James Joyce en jazz

„Het mooie van gedichten is dat je ze telkens anders kunt lezen naar gelang je dag en humeur. Ik ben niet iemand die snel naar poëzie grijpt of een bundel helemaal uitleest, maar de gedichten van James Joyce – daar zit zoveel uitnodigende muziek in. Ook zijn beschrijvingen van de natuur met zijn kleuren en geuren en de ontwikkelingen van ochtend naar nacht en van lente naar winter vind ik zo ongelooflijk mooi dat ik er per se iets mee wilde doen.”

Kaat Hellings (Antwerpen 1980) groeide op in een muzikaal gezin, volgde een kleinkunstopleiding aan Studio Herman Teirlinck en acteerde in verscheidene toneelproducties. Met haar eigen trio presenteerde ze in december haar debuut-cd Wide and low and swallow , die vorige week was te zien in VPRO’s Vrije geluiden. Daarvoor en daarna speelde ze in Leiden en Kortrijk in Chamber Music van James Joyce, een programma met door haarzelf op muziek gezette gedichten van Joyce, gearrangeerd door Ton van der Meer.

„De jeugdgedichten van James Joyce verschenen in 1907, toen hij in Italië woonde. Ze zijn al door veel anderen op muziek gezet – van de klassieke componist Samuel Barber tot Syd Barrett van Pink Floyd. Maar onze voorstelling, een co-productie van de Nederlandse Veenfabriek en het Belgische Antigone, is de eerste waarin alle 36 gedichten integraal worden uitgevoerd.

„We hebben met regisseur Paul Koek een soort parcours uitgezet dat mij helpt om de gedichten te vertellen, en het publiek helpt ze te begrijpen. Soms zing ik staande in een teil met water, dan weer voor een open raam of liggend onder de vleugel terwijl ik kaarsjes aansteek. Het gaat om heel concrete dingen. De voorstelling heeft nu een mooi tempo gevonden, en een pakkende dynamiek met lage en trage maar ook hoge en vinnige dingen. Ik zou Chamber Music dus graag hernemen, en dat kan, want de voorstelling moet gezien de inhoud en kleinschaligheid op veel plekken kunnen staan.

„Met het trio dat mijn naam draagt, is mijn werkwijze radicaal anders. Ik begin altijd vanuit volkomen stilte en laat dan een toon de ruimte klieven. Pas als iets me qua sfeer en structuur bevalt begin ik er, vaak associatief, woorden bij te schrijven. Wel altijd in het Engels, omdat ik die klanken het liefste zing. Dat leidt tot andere teksten dan die van Joyce, maar ik denk wel dat onze intentie dezelfde is: je intentie zo zuiver mogelijk te verwoorden. Ik heb niets tegen Nederlandstalige liedjes, maar ik krijg ze eenvoudigweg niet gebekt, hoe vaak ik dat ook heb geprobeerd.

„Ik weet niet of ik jazzpiano speel. Wat is jazz? Ik denk dat veel van de grote helden daar ook niet meteen een antwoord op hadden. De typische akkoordenschema’s van de jazz zijn voor mij vaak te veel een soort hogere wiskunde. Ik heb mijn trioleden Joachim Badenhorst (klarinetten) en Yves Peeters (slagwerk) gevraagd omdat ik ze goed vond. Ze komen allebei van een jazzopleiding en als wat zij toevoegen aan mijn muziek ‘jazz’ wordt genoemd, dan is jazzmuziek voor mij o.k.

„Wat ik jammer vind is dat zoveel jonge mensen in de jazz bezig zijn met het naspelen van de oude helden, met veel nadruk op techniek. Mijn vader was vroeger gitarist en stond heel open voor nieuwe muziek. Bijvoorbeeld die van Bill Frisell, een meester in het neerzetten van verschillende sferen. Er is nog wel meer jazz die me bevalt. Zoals die van zangeres Cassandra Wilson, die op een zeer persoonlijke manier oude liedjes naar hand zet. En het Belgisch-Franse collectief Mâäk’s Spirit dat onlangs met een verfrissende nieuwe cd kwam. We zijn heel content dat het trio Kaat Hellings binnenkort op het The Hague Jazz festival op mag treden, ondanks het feit dat we geen bebop spelen.

Kaat Hellings: Wide and low and swallow (CTC 2990481). Optredens: 13/5 De Tamboer, Hoogeveen (solo), 15/5 De Tamboer, 19/5 The Hague Jazz en 17/6 De Sjruur, Maaseik (B) (trio)