‘Hausse Chinese kunst draait steeds meer om de dollars’

Chinese moderne kunst blijft aantrekkelijk. Op een grote beurs in Peking was dit weekeinde het nieuwste werk te zien. „Het is geen luchtbel. Chinese kunst blijft in ontwikkeling.”

Li Qing is een jonge kunstenaar uit Chengdu. Hij is op de China International Gallery Exhibition om inspiratie op te doen en contacten te leggen. Hij kijkt naar werken van Zhang Xiaogang, van wie vorig jaar op veilingen in Londen, Hongkong en New York schilderijen voor meer dan een miljoen euro verkocht. „Het is niet mijn smaak”, zegt Li Qing. „Ik houd meer van olieverf. Bovendien vernieuwt Zhang Xiaogang zich niet. Dit soort kunst is enkel tijdelijk interessant.”

Tijdelijk of niet, Zhang Xiaogang is de absolute ster van de Chinese kunst. Hij verbaasde de kunstwereld met zijn familieportretten uit de bloedlijn-serie en schaarde zich daarmee onder de best verkochte hedendaagse internationale schilders. Ook Liu Xiaodong, Feng Zhengjie, Ai Weiwei en de Gao-broeders hebben de afgelopen vijf jaar internationale faam verworven. Handelaren, galeriehouders en musea hebben zich massaal op de Chinezen gestort. Toch lopen de meningen over de houdbaarheid van van Chinese kunst uiteen. De directeur van expositie, Wang Yihan, maakt zich zorgen om de hausse. „Het draait steeds minder om liefde voor goede kunst en steeds meer om harde dollars. Het is mooi dat de Chinese kunst opbloeit maar we moeten waakzaam zijn.”

Met de China International Gallery Exhibition (CIGE) willen de organisatoren gerenommeerde buitenlandse galerieën naar Peking lokken en de lokale markt stimuleren. In China verkopen de kunstenaars vaak rechtstreeks aan speculanten en veilingen. Dat werkt manipulatie in de hand en is volgens Wang niet bevorderlijk voor een stabiele markt. Het is CIGE gelukt belangrijke galerieën als de Londense Marlborough Finen Art Gallery en Alexander Ochs uit Berlijn naar Peking te halen. In totaal zijn er 120 Chinese en buitenlandse galerieën op de beurs in het WTC. Op 13.000 vierkante meter laten zij vooral Chinese kunst zien aan investeerders, handelaren, verzamelaars en liefhebbers.

De Amerikaanse galeriehouder Elizabeth Weiner onderhandelt druk met een Koreaanse galerie die onder meer de Chinese kunstenaar Jin Dachun vertegenwoordigt. Ze zet haar paarse bril af en wijst ermee naar een schilderij van Jin Dachun met teddyberen en varkens. Zojuist heeft ze voor 80.000 euro een optie genomen op vier schilderijen.

„Dit werk is verfijnd, het heeft detail en het is illustratief”, zegt Weiner. Of het kopen van Chinese kunst geen modegril is? „De Chinezen doen eigenlijk hetzelfde als Warhol deed. Er is niets nieuws onder de zon behalve dat het oude is vergeten.” Commercieel? Ze haalt haar schouders op. „Het kan me niet schelen zolang het maar verkoopt.”

Brian Wallace denkt daar anders over. Hij was de eerste buitenlander die in 1991 een galerie opende in Peking. De Australiër vertegenwoordigt in de stand van zijn Red Gate Gallery negentien kunstenaars. Begin jaren negentig maakte hij de opleving van de Chinese kunst van nabij mee. In die tijd was die maatschappijkritisch, of experimenteel. Die twee stromingen zijn nagenoeg verdwenen. „Mensen zijn wel een beetje uitgekeken op ironische Mao-kunst en portretten van apathisch in de camera kijkende Chinese gezinnen.”

Vercommercialisering ligt nu op de loer. „Omdat het verkoopt, vernieuwen de topkunstenaars zich niet. Dat is een groot gevaar”, zegt Wallace. Toch denkt hij niet dat de interesse voor Chinese kunst tijdelijk is. „Veel jonge kunstenaars zijn commercieel en gaan af op het succes van de gevestigde orde. Naar gelukkig is er ook een groep die wel goed wil verkopen maar zich artistiek niet laat beïnvloeden door geld.”

Tian Hongshen(32) is zo’n jonge kunstenaar. Zijn schilderij Onderwaterwereld is te koop voor 20.000 euro. Hij heeft nagedacht over zijn toekomst. „Omdat ik mijn hele leven kunstenaar wil zijn, verkoop ik niet aan veilingen of privépersonen maar laat ik me vertegenwoordigen door een Duitse galerie.”

Galeriehouder Willem Kerseboom uit Amsterdam stelt op de beurs werk ten toon van veelbelovende kunstenaars. Hij raakte een aantal jaren geleden gefascineerd door de airbrush-werken van Feng Zhengjie, die inmiddels forse bedragen doen. Kerseboom loopt naar zijn collectie en wijst op een pop-artschilderij van Han Yajuan. De jonge kunstenaar drijft in haar werk de spot met de consumptiemaatschappij en de hebzucht van de nieuwe rijken. „Van dit meisje gaan we nog veel horen. Haar werk is nu nog betaalbaar maar over een paar jaar is zij de nieuwe Feng Zhengjie.”

Juist door nieuwe talenten als Han Yujuan gelooft Kerseboom niet in een luchtbel en dalende prijzen. „De Chinese kunst blijft in ontwikkeling. Over een paar jaar heeft deze expositie dezelfde status als de beurs van Basel. In Europa zitten veel kunstenaars op een dood spoor. Hier begint het pas.”