Frankrijk wil weer aan het werk

Staat Frankrijk op het punt de neprevolutie van mei 1968 in te wisselen voor een even onechte contrarevolutie dit jaar? Of hebben de Fransen Nicolas Sarkozy een mandaat gegeven om hun land daadwerkelijk te moderniseren? Waarom heeft Sarkozy de Franse presidentsverkiezingen gewonnen en wat zijn de waarschijnlijke gevolgen van zijn overwinning voor Frankrijk, Europa en de rest van de wereld?

Hoewel sommigen die op hem hebben gestemd, wellicht bang zijn dat hij een ‘te grote’ persoonlijkheid heeft, is de overwinning van Sarkozy vooral te danken aan het feit dat nog veel méér mensen menen dat Ségolène Royal eenvoudigweg ‘te weinig’ bagage heeft – een indruk die eerder werd versterkt dan uitgewist door het televisiedebat. Ondanks haar energie en vastberadenheid heeft Royal niet gefaald doordat ze vrouw is, maar ondanks dat.

In 1968, na tien jaar Charles de Gaulle en middenin een periode van krachtige groei en volledige werkgelegenheid, verveelden de Fransen zich. Vandaag de dag, na twaalf jaar Jacques Chirac en veertien jaar François Mitterrand, kent Frankrijk een groeicijfer dat lager is en een schuldenlast en een werkloosheid die hoger zijn dan in de meeste andere Europese landen. De Fransen maken zich zorgen over de aftakeling van hun land en zijn rijp voor hervormingen. Wat Sarkozy beter begreep dan wie dan ook, is dat Frankrijk, 39 jaar na mei 1968, niet in de stemming is om de liefde te bedrijven, maar om aan het werk te gaan.

De meeste kiezers die Sarkozy steunden, verwachten van hem een ander soort staat. De overheid moet fysieke bescherming bieden tegen geweld, maar het leven van de burger in economische zin minder ingewikkeld maken. De Fransen die dit voorstaan, hebben Sarkozy enthousiast in de armen gesloten; anderen zien hem als het onaangenaam, maar noodzakelijk medicijn dat Frankrijk nodig heeft.

De waarschuwing van Royal dat Frankrijk zou exploderen als gevolg van Sarkozy’s verkiezing was noch serieus, noch waardig te noemen. Toch is Frankrijk een ernstig verdeeld land, dat moeilijk te hervormen is. Het is niet als het Groot-Brittannië van de jaren zeventig, dat niets te verliezen had toen het voor Margaret Thatchers harde weg van structurele veranderingen koos. Door hun unieke levensstijl en hun doelmatig functionerende openbare diensten weten de Fransen dat hun land het zo slecht niet doet. Maar met een mengeling van stuursheid en vrijwillige onderwerping weten ze óók dat ze hun beperkingen onder ogen moeten zien.

Sarkozy heeft minder dan zes maanden de tijd om de voornaamste hervormingen door te voeren die noodzakelijk zijn als Frankrijk wil aanhaken bij de snelst groeiende landen van Europa. Om dat voor elkaar te krijgen moet hij kunnen beschikken over een parlementaire meerderheid, die bij de komende parlementsverkiezingen verwezenlijkt moet worden.

Maar bovenal moet Sarkozy ervoor zorgen dat de Fransen hun zelfvertrouwen hervinden. Dit zal de grootste uitdaging voor hem zijn. Tijdens de campagne heeft Sarkozy zijn pedagogische talenten tentoongespreid. Maar doortastendheid moet vergezeld gaan van een sterk gevoel van respect voor al diegenen, met name in de immigrantengemeenschap, die niet op hem hebben gestemd. Om te kunnen winnen, heeft hij de angst van een groot deel van het electoraat moeten exploiteren; om te kunnen slagen, moet hij hoop kunnen overdragen.

Voor Europa is de verkiezing van Sarkozy geen slecht voorteken. Hoewel de problemen van de Europese Unie niet als bij toverslag zullen worden opgelost, is Sarkozy’s voorstel van een vereenvoudigde grondwet ter vervanging van het ontwerp dat de Franse en Nederlandse kiezers in 2005 afwezen, realistischer dan Royals oproep tot een nieuw referendum.

Een paar jaar gelden zinspeelde Sarkozy op een Club van Zes om Europa te leiden. Maar Polen heeft zichzelf buitengesloten van de landen die er politiek toe doen, en de leiders van Italië en Spanje hebben openlijk campagne gevoerd voor Royal. De schijnbare euroscepticus Gordon Brown staat op het punt Tony Blair op te volgen als premier van Groot-Brittannië. Daarom zal de Frans-Duitse as zijn leidende rol in Europa weer moeten hervatten, al is het bij gebrek aan beter. Uiteraard zullen Sarkozy en de Duitse bondskanselier Angela Merkel de speciale verstandhouding tussen Helmut Schmidt en Giscard d’Estaing, of tussen François Mitterrand en Helmut Kohl, niet kunnen evenaren.

Toch zal de overwinning van Sarkozy voor de wereld buiten Europa weinig verschil maken. Waar Chirac een gezonde belangstelling aan de dag legde voor mondiale vraagstukken, zal Sarkozy zich, zowel instinctief als uit politieke berekening, op z’n minst aanvankelijk – en bij ontstentenis van een grote internationale crisis – op binnenlandse zaken richten. Zelfs in de transatlantische betrekkingen zullen veranderingen eerder een zaak van vorm dan van inhoud zijn.

Maar Sarkozy’s internationale invloed heeft zich al wel doen voelen bij Turkije. De combinatie van zijn heldere oppositie tegen de Turkse toetreding tot de EU en de onzekerheid over de uiteindelijke agenda van de islamistische partij die daar aan de macht is, heeft tot op zekere hoogte bijgedragen aan de huidige Turkse crisis. Waarom zouden de tegenkrachten in Turkije behoedzaamheid betrachten als het matigende vooruitzicht van het EU-lidmaatschap niet langer bestaat?

Frankrijk heeft een unieke kans om zich aan te passen aan de noodzaak van hervormingen. Het Franse volk heeft rijpheid getoond. Maar Sarkozy zal zich verantwoordelijk moeten gedragen bij zijn pogingen het land te hervormen en de Fransen te verzoenen met zichzelf en met de positie van Frankrijk in een geglobaliseerde wereld.

Dominique Moisi, oprichter van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen, is hoogleraar aan het Europa College in Natolin, Warschau. © Project Syndicate 2007