Een sterke Fransman

Frankrijk heeft zich gisteren uitgesproken voor een einde aan de sociale en economische stagnatie. Met een ruime meerderheid van de uitgebrachte stemmen bij een hoge opkomst heeft de winnaar Nicolas Sarkozy een mandaat om de economie vlot te trekken. Hij heeft beloofd om met belastingverlaging en soepele arbeidsvoorwaarden de groei weer op gang te brengen. Dat is nodig. In het huidige bureaucratische systeem met een starre 35-urige werkweek worden privileges van werknemers in vaste dienst zodanig beschermd dat jongeren en andere buitenstaanders te weinig kansen hebben en vaak zijn aangewezen op tijdelijke contracten.

Sarkozy is zelf als buitenstaander met een niets ontziende wil tot macht omhoog geklauterd. Hij komt uit een gebroken immigrantengezin en in tegenstelling tot zijn concurrente Segolène Royal heeft hij zijn vorming niet gekregen op de nationale eliteschool voor de overheid waar de meeste succesvolle Franse politici hun hechte, en gesloten, relatienetwerk hebben kunnen opbouwen. Hij heeft nu ook een mandaat om het verstarde centralisme van de staat aan te pakken.

Sarkozy is een vernieuwer en conservatief tegelijk. De parallel dringt zich op met Margaret Thatcher, de Britse premier uit de middenklasse die de Conservatieve Partij een minder aristocratische, bredere basis gaf. Voor een gaullist is Sarkozy in economisch en internationaal-politiek opzicht opvallend liberaal; zo wil hij een betere relatie met Amerika. Dat is toe te juichen. Ook wil hij afrekenen met de erfenis van ‘1968’ en streeft hij – geheel volgens de tijdgeest in andere landen – een strengere moraal na, op nationale grondslag. Zo werd hij voor velen een welkom alternatief voor de extreemrechtse Le Pen. Zijn plannen om de immigratie te beperken en eisen te stellen aan de integratie van nieuwkomers zijn voor Nederlandse begrippen niet nieuw.

Voor de socialisten is het verlies van hun kandidaat Ségolène Royal reden tot nadenken. Als oppositiepartij waren zij op zichzelf in het voordeel na de kwakkelende laatste jaren van Chirac. Royal bleek verfrissend in stijl, maar de inhoud van haar boodschap bleef traditioneel etatistisch. Voor de komende parlementsverkiezingen in juni moeten de socialisten een beter programma hebben.

Net als de Nederlandse regering wil Sarkozy een sterk uitgekleed Europees grondwettelijk verdrag. Een nieuw Frans referendum daarover acht hij overbodig. Als de eveneens terughoudende Nederlandse en Britse regeringen daarbij aansluiten, kan er onder regie van de Duitse bondskanselier Merkel eindelijk kans ontstaan op een doorbraak in deze slepende kwestie.

Na twaalf jaar Chirac wilde Frankrijk een ‘sterke’ man en het heeft er een gekregen. Daar schuilt een risico in van misbruik van macht. Sarkozy zal inhoud moeten geven aan zijn verkiezingsleuze ‘gezamenlijk wordt alles mogelijk’. Een open economie moet ook de immigranten in de verpauperde buitenwijken kansen bieden. Maar hij kan zich niet meer – zoals voorheen – met het scheldwoord ‘tuig’ tegen hen afzetten. Spierballentaal is niet genoeg om resultaat te bereiken. Sarkozy moet zijn belofte inlossen dat hij president wordt voor alle Fransen.