Dekker winnaar in Romandië

Maarten Scholten

Met de tong karakteristiek ver uit de mond voltooide Thomas Dekker de laatste meters op weg naar een van de mooiste zeges in zijn wielercarrière. De 22-jarige kopman van de ploeg van Rabobank won gisteren in Lausanne de slottijdrit over 20,4 kilometer en daarmee ook het eindklassement van de Ronde van Romandië. „Ik ben enorm blij maar ook verbaasd”, zei Nederlands grootste wielertalent direct na afloop van de zware zesdaagse ProTourwedstrijd. „Ik wist helemaal niet dat ik zo sterk was.”

Dekker won vorig jaar ook al een rittenkoers in de ProTour: Tirreno-Adriatico. Hij is de vijfde Nederlandse winnaar in Romandië, na Wout Wagtmans (1952), Joop Zoetemelk (1974), Johan van der Velde (1978) en Gerard Veldscholten (1988). Ook is hij de jongste winnaar van de Zwitserse koers sinds Giuseppe Saronni in 1979.

In de zware bergetappe van zaterdag verschafte Dekker zich een goede uitgangspositie voor de eindzege. Na een koude en kletsnatte rit over vijf cols toonde hij op de slotklim naar Morgins zijn enorme progressie als klimmer dit seizoen. Met een schitterend ritme van tegen de 90 omwentelingen per minuut bleef hij makkelijk in het spoor van routiniers als Chris Horner, Eddy Mazzoleni en Paolo Savoldelli, op dat moment leider in het klassement.

In de finale kon Dekker nog versnellen, maar liet hij zich verrassen door een discutabele eindsprint van de Spaanse klimmer Pablo Anton. „Dan moet het morgen in de tijdrit maar gebeuren”, zei hij na zijn tweede plaats.

In de tijdrit, zijn specialiteit, gaf de in Monaco woonachtige Noord-Hollander iedereen rijles. In een prachtig gestroomlijnde houding maalde hij de grote versnelling rond. Op momenten dat hij iets teveel met zijn bovenlichaam ging schudden, corrigeerde hij zichzelf direct. Dekker kwam onderweg als eerste door op een kort klimmetje, met minieme voorsprong op het Astana-duo Andrej Kasjetsjkin en tweevoudig Giro-winnaar Savoldelli. In de laatste kilometers vergrootte hij het gat. De eindzege kwam niet meer in gevaar.

Pas op het laatste moment had Dekker besloten om in Zwitserland te starten. Hij wilde zijn goede benen van de laatste weken toch nog ergens verzilveren. Met de zege in Romandië sluit hij een moeilijke periode af.

In 2005 maakte ‘de kleine Dekker’ een stormachtig debuut bij de profs. Hij won een rit in het Critérium International en voor de tweede keer het NK tijdrijden, waarin hij onder anderen ‘grote Dekker’ (Erik) versloeg. Vorig seizoen kende hij na zijn zege in Tirreno-Adriatico een moeilijk vervolg. Door een virus ging zijn Tourdebuut niet door, er was rumoer rond zijn Italiaanse trainer Luigi Cecchini en in het najaar brak hij zijn hand.

Dit jaar begon de Rabobelofte sterk, met een overwinning bergop op Mallorca. In Tirreno-Adriatico werd hij ziek, net als in de Ronde van het Baskenland. Na zijn twaalfde plaats in de Amstel Goldrace kreeg hij ook binnen de ploeg wat kritiek, maar in de Waalse klassiekers reed hij erg sterk, met een imposante ontsnapping in de finale van Luik-Bastenaken-Luik.

Na de Ronde van Romandië, waarin hij twee jaar geleden al eens zesde was, neemt Dekker even rust. Via de Ronden van Luxemburg en Zwitserland bereidt hij zich voor op zijn debuut in de Tour. „Nederland mag weer hopen”, zei VRT-commentator Michel Wuyts gisteren.

Naast Dekker viel in Zwitserland ook de 21-jarige klimmer Robert Gesink op. De eerstejaars prof van Rabobank, negende in de Waalse Pijl, deed bergop nauwelijks onder voor de toppers en eindigde als dertiende op 2.46 van winnaar Dekker. Een ander Rabo-talent, Lars Boom, won gisteren de Omloop der Kempen. De 21-jarige wereldkampioen veldrijden bij de beloften loste op twintig kilometer van de finish medevluchters Bobbie Traksel en Janek Tombak.