Een knip-en-plak-Poesjkin

Paradijs Poesjkin is gebaseerd op Poesjkins novelle in verzen: De Zigeuners.

De voorstelling is totaaltheater met zangers, dansers en een acteur.

Theater Oostpool speelt Poesjkin. Foto Flip Franssen Nederland, Arnhem, 1-5-2007 Theater Oostpool speelt Pushkin. Foto Flip Franssen poesjkin poesjkinfestival Franssen, Flip

„Het gaat over verleiding, over seks”, zegt muziekregisseur Wim Selles tegen de vijf koperblazers van Het Gelders Orkest die als houten klazen naar hun bladmuziek kijken. De blazers zetten nu een Slavisch volksliedje in. Met zwaaiende armen dwingt Selles ze op te staan en zich los te maken van de noten op hun lessenaar. Op het toneel van het Arnhemse Huis Oostpool zweven verderop Introdansers Femke Feddema en Jorge Pérez Martinez om elkaar heen in geile liefdesschijnbewegingen.

Vier dagen voor de première van Paradijs Poesjkin, een muziektheatervoorstelling van toneelgroep Oostpool, Introdans en Het Gelders Orkest, blijkt hoe ingewikkeld het is om iets in te studeren met tegelijkertijd drie gezelschappen én een Moldavisch trio met klarinet, contrabas en accordeon. „Het is heel spannend”, zegt Selles opgewonden. „Juist omdat we eerst zo’n lang traject van voorbereidingen treffen en ideeën ontwikkelen moesten afleggen. Pas toen we wisten hoe de interactie tussen de acteur, zangers en dansers moest zijn, ging alles makkelijker.”

Over de wereld der zigeuners gaat Paradijs Poesjkin, een van de vele voorstellingen in het Poesjkin Festival dat de komende weken in Arnhem, Nijmegen en Apeldoorn wordt gehouden. Het stuk is gebaseerd op Alexander Poesjkins novelle in verzen De Zigeuners. Poesjkin schreef het werk halverwege de jaren twintig van de 19de eeuw in het zuiden van Rusland, waar hij op last van tsaar Alexander I een paar jaar in ballingschap leefde.

Karel van het Reve schreef in zijn onnavolgbare Geschiedenis van de Russische literatuur over Poesjkins werk: „Het is toch al moeilijk iets over enig kunstwerk te zeggen behalve dat je het mooi, lelijk, aangrijpend, vervelend, vermakelijk vindt. Bij Poesjkin komt daar de moeilijkheid bij, dat zijn werk zo ‘gewoon’ is.” Poesjkin verschilt volgens Van het Reve hoogstens van zijn tijdgenoten doordat zijn werk beter is dan dat van hen.

Iets dergelijks vindt Selles ook: „In Poesjkins werk zit een basale laag, waardoor het mooi is om het telkens weer opnieuw te lezen. Ik kom uit de wereld van de muziek en ben geen taalmens, maar ik ben een gedicht uit mijn hoofd gaan leren, zo mooi vond ik het.” En hij reciteert: „Vingers, langgerekt en transparant...”

Paradijs Poesjkin is het verhaal van de jonge Rus Aleko (afwisselend vertolkt door danser Ross Martinson en bariton Marc Pantus), die na een duel – in het Rusland van toen een strafbaar feit – naar het platteland vlucht. Daar vindt hij onderdak bij zigeunerin Zemfira (vertolkt door danseres Femke Feddema en mezzosopraan Jacqueline Janssen). De gastvrije zigeunergemeenschap neemt hem op als een zoon. Aleko en Zemfira worden verliefd op elkaar. De ellende begint als Aleko zich niet kan aanpassen aan de vrije mentaliteit. In hun midden blijft hij een vreemdeling, wordt hij rusteloos en vooral jaloers. Het loopt uit op een bloedig drama.

Voor Selles was de keuze van De Zigeuners een logische: „Ik heb eerst de vertaalde poëtische werken van Poesjkin gelezen. Het zijn affe dingen met dwingende constructies. Het is niet spannend om daar theatraal iets mee te doen. Een personage als Aleko heeft dat wel: hij is weggestuurd en kan niet meer naar de stadse wetten leven, hij is een vreemdeling die aansluiting zoekt bij een gemeenschap. Ook gaf het verhaal van De Zigeuners me de ruimte om klassieke muziek naast volksmuziek te plaatsen.”

Je kunt Paradijs Poesjkin een knip-en-plak-Poesjkin noemen, juist vanwege de afwisseling van het door acteur Paul R. Kooij vertelde verhaal en de door Jacqueline Janssen en Marc Pantus in overtuigend Russisch gezongen liederen – liederen van Tsjaikovski, Glinka, Moessorgski, Rimski-Korsakov en Rachmaninov. Selles: „Ik zoek altijd naar de ruimte tussen de verschillende disciplines. Ook mag van mij na afloop van de muziek het beeld even stilvallen. Wanneer Kooij, als de ‘oude man’, op een ton zit en de muziek stilvalt, ontstaat er een intieme sfeer die het publiek de wereld van de zigeuners binnenleidt. Pas dan besef je de emotionele betekenis van het lied dat zojuist gezongen is.”

Selles is begonnen met de muziek om daar vervolgens een passend Poesjkin-verhaal bij te zoeken. „Ik heb eerst de muziek van Tsjaikovski bestudeerd die op Poesjkin is geïnspireerd: Jevgeni Onegin, Mazeppa, Schoppenvrouw. Onegin had ik graag willen doen, maar dan had ik vier à vijf acteurs nodig gehad en veel meer repetitietijd. Toen ben ik naar onbekendere muziek gaan zoeken en zo ontdekte ik de liederen van Rimski-Korsakov en Prokofjev. Soms hoorde ik een lied en dacht: dit roept Poesjkins taal op. Zijn poëzie gaat tenslotte niet over een zesachtste maat, maar over een groot vermogen tot het uitdrukken van verlangens.”

Tijdens de repetitie moedigt Selles iedereen op het podium opnieuw tot enthousiasme aan. Leopold Witte richt zich tot de dansers: „Bij het gooien met de borden moet een orgiastisch geschreeuw klinken. Totdat de muziek stopt en je alleen maar ‘flatsj, flatsj’ hoort.” Selles: „Als de muziek stopt moet de energie van de beweging doorgaan, tot het laatste bord gevallen is.” Witte: „Waarom zijn die borden er niet als er op gerekend wordt!” Het feest vindt plaats tegen de achtergrond van een decor van aan elkaar gelaste golfplaten, met teksten erop geprojecteerd. Bij de juiste belichting kun je er een bos in ontdekken. Als de borden eindelijk zijn bezorgd, begint het spektakel. Woest dansen en drinken de zigeuners op de zwoele maten van het orkest. De borden werpen ze juichend in een olievat.

Leopold Witte: „ Het is ontzettend leuk om iedereen uit zijn discipline te trekken. Die Russische liederen zijn prachtig, maar ze zijn twee keer zo mooi als ze in een verhaal vallen. En het is een genot om achttien mensen met zijn allen dat verhaal te zien vertellen. De teksten moeten muziek worden.”

Voordat je het in de gaten hebt, is iedereen achter de golfplaten verdwenen. Alleen Poesjkins geest hangt nog in de zaal, want Paradijs Poesjkin tracht het unieke geluid van Ruslands grootste dichter meer dan een uur lang tot leven te wekken. „Toch is geluk er uitgesloten./ Want jullie, kroost van de natuur,/ Betalen onder je verschoten/ Tentdoek je dromen net zo duur,/ En ook in jullie legersteden/ Blijft amper iemand buiten schot:/ Waar wordt bemind en wordt geleden/ Is niemand veilig voor het lot.” Zo is het, en niet anders.

‘Paradijs Poesjkin’, t/m 20 mei in Arnhem, Apeldoorn en Nijmegen. Inl.: www.poesjkinfestival.nl