Irak gaat vooruit, maar jullie hulp is wel nodig

Ondanks alle tegenslagen zetten de Irakezen zich met succes in voor een beter Irak.

Zonder hulp van buitenaf is die inzet tevergeefs.

Vorige week stond er op de weg vanuit de wijk Mansour in westelijk Bagdad een kilometerslange file. Niet door een autobom; nee, men stond in de rij voor het grootste pretpark van de stad. De file werd zo lang dat een aantal gezinnen de auto liet staan en te voet verder ging om te picknicken, kermisattracties te bezoeken en, de nationale obsessie van de Irakezen, te voetballen.

Her en der in de stad trekt het horecabezoek weer aan en gaan de winkels weer open. Het is druk op straat. De Irakezen houden zich niet angstig schuil binnenshuis. De ontstellende aantallen doden van zelfmoordaanslagen zijn vaak zo hoog doordat het op de markt zo druk is. De laatste tijd klagen de mensen minstens zo vaak over de verkeersdrukte als over de veiligheidssituatie. Zelfs aan parkeerwachters die foutparkeerders op de bon slingeren valt niet te ontkomen.

Deze kleine maar veelzeggende flintertjes normaal leven worden overschaduwd door grove gewelddaden die sommigen sterken in de overtuiging dat de toestand in Irak gestaag achteruitgaat. Zeker, het Iraakse volk maakt buitensporige ontberingen door en brengt zware offers, maar voor de zeven miljoen inwoners van Bagdad die ploeteren om hun hoofdstad en hun land te heroveren, gaat het dagelijks leven door.

Vrijdag heeft mijn land op een internationale topconferentie in het Egyptische Sharm el-Sheikh de internationale gemeenschap gevraagd zich te blijven inzetten voor ons land. Wij beseffen dat ons verzoek ingaat tegen het koor van stemmen dat de toestand in Irak zwart afschildert en tegen de Britten en Amerikanen die streven naar een snelle aftocht uit een oorlog die volgens hen zo goed als verloren is.

Waarom moet de wereld zich eigenlijk voor Irak blijven inzetten?

Omdat een mislukking tot elke prijs vermeden moet worden. Daarvoor staat er te veel op het spel. En er valt alles te winnen als men ons helpt onze zwaarbevochten democratische verworvenheden te beschermen en een stabiel land te worden, dat op eigen benen kan staan.

Ondanks onze verliezen geven wij het niet op. Ook al vullen spectaculaire aanslagen de buitenlandse voorpagina’s, het feit blijft dat Irak in de afgelopen vier jaar gestaag vooruitgang heeft geboekt. Wij blijven onze prille democratische instellingen versterken, naar nationale verzoening streven en de Iraakse veiligheidsorganen uitbreiden. Het veiligheidsplan voor Bagdad is ontworpen om politieke en economische ontwikkeling te bevorderen door overal in de hoofdstad wijken te veroveren en te behouden. Het herwonnen vertrouwen van het publiek heeft geresulteerd in de ontwrichting van terroristische netwerken, de aanhouding van belangrijke leiders en de ontdekking van wapenvoorraden. In de provincie Anbar hebben sunnitische sjeiks en rebellen zich afgekeerd van Al-Qaeda, en de kant van de Iraakse veiligheidstroepen gekozen. Een half jaar geleden was dat ondenkbaar geweest.

Anders dan men doorgaans denkt, liggen de meeste ministeries buiten de Groene Zone; de employees rijden dagelijks naar hun werk, ondanks het feit dat hun collega’s en hun gezinnen met de dood worden bedreigd. Wij, de ministers, lopen altijd het gevaar te worden vermoord. Toen er vorige maand een zelfmoordaanslag werd gepleegd op het parlement, zijn de parlementsleden de volgende dag demonstratief in een buitengewone zitting bijeengekomen.

Terugtrekking van buitenlandse troepen uit Irak is volgens de voorstanders ervan misschien de minst pijnlijke optie, maar de goede gevolgen zouden maar van korte duur zijn. Een gebroken Irak in het Midden-Oosten zou een toevluchtsoord bieden aan het internationale terrorisme. Bovendien zouden de offers van alle jonge mannen en vrouwen die zich hier hebben ingezet voor niets zijn geweest.

Maar al zijn wij Irakezen nog zo moedig en vastberaden, alleen redden wij het niet. Wij hebben de steun nodig van een gezonde regio. Alleen als de internationale gemeenschap zich blijft inzetten en onze buren zich sterker betrokken tonen, kunnen we een stabiel, democratisch, federaal en verenigd Irak opbouwen. De wereld mag ons niet in de steek laten.

Hoshyar Zebari is de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken – © Washington Post

Lees een recent interview met Zebari op spiegel.de