Ik geloof in God en in dub

Alan Sparhawk en zijn vrouw Mimi Parker zijn samen Low. En mormoon.

Op hun nieuwe cd Drums And Guns staan ze zichzelf toe om over God te zingen.

Alan Sparhawk: „ Zelfs op mijn dieptepunten was er de muziek om me op te beuren.” Foto Isabel Nabuurs 19-02-07, amsterdam LOW FOTO ISABEL NABUURS Alan Sparhawk popmuzikant Nabuurs, Isabel

Als geboren mormoon heeft Alan Sparhawk een diep geloof in God. Maar zeker sinds zijn psychische inzinking enkele jaren geleden gelooft hij ook heilig in de helende kracht van muziek, en vooral de spirituele lading van dub en rootsreggae. ,,Als we na dit leven God ontmoeten, ben ik ervan overtuigd dat muziek de taal is die we dan zullen spreken.”

Low komt uit Duluth, in de Amerikaanse staat Minnesota. Alan Sparhawk en zijn vrouw Mimi Parker zijn beiden mormoon. Ze leerden elkaar op jonge leeftijd kennen, zegt Sparhawk. „We wilden zo veel mogelijk samen zijn en zochten al snel naar een baan waarbij dat kon. Uiteindelijk werd dat de muziek, verrassend genoeg.” Sinds 1993 vormen zij Low. Sparhawk zingt en speelt gitaar, Parker drumt en de positie aan de bas wordt doorgaans ingenomen door een niet-gelovige. (Dat was jarenlang Zak Sally, nu Matt Livingston).

Album na album vulden zij met trage, bezwerende muziek: statige drums, priemende gitaren, mijmerende, soms naar een subtiele dreiging uitschietende zang. Niet direct geschikt voor op de EO-landdag, kortom. Sparhawk: ,,We staan onszelf toe om over God te zingen. Maar ik ben weleens jaloers op de onbekommerde manier waarop men in de reggae zingt over een diep geloof. Wij geloven dat er iets te leren valt, ook uit onze muziek, maar misschien moet je wel heel goed luisteren om dat te horen.”

Dat zou je zeggen, met titels als Your Poison, Violent Past en Murderer („eigenlijk een gebed”) op de nieuwe cd Drums And Guns, een titel afkomstig uit een oud oorlogsliedje. Ja, er loopt een subtiele onderstroom van dood en geweld door de plaat.

„Niet dat dat het plan was”, zegt Sparhawk. „Maar toen we erop terugkeken, moesten we toegeven dat dit soort thema’s bij ons rondspookten. Het is niet zozeer politiek, daar stijgt het bovenuit. Waarom zitten mensen zo in elkaar dat ze die drang hebben om elkaar te vernietigen? Wat gaat er in een menselijke geest om dat de gewelddadige dood van anderen rechtvaardigt? Het gaat me niet om de vraag of dat goed of fout is, maar waarom is het zoals het is?”

In het cd-boekje staan geweren en trommels steeds naast elkaar. In die laatste categorie zien we ook een paar drumcomputers, want Drums And Guns klinkt, anders dan de vorige platen van dit trio, opmerkelijk elektronisch. De donkere schaduwen van de dub echoën door het klankbeeld, hoekige synthesizers en knarsende orgels omfloersen de ritmes, korrelige texturen nemen de overhand. En nee, deze ontwikkeling is niet te danken aan de kleurrijke producer David Fridmann (Flaming Lips), die immers ook al bij de aanzienlijk rockender voorganger The Great Destroyer betrokken was.

„Dit was de richting die we uitdreven. Ik zocht naar nieuwe manieren om ons uit te drukken. Waarom nog een plaat maken waarvan ik van tevoren al wist hoe die zou klinken, een plaat met liedjes die we op pakweg dezelfde manier zouden uitvoeren als op het podium? Ik wilde grenzen opzoeken, risico’s nemen. We voelden ons er niet altijd gemakkelijk bij, maar dat is ook nergens goed voor.”

De esthetiek van de dub, die variant op de Jamaicaanse reggae waarbij de basistracks van alle overbodigs worden ontdaan om met behulp van allerlei effecten en studio-ingrepen weer te worden opgebouwd tot een soort doorrookte psychedelica, fascineert Sparhawk mateloos. „Zeker sinds mijn instorting ging die muziek me steeds meer intrigeren. Dub en reggae verrassen me altijd weer, er zit een enorme ideeënrijkdom in. Het is muziek van een diepte waar westerse muziek nooit aan kan tippen. Het is muziek die zonder schaamte teruggrijpt op noties als spiritualiteit.”

,,Je kunt absoluut niet zeggen dat wij een dub-album gemaakt hebben, maar het is duidelijk dat de geest van die muziek zijn weg gevonden heeft naar deze plaat. Je gaat er anders van luisteren. Hoe reageren de melodie en het ritme op elkaar? Daar ga je over nadenken, als je intensief met dub bezig bent. Je muziek wordt er ook een stuk vrijer van, qua aanpak. Het geeft een groot gevoel van vrijheid, als je de basisvorm van een liedje afbreekt en weer opnieuw opbouwt, naar eigen inzicht en niet op basis van een of ander verwachtingspatroon. Je hoort hoe de menselijke geest meester is over het opnameproces. Je hoort waar de technicus in de muziek ingrijpt, je hoort de pogingen om naar iets hogers te reiken. Is dat niet prachtig!”

Zelfs het stereobeeld is verankerd in zo’n esthetiek: Sparhawks zang komt consequent uit het rechterkanaal. ,,Een extreme manier van doen, dat geef ik toe. Het klinkt alsof de boel niet gemixt is. Het doet me denken aan oude reggae, of oude Beatles-liedjes. Het is een simpele manier om dramatiek toe te voegen. Het gaat over minimalisme: met zo weinig mogelijk middelen een zo heftig mogelijk effect bereiken. Opnieuw is er een paradox aan het werk: we voelden ons volledig vrij om te doen wat we wilden, in termen van texturen en geluiden, en tegelijkertijd probeerden we vanuit zo’n minimalistische houding bewust zo weinig mogelijk middelen te gebruiken.”

Dub en rootsreggae waren er ook voor Sparhawk toen hij enkele jaren geleden, niet lang na de release van The Great Destroyer, psychisch instortte. „Het was een zware tijd, maar muziek, en vooral de spiritualiteit van dub, hielp me om er weer bovenop te komen. Ik stond er versteld van hoe goed muziek voor me was. Zelfs op mijn dieptepunten was er de muziek om me op te beuren. De diepe spiritualiteit van rootsreggae en dub deed me heel wat. Maar zelfs hiphop was goed voor me, in die tijd.”

Low: Drums And Guns (Sub Pop, distr. Konkurrent). Optreden: 7/5, Paradiso Amsterdam.