Eerste grote stap voor Team Holland

Trainer Peter Blangé vertrekt als coach van Nesselande om volledig aan de slag te gaan aan als bondscoach. Wat is er over van de ambitieuze plannen met het Nederlands volleybalteam?

Henk Stouwdam

Apeldoorn, 7 mei. - Team Holland moet de toekomst van het Nederlandse mannenvolleybal worden. Het uitgangspunt: een bundeling van alle internationals bij twee clubs – landskampioen Dynamo en Nesselande – om uiteindelijk de Olympische Spelen van 2012 in Londen te bereiken. Maar Team Holland komt moeizaam op gang, hoewel gisteren de eerste grote stap is gezet. Peter Blangé maakte na afloop van de play-offs om de landstitel zijn vertrek als clubcoach bij Nesselande bekend. Hij gaat fulltime aan de slag als bondscoach.

Een meevaller voor Joop Alberda, technisch directeur van de volleybalbond (NeVoBo) en bedenker van Team Holland. Hij weet zich nu verzekerd van een goede trainer voor de uitvoering van een verschrompeld plan. Alberda had zijn ideeën amper wereldkundig gemaakt of drie jonge spelers – Jan Willem Snippe, Michael Olieman en Renzo Verschuren – kondigden hun vertrek uit Nederland aan. Zo had de technisch directeur het nu juist níet bedoeld.

Hij was evenmin blij met de revolte onder eredivisieclubs die volgend seizoen de nieuwe A-League gaan vormen. Niet dat zij tegen Team Holland waren, maar dan moest de verplichting komen te vervallen om als international bij Dynamo of Nesselande te spelen. Het mag in hun ogen niet zo zijn dat de weg voor spelers van andere clubs naar het Nederlands team wordt geblokkeerd. Pas toen Alberda zich naar die eis had geschikt, schaarden de clubs zich achter Team Holland.

Maar wat resteert van de oorspronkelijke en ambitieuze opzet van Team Holland? Uiteindelijk gaat bondscoach Blangé niet veel meer doen dan jonge talenten extra trainingsuren bieden bij beurtelings Dynamo en Nesselande. „Maar de praktijk leert dat bijna alle internationals bij Dynamo of Nesselande spelen”, zegt Alberda laconiek. Met andere woorden: wat is het verschil?

Zo kijkt ook Blangé tegen de situatie aan. „In mijn ogen is er altijd wel plaats voor goede spelers van andere clubs dan Dynamo en Nesselande; ik ben tegenstander van een dichtgetimmerd systeem.”

Alberda is uiteindelijk tevreden met de licht verwaterde uitkomst van zijn ideeën, die in essentie ontleend zijn aan het Bankrasmodel, waarbij midden jaren tachtig alle internationals uit de competitie werden gehaald om in de Bankrashal in Amstelveen te investeren in de gouden medaille, die bij de Spelen van Atlanta in 1996 – onder leiding van Alberda – werd gewonnen. Van Alberda hoeven de spelers hun club niet te verlaten, maar hij verlangt wel flinke uitbreiding van het aantal trainingsuren. „Met vijftien uur per week doe je internationaal niet mee; er moet simpelweg twee keer per dag worden getraind.”

Team Holland komt er, dat staat vast. Maar in welke vorm? Daarover moeten nog afspraken gemaakt worden. Maar dat is een kwestie van trainingsschema’s opstellen. En de intensiteit daarvan hangt mede af van het programma van landskampioen Dynamo in de Champions League.

Alberda: „We moeten de belastbaarheid van spelers tenslotte wel in de gaten houden. Want het wordt in de aanloop naar de Olympische Spelen van volgend jaar in Peking een zwaar seizoen. Tussen het Europees kampioenschap, begin september in Rusland, en de internationale clubwedstrijden zijn ook nog de olympische kwalificatietoernooien (OKT’s) gepland. Om die reden ben ik er ook niet blij mee dat de clubs komend seizoen de A-League introduceren. Dat had wat mij betreft uitgesteld mogen worden.”

Waarop Frans de Jong, manager van Dynamo en voorzitter van de Vereniging Top Volleybal (VTV), de belangenvereniging van eredivisieclubs, zei: „Zo is er altijd wat.”

Hoezeer hij Alberda ook begrijpt, De Jong wil voorkomen dat het bestaan van de clubs in gevaar komt en de nationale competitie wordt uitgehold. „Bij Dynamo zijn we bereid mee te werken aan een sterker Nederlands team, maar de bond moet ervan uitgaan dat we een eigen koers varen.”