb ik nooit spijt van gehad. Ik wil ook nooit meer een ander beroep.” Teves bewondert haar leermeester en heeft zijn stijl van veilen. Ja, met de armgebaren. Maar misschien, geeft ze toe, is ze net iets zakelijker. „De kunstmarkt op internet zorgt voor een internationalere veilingwereld. Er is een grotere groep die meedoet, maar die wordt wel steeds ‘pickier’. Het rommelige uit de tijd van Jan Pieter is er zeker een beetje af. Maar het veilen gaat nog steeds zoals vroeger. Met een hamer. Ik hoop dat dat nog lang zo blijft.”

In de jaren ’90 presenteerde Glerum acht jaar lang het tv-programma Eenmaal, andermaal. En viel op door zijn uiterlijk: hij was de vakman met de zwierige lok. „Ja, die lok heb ik al sinds mijn vijfde”, zegt Glerum. „Vandaar dat mijn dochter over een jeugdfoto altijd zegt: dat is papa toen hij nog een meisje was.” Over zijn stijl van veilen: „Die is echt typisch Hollands. In Engeland gaat het er veel ingetogener aan toe.”

Wat is nu het leuke van het vak? Teves: „Glerum noemde net al de mensen, de verhalen. Elk werk heeft ook een fysieke geschiedenis: waar heeft het gehangen? Ik zie het als een snoepwinkel, waarvan de inhoud om de zoveel tijd verandert.”

Het is een rustige veiling maar de spanning stijgt wanneer de Mondriaan onder de hamer gaat. Iemand zit druk te bellen en krijgt enige weerstand uit de zaal. 130.000 euro, niemand gaat eroverheen. Niemand? Klap! Het object is voor hem.

Als aller-allerlaatste object veilt Glerum een foto van Willem Diepraam: Jerry Hall, Kappersconcours, Parijs. Glerum veilde bij Sotheby’s als eerste van Nederland foto’s, samen met Diepraam. Glerum: „Dit is toevallig mijn laatste veilingobject geworden. Maar ja, ik ben gevoelig voor vrouwelijk schoon. Of, zoals mijn vader – ook werkzaam was in een veilinghuis – zei: kijken is mijn vak.”